Roodborsttapuit

Roodborsttapuit in de lift, zelfs op het boerenland

Vogelbescherming Nederland
29-SEP-2026 - Het is zonder overdrijving een van de grotere succesverhalen in vogelland Nederland: de opmars van de roodborsttapuit. Zelfs op het boerenland nemen de aantallen van deze vogelsoort toe. Onderzoeker Herman van Oosten keek drie jaar lang naar roodborsttapuiten op het Planken Wambuis en in het Wageningse Binnenveld.

De opmars van de roodborsttapuit is al ruim dertig jaar zichtbaar. Sinds 1990 is het aantal broedende vogels in ons land maar liefst verachtvoudigd. “Ik wist dat de trend heel positief was op de Veluwe”, zegt zelfstandig onderzoeker Herman van Oosten. “Maar ook in het agrarisch gebied werd die opmars op een gegeven moment duidelijk zichtbaar. Ik vroeg mij af hoe de vogels in die beide gebieden presteerden, qua succes bij de voortplanting.”

Roodborsttapuit

Wageningse Binnenveld

Met financiële ondersteuning van onder meer Vogelbescherming Nederland verdiepte Van Oosten zich in de ‘agrarische roodborsttapuiten’. Van 2023 tot en met 2025 volgde hij een flink aantal nesten om te zien of ze succesvol waren en zo ja hoeveel jongen er dan uitvlogen. “Op de graslanden van het Wageningse Binnenveld betekende dat: waarnemen op afstand”, vertelt Van Oosten. “Om zelf geen sporen naar de nesten in de kwetsbare greppelkantjes te maken, waar predatoren vervolgens gebruik van zouden kunnen maken, keek ik van een afstand naar het gedrag van de vogels. Daaruit kon ik al heel veel informatie halen.”

Op de heide van Planken Wambuis, waar Van Oosten ook onderzoek doet naar deze mooie vogels, bezocht hij wel verschillende nesten, voor meer gedetailleerde informatie over het broedsucces.

Groeiende populatie

De resultaten van zijn vergelijkende onderzoek zijn gerust opvallend te noemen. Waar de vogels op Planken Wambuis in alle drie de onderzochte jaren meer dan genoeg jongen produceerden om een groei van de populatie te bewerkstelligen, kwamen de roodborsttapuiten in het Binnenveld in twee van de drie jaren niet aan dat 'break-even point'. Het aantal jongen was daar niet genoeg om de normale sterfte van soortgenoten te compenseren.

Mobiele broedvogels

Toch nemen de vogels ook in het agrarisch gebied toe. Van Oosten denkt dan ook dat die groei alleen te verklaren is uit de successen in de meer ‘donkergroene’ natuur. “Roodborsttapuiten zijn behoorlijk mobiel”, weet hij. “Een jong dat ik ooit in het Noord-Hollands duinreservaat een kleurringetje gaf, werd in het voorjaar daarop gemeld vanaf Helgoland, honderden kilometers verderop. Een verplaatsing vanaf de Veluwe naar het Wageningse Binnenveld is dus echt een peulenschilletje voor deze vogels.”

Natuurgebieden als de Veluwe kunnen dus een bron zijn, terwijl het agrarisch gebied in biologenjargon een 'sink' zou kunnen zijn. Vogels trekken wel naar deze gebieden, maar de voortplanting is mogelijk niet genoeg om daar zelfstandig stand te houden.

Niet veel nodig

Waar het enorme succes van zijn roodborsttapuiten, liefkozend ‘robotaps’ genoemd, mee te verklaren is, dat durft Van Oosten niet met zekerheid te zeggen. “Het zijn kleine zangvogels die niet extreem veel insecten nodig hebben. Ze hebben min of meer dezelfde voedselvoorkeur als de net iets grotere tapuiten, maar die zijn op de meeste plekken allang verdwenen als broedvogel. Misschien profiteren de roodborsttapuiten ervan dat ze iets minder nodig hebben en het daarmee wél redden. Zeker in het agrarisch gebied kan dat net het verschil betekenen.”

Profiteren van de opwarming?

In de vaker gehoorde stelling dat roodborsttapuiten profiteren van het opwarmende klimaat ziet Van Oosten niet veel. “Er zijn altijd wel individuen geweest die milde winters in Nederland doorbrachten, maar daarmee hebben die niet ineens zo’n grote voorsprong op de trekkende soortgenoten, dat dit het succes kan verklaren. Zowel de trekkende roodborsttapuiten als de blijvers kunnen tot drie legsels per jaar produceren. Dat zal in een opwarmend klimaat niet snel anders worden.”

Lessen voor beheer

Ondertussen kunnen beheerders in agrarische gebieden al wel lessen trekken uit de observaties van de onderzoeker. “In het agrarisch gebied lijken de vogels vooral gebruik te maken van beschutte kantjes van greppeltjes om in te broeden. Soms staan daar nog paaltjes met draad langs. Dat is ideaal voor roodborsttapuiten, die graag vanaf een uitkijkpost jagen. Zodra die paaltjes worden weggehaald, zie je dat de greppeltjes ook ineens drastischer worden gemaaid. Dat is natuurlijk funest voor deze vogels. Als de nesten al worden gespaard, worden ze alsnog enorm kwetsbaar voor predatie.”

Jagende fazant

Dat het gevaar daarbij soms uit heel onverwachte hoek kan komen, zag Van Oosten tot zijn verbazing toen een fazant in de buurt van een nestje in een greppel kwam. “De roodborsttapuiten reageerden daar heel fanatiek op. Uit de literatuur is het ook wel bekend dat fazanten een klein vogeltje niet versmaden.”

Om de roodborsttapuit ook in een agrarische omgeving te beschermen, heeft Herman van Oosten dus een duidelijke aanbeveling. “Mijn oproep is om greppeltjes in stand te houden en een beetje te laten verruigen, voor voldoende dekking. En het mooie is: niet alleen de roodborsttapuit zal daarvan profiteren.”

Meer informatie

Tekst: Rob Buiter, Vogelbescherming Nederland
Beeld: Ad Sprang; Edwin ter Hennepe