Triceratops op de Veluwe
ARK Rewilding NederlandDe goede kijker ziet op de foto ook nog het oranje mestzwammetje op deze uitwerpselen van wildlevende runderen op de Veluwe. De foto is genomen op de Veluwezoom, een van de gebieden in Nederland met de langste ervaring met natuurlijke begrazing in Nederland. Het samenspel tussen soorten vormt hier een mooi verhaal. Mestkevers gebruiken de uitwerpselen van grote grazende dieren als voedselpakket voor hun eigen kroost. En het oranje mestzwammetje is een van de vele soorten paddenstoelen die helpen om mineralen en andere voedingsstoffen uit uitwerpselen weer op te nemen in het ecosysteem: ze maken de kringloop rond door complexe moleculen (zoals cellulose en lignine) af te breken tot eenvoudiger moleculen die weer door planten kunnen worden opgenomen.
Op de Veluwe is deze kever dus geen toevalstreffer. De driehoornmestkever komt in Nederland vooral voor op droge, zandige gronden met een open karakter – denk aan heidevelden, stuifzanden en schrale graslanden. Zulke landschappen vind je nog in delen van de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug en enkele andere zandgebieden. De mestkever houdt van plekken waar grote grazers rondlopen, want zonder mest geen driehoornmestkever. In intensief gebruikte landbouwgebieden is hij zeldzaam geworden: mest van niet-natuurlijk levende dieren bevat vaak veel bestrijdingsmiddelen. In natuurgebieden met extensieve begrazing, zoals de Veluwezoom, krijgt deze kleine ‘dino’ weer ruimte. Zijn aanwezigheid vertelt iets moois: waar hij leeft, is de kringloop nog in beweging.
Een kraamkamer van mest
Zijn levenswijze is minstens zo bijzonder als zijn uiterlijk. Het mannetje dankt zijn naam aan de drie indrukwekkende hoorns op het halsschild, een mini-Triceratops in glanzend zwart pantser. Die hoorns gebruikt hij om rivalen bij een mesthoop op afstand te houden. Samen met het vrouwtje – wat best bijzonder is voor insecten – graaft hij onder een verse hoop een diepe gang, soms wel anderhalve meter diep. Onderaan leggen de partners een voorraadkamer aan, die ze zorgvuldig vullen met mest. Daarin wordt één ei gelegd: een perfect ingepakt voedselpakket voor de larve. Dit proces herhaalt zich tot er een gangenstelsel ontstaat van zo'n tien tot twaalf gangen: voor ieder ei een eigen gang met een mestkamer. De larven ontwikkelen zich veilig onder de grond, voeden zich met de mestvoorraad en overwinteren daar. Pas het volgende voorjaar verschijnen de volwassen kevers bovengronds – klaar om de cyclus opnieuw te starten.
Kleine krachtpatser met grote impact
Wie goed kijkt, ontdekt nog veel meer. De driehoornmestkever is niet alleen actief in het vroege voorjaar en in de herfst, wanneer de grond vochtig is en mest niet te snel uitdroogt, maar ook in de winter. In de winterperiode zijn grote insecten schaars, juist daarom is deze kever een belangrijke voedselbron voor bijvoorbeeld de steenuil en de klapekster. Driehoornmestkevers kunnen verrassend krachtig graven en verplaatsen hoeveelheden mest die vele malen zwaarder zijn dan zijzelf. Door al dat gegraaf wordt de bodem belucht en gemengd – gratis bodemverbetering door een kever van nog geen drie centimeter groot. Bovendien helpen de kevers bij het opruimen van mest, waardoor voedingsstoffen sneller beschikbaar komen voor planten, én vliegenplagen worden beperkt. De driehoornmestkever is een klein dier met een groot effect. Een stille kracht in het landschap, die het verhaal van de Veluwse natuur nog net iets spectaculairder maakt.
Meer informatie
- Lees meer over natuurlijke processen op de website van ARK Rewilding Nederland.
Tekst: Lars Soerink en Mignon van den Wittenboer, ARK Rewilding Nederland
Beeld: Lars Soerink, Vilda
