Neem geen planten mee van vakantie: kleine souvenirs, grote gevolgen
Nederlandse Voedsel- en WarenautoriteitPlanten zijn de basis van ons leven
Planten vormen ongeveer 80 procent van ons voedsel, zorgen voor schone lucht en spelen een belangrijke rol in ecosystemen. Ze zijn onmisbaar voor biodiversiteit en voedselproductie. Maar planten staan onder druk. Door klimaatverandering, internationale handel en reizen verspreiden plantenziekten en plagen zich steeds sneller.
“Veel mensen realiseren zich niet dat een plantje uit het buitenland ongemerkt schadelijke organismen kan meebrengen,” zegt Corné van Alphen, Chief Plantgezondheid bij de NVWA. “Door simpelweg niets mee te nemen, kun je als reiziger een directe bijdrage leveren aan het beschermen van onze natuur en voedselzekerheid.”

Onzichtbare risico’s in je koffer
De risico’s zijn vaak niet zichtbaar. Schadelijke organismen kunnen meeliften op bladeren, in grond of op zaden, zonder dat je het merkt. Eenmaal aangekomen in een nieuw gebied kunnen ze zich snel verspreiden.
Dat kan grote gevolgen hebben. Het dennenhoutaaltje (Bursaphelenchus xylophilus) is bijvoorbeeld een microscopisch kleine worm die dennenbomen snel kan doden en hele bossen kan verwoesten. Dit organisme kwam oorspronkelijk niet voor in Europa, maar is inmiddels aangetroffen in onder meer Portugal, Spanje en Frankrijk. Om verdere verspreiding te voorkomen, moeten in getroffen gebieden soms grote aantallen bomen worden gekapt.
Ook andere organismen laten zien hoe groot het risico is. Zo vormt Xylella fastidiosa een ernstige bedreiging voor planten en bomen. Deze bacterie kan zich via insecten verspreiden en veroorzaakt ziekten waardoor planten verdrogen en uiteindelijk afsterven. In Zuid-Europa, zoals in delen van Italië, heeft dit geleid tot het massaal afsterven van olijfbomen en grote economische schade. Bij een besmetting moeten niet alleen zieke planten worden verwijderd, maar ook alle vatbare planten in de directe omgeving. Dit laat zien wat voor impact één onzichtbare meelifter kan hebben.
Daarnaast blijkt uit risicobeoordelingen dat sierplanten een belangrijke route vormen voor de introductie van nieuwe plagen, zoals bepaalde tripsen en boorkevers, die grote schade kunnen veroorzaken in de land- en tuinbouw.

Eén simpele keuze maakt verschil
Omdat de risico’s vaak onzichtbaar zijn, kun je met een simpele keuze veel problemen voorkomen. De belangrijkste boodschap is daarom concreet: neem geen planten, zaden of stekjes mee van je reis.
Wie toch iets groens wil meenemen, kan beter kiezen voor producten die aantoonbaar veilig en gecontroleerd zijn, zoals planten die binnen de EU zijn gekweekt en volgens de regels worden verhandeld. Deze zijn voorzien van een plantenpaspoort.
“Plantgezondheid stopt niet bij landsgrenzen,” zegt Thorwald Geuze, senior adviseur plantgezondheid bij de NVWA. “Door reizen en handel kunnen ziekten en plagen zich snel verspreiden. Het is belangrijk dat mensen zich bewust zijn van die risico’s en begrijpen dat juist hun eigen gedrag daarbij een rol speelt.”

Europese samenwerking
De aandacht voor dit onderwerp maakt deel uit van de bredere Europese campagne #PlantHealth4Life, een initiatief van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) en de Europese Commissie, samen met tientallen landen. De campagne richt zich op het vergroten van bewustzijn én het stimuleren van concrete acties door burgers.
Door heel Europa wordt samengewerkt om plantgezondheid beter onder de aandacht te brengen – van reizigers en hobbytuinders tot professionals in de sector.
Samen beschermen we plantgezondheid
Het beschermen van planten begint vaak met kleine, concrete keuzes. Door geen planten of zaden mee te nemen van vakantie, verklein je de kans dat schadelijke ziekten en plagen zich verspreiden.
Zo dragen we niet alleen bij aan het behoud van de natuur, maar ook aan een gezonde voedselproductie en een veilige leefomgeving voor de toekomst.
Tekst: NVWA
Foto’s: NVWA (leadfoto: paprika's in de kas bij een teler); EPPO; EFSA
