Echinocyamus pusillus, Zeeboontje

Natuurjournaal 17 augustus 2026

Nature Today
17-AUG-2026 - 's Zomers struinen naar strandvondsten: zeeboontje en grote tepelhoren.

Voor een skeletje van het zeeboontje moet je echt een beetje geluk hebben, maar het is te doen. Zoek naar een wit, dof ‘knoopje’ en je hebt ongeveer je zoekbeeld. Wat je op het strand vindt, is enkel het kalkskeletje van deze stekelhuidige. Het zeeboontje is een onregelmatige zee-egel. Dat heeft niets met zijn werktijden te maken, het slaat op zijn anatomie. Op bovenstaande foto zie je de kant waar in het levende dier de stekels stonden ingeplant. Draai je het skelet om, dan zie je in het midden een gaatje, de mondopening, en iets daar vandaan een kleiner gaatje, de anus. Bij een regelmatige zee-egel zit de mondopening in het midden van de ene zijde – de orale zijde – en de anus zie je als je het skelet omdraait, aan de aborale zijde.

Deze grote tepelhoren heeft een prooi gevonden en gaat over tot de aanval

De grote tepelhoren is een mariene roofslak, die op tweekleppige weekdieren en andere slakken jaagt op de zeebodem. Op het strand kun je de aangespoelde huisjes of losgeslagen eikapsels vinden. Als een grote tepelhoren een prooi heeft gevonden, bedelft hij deze geheel met zijn voet om zich vast te zetten en begint dan met het boren van een gaatje in de schelp met draaiende beweging van zijn rasptong. Vaak gebruiken ze ook een zuur om de kalk op te lossen. Als die klus geklaard is – dat kan uren in beslag nemen – zuigt de slak de weke delen van de prooi door het gaatje naar buiten met de proboscis. Oudere slakken zullen hier vast meer ervaren in zijn dan jonge: grote tepelhorens kunnen tot tien jaar oud worden!

Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Sytske Dijksen, Foto Fitis, Saxifraga