Tel mee met de hommeltuintelling op 29 tot en met 31 mei
EIS Kenniscentrum InsectenHet gaat niet goed met de hommels in Nederland. Na acht jaar tellen in het Meetnet Hommels hebben we goed in beeld welke hommelsoorten veel of weinig gezien worden. Maar hoe zit dat eigenlijk in tuinen? Worden daar dezelfde soorten gezien, maar liggen de verhoudingen tussen de soorten anders? En hoe verandert dit door de tijd? Met de hommeltuintelling van 29 tot en met 31 mei 2026 proberen we daar achter te komen!

Hoe tel je mee?
Meld je aan voor de hommeltuintelling, loop tijdens de teldagen een rondje door je tuin en noteer gedurende 15 minuten alle hommels die je ziet. Probeer zoveel mogelijk om de hommels niet dubbel te tellen. Dat doe je bijvoorbeeld door in een kwartier één rondje systematisch en langzaam door je tuin te lopen. Als je een kleine tuin hebt, kun je met een kop koffie op een stoel in je tuin gaan zitten. Soms tel je misschien toch dubbel, dat is niet heel erg, want je zult ook weleens een hommel over het hoofd zien. Je kunt tijdens dit telweekend ook meerdere keren tellen, zo vaak als je wilt. Zelfs meerdere keren op dezelfde dag. Geef telkens de resultaten door via een nieuwe telling. Nog belangrijker: geef je telling ook door als je geen hommels ziet tijdens die telling. Zet dan in het commentaar ‘0 hommels gezien’. Het is namelijk net zo belangrijk om te weten waar geen hommels gezien worden.
Herkenningshulp
Heb je een hommel gezien, maar weet je niet welke? Bekijk de zoekkaart (pdf: 1,2 MB) om uit te vinden welke hommelsoort het is. De zoekkaart helpt bij het herkennen van de zes meest algemene soorten, die je in veel tuinen zou kunnen tegenkomen. Je kunt ook gratis de Basisgids Hommels van EIS Kenniscentrum Insecten downloaden. Daarmee kun je ook andere dan de zes meest algemene soorten op naam brengen. Als je een hommel niet herkent, kun je een foto maken. Via de gratis app ObsIdentify kun je met behulp van de foto de naam vinden. Kom je er niet uit of ziet de hommel er anders uit? Geef deze dan door als ‘anders’ en vergeet daarbij niet het juiste aantal door te geven. Wil je meer leren over hommels? Neem dan eens een kijkje op de EIS-academie.

Tuinen erg geschikt voor hommels
Tuinen zijn vaak erg geschikt voor hommels door een grote variatie in groen binnen en tussen tuinen. Wat tuinen echter bijzonder geschikt maakt, is de grote hoeveelheid bloemen door het seizoen heen. In tijden van droogte krijgen deze bloemen vaak zelfs water, waardoor zij nectar kunnen blijven produceren, in tegenstelling tot de wilde bloemen in het buitengebied. Met de tuintelling proberen we erachter te komen of de verhoudingen in hommelsoorten in tuinen verschillen met die op de telroutes in het Meetnet Hommels.
Meetnet Hommels
We willen niet alleen in tuinen weten hoe het met de hommels in Nederland gaat, maar in heel Nederland. Daarom is in 2018 gestart met een landelijk Meetnet Hommels. In het Meetnet Hommels tellen vrijwilligers over het hele land maandelijks op een gestandaardiseerde manier hommels op hun telroute. Het CBS kan met deze data betrouwbare trends berekenen. Als je naar aanleiding van de hommeltuintelling enthousiast wordt voor het tellen van hommels, kun je ook in het Meetnet Hommels je steentje bijdragen.
Tekst: Dominic Dijkshoorn, EIS Kenniscentrum Insecten
Beeld: Menno Reemer (leadfoto: hommels van de aardhommelgroep zijn in vrijwel iedere tuin te vinden); EIS Kenniscentrum Insecten
