De aardhommel-groep was veruit de meest getelde soort tijdens de hommeltuintelling 2026.

Aardhommel-groep meest geteld tijdens hommeltuintelling 2026

EIS Kenniscentrum Insecten
3-JUN-2026 - In het weekend van 29 tot en met 31 mei 2026 vond de hommeltuintelling plaats. In totaal waren er 1271 tellers, die samen 1632 tellingen deden. De aardhommel-groep werd het meest geteld. De akkerhommel en tuinhommel volgden respectievelijk op plaats twee en drie. De steenhommel werd van de zes tuinsoorten het minst gezien.

Iedereen kon meedoen met de hommeltuintelling, door in het weekend van 29 tot en met 31 mei 2026 gedurende een kwartier hommels te tellen in de tuin. De tellers konden hun tellingen invoeren op Tuintellling.nl. Je kon zo vaak tellen als je wilde en veel mensen deden dat dan ook! De tellingen werden verspreid over het land gedaan, waarbij de meeste tellingen uit de Randstad kwamen. Opvallend: er waren slechts 11 tuinen waar geen hommels gezien werden. De resultaten van de telling worden hieronder besproken.

Hommeltuintelling 2026: getelde aantallen exemplaren per hommelsoort en aantal tellingen per provincie

Aardhommel-groep meest geteld, steenhommel het minst

De aardhommel-groep is de meest getelde soort tijdens de hommeltuintelling van dit jaar. Eigenlijk zijn dit twee soorten, de aardhommel en de veldhommel, die op het oog niet uit elkaar kunnen worden gehouden. Ze werden als één soort geteld. De aardhommel-groep wordt gevolgd door de eveneens algemene akkerhommel op de tweede plaats. Deze uitslag ligt in de lijn der verwachting, want dit zijn de twee meest algemene en wijdst verspreide hommels van Nederland. De steenhommel werd veruit het minst geteld. Ondanks dat de steenhommel het de laatste jaren niet goed lijkt te doen, blijft het een van de drie meest algemene hommelsoorten van Nederland. De steenhommel komt wat later in het jaar op gang dan de meeste andere tuinsoorten en is daarom minder gezien. In juli en augustus liggen de aantallen van deze soort het hoogst.

De weidehommel eindigde op de vijfde plaats

Andere hommelsoorten

Naast de zes algemene tuinsoorten was er ook een optie ‘anders’. Hier konden de deelnemers voor kiezen als zij de hommel in kwestie niet konden herkennen, of als het volgens hen een andere soort was dan de zes opgenomen soorten. Indien gewenst, kon de naam ‘anders’ aangepast worden naar de geziene soort. Opvallend was dat er slechts weinig andere soorten gezien zijn. Zo werden er verschillende soorten van de veel zeldzamere koekoekshommels gemeld. Het totaal aantal gemelde koekoekshommels was met 35 stuks echter heel laag op het totaal. Ook werd hier en daar door het land een zeldzame soort gemeld. Helaas zijn deze waarnemingen niet te verifiëren zonder foto’s.

Hommeltuintelling 1994

Interessant is dat de resultaten te vergelijken zijn met die van een hommeltuintelling uit 1994. In 1994 werd in het eerste weekend van juni (3 tot en met 5 juni) de eerste hommeltuintelling georganiseerd door de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV), de Nederlandse jeugdbond voor Natuurstudie (NJN) en het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg (NHGL). Iedereen werd opgeroepen om mee te doen. Ondanks dat het weer toen niet meezat, deden er veel mensen mee en werden er heel wat hommels geteld. De resultaten van die telling komen voor een deel overeen met die van de hommeltuintelling 2026. De aardhommel-groep was ook in 1994 veruit de meest getelde soort en de steenhommel het minst. De akkerhommel werd beduidend minder geteld. Opvallend is dat tuinhommel, boomhommel en weidehommel in 2026 samen een veel kleiner aandeel innamen dan in 1994.

Links: de KNNV en de NJN deden in 1995 gezamenlijk verslag van de telresultaten in een speciaal nummer over hommels. Rechts: verhouding hommelsoorten van de hommeltuintelling dit jaar in vergelijking met die in 1994

Toekomst hommeltuintelling

De aantallen per hommelsoort verschillen jaarlijks. Het is lastig om op basis van een jaar conclusies te trekken. Het is interessanter om de hommeltuintelling jaarlijks, in hetzelfde weekend, te herhalen. Dan ontstaan er langere reeksen en zien we mogelijk verschuivingen in de verhoudingen tussen soorten ontstaan. Tel jij volgend jaar weer mee?

Meetnet Hommels

Het gaat niet goed met de hommels in Nederland. Hoe slecht het precies gaat, weten we nog niet. Daarom is in 2018 gestart met een landelijk Meetnet Hommels. In het Meetnet Hommels tellen vrijwilligers over het hele land op een gestandaardiseerde manier hommels op hun telroute. Maar zijn er verschillen tussen de tuintelling en het Meetnet Hommels te zien? Interessant genoeg werd de steenhommel afgelopen week binnen het Meetnet Hommels relatief juist vaker geteld dan met de tuintelling.

Informatie

  • Wil je meer weten of leren over hommels, neem dan eens een kijkje in de e-learning hommels op eis-academie.nl.

Tekst: Dominic Dijkshoorn, EIS Kenniscentrum Insecten
Beeld: Menno Reemer (leadfoto: De aardhommel-groep was veruit de meest getelde soort tijdens de hommeltuintelling 2026); Tuintelling.nl; KNNV en NJN/EIS Kenniscentrum Insecten