Natuurjournaal 1 oktober 2026
Nature TodayMoet je voor veel zwammen toch echt de nodige moeite doen om ze te vinden, de vermiljoenhoutzwam heeft daar geen last van, die zie je al van verre. Hij dankt zijn naam aan de intens vermiljoenrode tot oranjerode kleur. Hij vormt stevige, waaiervormige vruchtlichamen van meestal enkele centimeters breed. Ook de onderkant met de kleine poriën is opvallend rood/oranje. Deze zwam groeit vooral op dood hout van loofbomen, met name berk. Soms ook op beuk of lijsterbes. Het is een saprofyt en dat wil zeggen dat hij leeft van dood organisch materiaal. Daarmee speelt hij een belangrijke rol bij de afbraak van dood hout.
Veel organismen zijn alleen al interessant vanwege de naam die ze hebben. Het eikentakstromakelkje is er zo een. Het is een minuscuul donkerbruin zwammetje. Het komt in heel Nederland voor, maar vinden is best lastig. Goed kijken dus. De naam van dit kelkje is een samenstelling van vier Nederlandse woorden die precies omschrijven wat het is, waar het leeft en hoe het eruitziet. Eikentak verwijst naar het specifieke substraat. Deze kleine paddenstoel groeit namelijk nagenoeg uitsluitend op afgevallen, dode takken van de eik. Een stroma is in de mycologie een compact weefsel van schimmeldraden. En kelkje duidt de vorm van het vruchtlichaam aan. De paddenstoel heeft de vorm van een klein, gesteeld bekertje of kelkje, meestal minder dan 1 centimeter groot. Kort samengevat betekent de naam dus: een kelkvormig paddenstoeltje dat uit een stroma (schimmelweefsel) groeit op een eikentak.
Tekst en beeld: Mike Hirschler, IVN Deventer
