Meer kalk, minder elastieken mezenpootjes
Vogelbescherming NederlandDoor de enorme hoeveelheid stikstof uit landbouw, verkeer en industrie, die we nog steeds dag in dag uit over onze natuur uitstorten, treden twee belangrijke effecten op, legt Van den Burg uit: “Al dat stikstof zorgt voor een eenzijdige overbemesting van de natuur. Daarnaast hebben stikstofverbindingen een verzurend effect op de bodem, waardoor huisjesslakken en andere dieren steeds moeilijker calcium kunnen opnemen. En daardoor hebben broedvogels dus ook problemen om eischalen te maken en hun kuikens voldoende kalk te voeren, voor stevige botjes."
Kalk strooien
In het Edese bos vond Van den Burg de afgelopen jaren in bijna de helft van de door hem onderzochte nestkasten kuikens met "elastieken pootjes", zoals hij dat zo beeldend uitdrukt. “Maar nadat we vorig jaar aan het eind van de winter kalk hadden gestrooid in het bos, daalde dat aandeel in het volgende voorjaar direct tot minder dan 10 procent.” Strooien van schelpenkalk heeft dus vrijwel direct een positief effect op de mezen – en op de rest van het ecosysteem in het bos. Al voegt Van den Burg daar direct aan toe: “Voor een duurzame oplossing moet de verzurende stikstofkraan toch écht verder dicht.”

Meer slakjes
Die verbetering was zeker geen toeval, zag Van den Burg. “Ik zag de verbetering ook op andere vlakken. Ik telde in de Ginkel, 3,5 jaar na het uitstrooien van schelpkalk, bijvoorbeeld meer glansslakjes in het bos.” De glansslak is een soort huisjeslak en een goede kalkbron van veel zangvogels. Van den Burg zag ook het aandeel koolmezen in de nestkasten verschuiven: “In tijden van schaarste komen grotere mezen, zoals de koolmees, eerder in de problemen dan bijvoorbeeld de kleinere pimpelmezen. Na het bekalken van het bos zag ik weer meer koolmezen ten opzichte van de pimpels.”
Grof schandaal
Een gesprek met ecoloog Van den Burg gaat al snel over de verhoudingen van verschillende mineralen in de bosbodem, over de zuurgraad en over andere fundamentele chemie. Hij verontschuldigt zich dan ook dat hij bijna als een techneut klinkt, die de verhoudingen van de verschillende mineralen op orde probeert te krijgen.
“We hebben nu weliswaar een oplossing voor het probleem voor de verzuring in het bos dichterbij gebracht, maar het is natuurlijk wel een grof schandaal dat we het zo ver hebben laten komen! We staan gewoon met de rug tegen de muur. Als we het ecosysteem in het bos weer op gang willen krijgen, zullen we inderdaad een tijdje met heel technologische ogen naar die bosbodem moeten kijken. Want zelfs als de stikstofkraan nu écht dicht zou gaan, dan nog duurt het vele jaren voor de chemische verhoudingen weer een beetje normaliseren.”
De kraan dicht
Toch is de kraan dichtdraaien de enige échte oplossing voor de langere termijn, volgens Van den Burg. Voor zijn onderzoek moest hij lang zoeken naar een referentiegebied, waar vergelijkbare bossen voorkomen, maar dan zónder de overmaat aan stikstof die bij ons uit de lucht komt. “Die referentie heb ik gevonden in Frankrijk, op het Plateau de Millevaches. Daar vind je ook een Atlantisch klimaat met een zure bosbodem, maar dan zonder de stikstofdepositie die je bij ons ziet.”
Een heel enkele keer ziet Van den Burg daar ook wel vogels met slappe pootjes. “Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer er langere tijd slecht weer heerst tijdens het broedseizoen. Veel mezen stoppen dan met broeden. Maar bijvoorbeeld de matkop en de zwarte mees willen dan nog wel eens doorzetten. Die moeten dan alles op alles zetten om voldoende eiwitrijke rupsjes te vinden voor hun jongen. Als ze daardoor te weinig tijd besteden aan het vinden van kalk, dan zie je daar dus heel soms ook een meesje met slappe pootjes, al is dat niet in de hoeveelheden die je bij ons ziet.”
Relmuizen
In het Franse referentiegebied waar Van den Burg onderzoek doet, stuitte hij de afgelopen voorjaren op een ander probleem naast de gevolgen van overvloedige stikstofdepositie. “Ik vind steeds vaker relmuizen in mijn nestkasten, die de mezen eruit hebben getikt. Maar goed, liever zo’n ‘probleem’, met die toch wel grappige beestjes, dan problemen door verzuring die wij zelf als mensen veroorzaken. Ik werk de nestkasten ter plaatse nu noodgedwongen af met een metalen plaatje, met een gat van maar 27 millimeter. Dan kunnen er geen relmuizen meer in, maar helaas ook geen koolmezen, en moet ik mijn onderzoek voortzetten met pimpelmezen. Die passen nog wel door de gaatjes.”Tekst: Rob Buiter, Vogelbescherming
Beeld: Martin Hierck; Arnold van den Burg
