Natuurjournaal 31 januari 2026
Nature TodayBij de jaarlijkse Tuinvogeltelling staan de koolmees en de pimpelmees steevast in de top vijf. De kans is dan ook groot dat je ze nu in de buurt tegenkomt. Van origine zijn koolmezen en pimpelmezen allebei bosvogels die zich goed thuis zijn gaan voelen in dorpen en steden. Op het eerste gezicht kunnen de twee soorten op elkaar lijken, maar wie op de details let, zal ze goed uit elkaar kunnen houden. De koolmees heeft een zwarte kop met een grote witte wang. De borst en buik zijn geel met een zwarte middenstreep, een soort stropdas. Deze is bij mannetjes breder dan bij vrouwtjes. Verder is de koolmees de enige mees met witte buitenste staartpennen. Dit is goed te zien als de koolmees vliegt. De pimpelmees heeft ook een gele borst en buik, maar de zwarte middenstreep ontbreekt. Verder heeft de pimpelmees een blauwe vlek boven op de kop, een soort petje, en is de kop veel minder zwart. De vleugels zijn duidelijk blauw getint. Mannelijke pimpelmezen zijn helderder gekleurd dan vrouwelijke en jonge vogels.

Naast de uiterlijke verschillen, kun je de twee soorten ook op geluid onderscheiden, hoewel je ze voor de Tuinvogeltelling wel daadwerkelijk in je tuin of op je balkon moet zien. De zang van de koolmees wordt het meest getypeerd door het ritmische ‘tie-du tie-du tie-du’. Het heeft wat weg van het oppompen van een fietsband. De zang van de pimpelmees is minder ritmisch en klinkt scheller dan dat van de koolmees. De zang begint met hoge, schelle toontjes, waarna er een zogenaamd belletje volgt. Dit belletje bestaat uit een reeks snel opeenvolgende, iets lagere toontjes. Bij beide soorten zijn er veel varianten met andere ritmes of tonen of er ontbreekt een deel. En dan zijn er ook nog kortere roepjes. Het is dus niet altijd even makkelijk, maar op basis van de zang lukt het meestal om een heel eind te komen.
Tekst: Marco Wind, Nature Today
Beeld: Jelle de Jong (leadfoto: links een koolmees, rechts een pimpelmees); Thijs Glastra
