Steeds meer zilte appels met een lantarentje
Stichting ANEMOONOnder water levende appels zijn er het hele jaar door. Zonder bloesem, zonder wachttijd en zonder seizoen. Niet aan boomtakken, maar op en tussen stenen en op mosselbanken. Uit monitoringgegevens blijkt dat zeeappels de laatste jaren zijn toegenomen in het Nederlandse zeegebied.
Stekelig zeefruit
Hoewel ze in Frankrijk bij de 'fruits de mer' (zeevruchten) horen, zijn zeeappels geen fruit en zelfs niet plantaardig. Ze behoren tot de diergroep der stekelhuidigen, die onder andere zeesterren, zeekomkommers en zee-egels omvat. Ook zeeappels zijn zee-egels. De soort die het meest langs onze kust voorkomt, is de Kleine zeeappel (Psammechinus miliaris), ook wel Gewone of Groene zeeappel genoemd. Het zijn stekelbolletjes van 3 tot 5 centimeter met groene tot paarse stekels, die rondkruipen op hun tussen de stekels aanwezige buisvoetjes. Na hun dood spoelen de met intrigerende rijen knobbels gesculpteerde skeletten aan. Duikers en waarnemers zien onder water en op het strand steeds vaker zeeappels. Over hoe dat komt bestaan aannemelijke theorieën.

Regelmatige bollen
Zeeappels behoren tot de regelmatige zee-egels. Die hebben van bovenaf gezien een ronde, symmetrische vorm. Alle zijkanten zijn hetzelfde. Tussen de stekels zitten 10 rijen buisvoetjes die vanaf de mond (aan de onderzijde) naar de anus (aan de bovenzijde) lopen. Dit in tegenstelling tot onregelmatige zee-egels, die niet symmetrisch zijn, alleen bovenop buisvoetjes hebben en waarbij de anus aan de zijkant zit. Ze missen bovendien een speciaal kauwapparaat dat zeeappels wél hebben. In het skelet aan de onderzijde zit bij zeeappels een rond gat waarin een bijzonder complexe kauwstructuur aanwezig is, met vijf kalktanden die steeds doorgroeien en tegen elkaar afslijten. Met dat ingewikkelde kauwapparaat, de 'Lantaarn van Aristoteles', grazen ze algen van de ondergrond.
Lantarens en Oude Grieken
Aristoteles was samen met Socrates en Plato een een invloedrijke filosoof uit de Griekse oudheid. Hij schreef ook over de natuur. Zijn Historia animalium (343 v.Chr.) bevat de oudste beschrijving van het kauwapparaat van de zeeappel. Het geeft geen licht, maar heeft opvallend genoeg wel de vorm van een klassieke lantaren. Een andere met een lantaren geassocieerde Griekse filosoof uit die tijd, Diogenes van Sinope, woonde volgens overlevering zonder bezittingen in een grote ton. Over hem gaat het verhaal dat hij met een lantaren in zijn hand rondliep op zoek naar een 'waarachtig' (eerlijk) mens. Diogenes was de grondlegger van het cynisme: een van oorsprong zelfbewuste levenswijze, die zonder schaamte naar derden de wereldse rijkdom en culturele gewoontes afzweert en trouw aan de natuur probeert te leven (anders dan hedendaagse cynici die vooral wantrouwen preken en in niets geloven).

Prikken en prikkelen
Op een zee-egel trap je niet graag met blote voeten. De stekels bieden bescherming tegen predatoren. Ook door de mens wordt de inhoud van zo'n stekelbol beschouwd als delicatesse. Met name in Aziatische landen slurpt men de dieren met smaak op, al dan niet rauw. Een hapje 'met een zinnenprikkelende twist': het eten van de geslachtsorganen (gonaden) van zeeappels zou namelijk als afrodisiacum werken en bij mensen de potentie, geslachtsdrift en het seksuele plezier verhogen.
Vindingrijk verbergen
Zeeappels hoef je tegenwoordig allang niet meer met een lantarentje te zoeken, ze zijn een stuk minder schaars dan vroeger. Toch moet je onder water als duiker en snorkelaar nog best goed opletten. Dat geldt ook bij laagwater tussen stenen en op oester- en mosselbanken. De soort is erg vindingrijk in het zich verbergen. Vaak dragen ze schelpjes, steentjes en stukjes wier op hun stekels. Zelfs rottende visjes worden gebruikt (zie foto). Met behulp van hun op waterdruk werkende beweeglijke buisvoetjes met ‘zuignapjes’, tillen ze het materiaal hun lichaam op. Zo beschermen ze zich tegen roofdieren en fel licht. Ook hun voortplanting speelt zich onzichtbaar af; eicellen en zaadcellen worden afgegeven aan het water, waar de verdere bevruchting plaatsvindt.

Opvallende stijging in voorkomen
Kleine zeeappels zijn onopvallende maar belangrijke onderwaterbewoners. Door algen weg te eten beïnvloeden ze welke soorten zich op stenen en schelpen kunnen vestigen. Deze sleutelbewoners van de onderwaterwereld zijn altijd in ons kustgebied aanwezig geweest, maar de aantallen verschillen door de jaren heen. Een uitgebreide analyse van de duikwaarnemingen in de Oosterschelde bracht nog niet zo lang geleden een duidelijke toename van de Kleine zeeappel aan het licht. Hoewel ze zijn aangepast aan het dynamische milieu in de Noordzee, Waddenzee en Zeeuwse wateren, lijkt de watertemperatuur het voorkomen te beïnvloeden. Zoals te zien is in de grafiek, vertonen de duikwaarnemingen in de Oosterschelde een dip na de strenge elfstedentochtwinters van 1996 en 1997. Daarna krabbelt de soort weer op tot 2003, waarna de soort weer geleidelijk afneemt tot en met 2016, waarschijnlijk vooral veroorzaak door de aaneengesloten periode van koudere winters in de periode van 2009 tot en met 2013. De laatste tien jaren waren uitzonderlijk zacht en in deze periode zien we een stevige en significante stijging. Ook de aantallen op het strand aangespoelde skeletjes nemen vooral de laatste jaren toe. In de stormperiode rond de afgelopen jaarwisseling was plaatselijk zelfs sprake van 'honderden aangespoelde exemplaren' per monitoringronde.

Warmer water, toegenomen substraat en voedsel
Voor de toename van de Kleine zeeappel zijn meerdere factoren te noemen. De opwarming van het zeewater zal hierbij zeker een rol spelen. Zo viel 2018 op door een uitzonderlijk hoge zeewatertemperatuur. Dat kan de aanwas van larven hebben bevorderd en dit kan weer hebben doorgewerkt in vergroting van de populatie in de jaren daarna. Daarnaast mag ook gedacht worden aan de bouw van windmolens in zee. Vanaf 2021 werd vooral ten noorden van Hoek van Holland een plotselinge sterke toename van de Kleine zeeappel waargenomen. In dat jaar begon tussen Den Haag en Zandvoort de bouw van het offshore windpark Hollandse Kust (zuid). Daarbij zijn aanzienlijk meer stenen geplaatst dan bij oudere windparken. Zeeappels zijn omnivoor en leven vanaf het litoraal tot een diepte van ongeveer 100 meter, steeds op hard substraat. Daarop vinden ze hun voedsel. Behalve grote en kleinere wieren die ze afgrazen, eten ze ook organisch materiaal, waaronder hydropoliepen, diatomeeën, zeepokken, schelpdieren (mossels) en detritus. Als ze de kans krijgen verorberen ze bovendien ook wormen en kleine kreeftachtigen die ze met hun buisvoetjes vangen. Windmolens zorgen voor een toename van het harde substraat met alles wat daar qua voedsel op en tussen leeft.
Doe mee met MOO en SMP – Word waarnemer
- MOO – Monitoringproject Onderwater Oever: Bij het Monitoringproject Onderwater Oever registreren duikers het onderwaterleven om zo veranderingen in soorten en seizoenspatronen te helpen volgen. We zoeken nog waarnemers die mee willen duiken!
- SMP – Strandaanspoelsel Monitoring Project: Vaste strandtrajecten worden door vrijwilligers bij laagwater afgezocht om aangespoelde organismen te registreren. Meld je aan als SMP‑waarnemer en draag ook bij aan belangrijk onderzoek.
Interesse? Neem vrijblijvend contact op met info@anemoon.org.
Tekst: Lilian Schoonderwoerd, Rykel de Bruyne en Adriaan Gmelig Meyling, Stichting ANEMOON
Beeld: Marion Haarsma (leadfoto: zeeappels in de Oosterschelde bij Sint-Annaland); Carla van Westing; Alie Postma; PICTAN; Pascal Van Acker; Stichting ANEMOON
