Satijnslak: comeback van een zachte sponzeneter
Stichting ANEMOONDuikers in de Oosterschelde komen de laatste tijd weer vaker een zeenaaktslak tegen met een opvallend uiterlijk. Het dier lijkt zo zacht als satijn, maar imiteert ook een zachte spons, zijn voedsel. Maak kennis met de Satijnslak, een fluweelzacht dier dat na jaren zeldzaamheid nu bezig lijkt met een bescheiden comeback. En dat roept vragen op.
Goed gecamoufleerd
De Satijnslak (Jorunna tomentosa) is een nogal onopvallend dier. De naam geeft al aan dat hij 'zacht' overkomt (tomentosa = donzig of fluweelachtig). Het lichaam is bedekt met kleine wratjes, die het een matte, bijna harige uitstraling geven. De kleur varieert van lichtgrijs tot gelig, met vaak donkere vlekjes aan de zijkant van de mantel, die lijken op de uitstroomopeningen van sponzen. Dat nabootsen van een ander organisme wordt mimicry genoemd en zorgt voor een uitstekende camouflage.
Voor duikers is het, ondanks dat hij ruim 5 centimeter groot kan worden, een soort die je makkelijk over het hoofd ziet – tot je oog erop getraind is. Dan zie je ze opeens. En de laatste tijd gebeurt dat vaker.
Kieskeurige eter
Net als bijna alle andere zeenaaktslakken is de Satijnslak qua voedselkeuze gespecialiseerd. Het dier eet uitsluitend sponzen. Favoriet is de Geweispons (Haliclona oculata), een vertakte zachte spons die op hard substraat groeit. Met zijn rasptong schraapt de slak stukjes sponsweefsel af. Daarvan blijven vaak duidelijke vraatsporen achter. Wie die herkent, weet dat er waarschijnlijk ergens in de buurt een actieve slak zit. Maar ook de typische, opgerolde, lintvormige ei-afzettingen zijn een signaal dat de Satijnslak niet ver weg is. Dan is het een kwestie van goed zoeken.

Minder sponzen en slakken
In de afgelopen jaren leek de geweispons op veel plekken in de Oosterschelde te zijn afgenomen. Oorzaken waren niet altijd duidelijk, maar veranderingen in waterkwaliteit, temperatuur en stroming hebben waarschijnlijk een rol gespeeld. Omdat de Satijnslak zo afhankelijk is van deze spons, kwamen ook de aantallen slakken onder druk te staan. Zonder voedsel verdwijnt immers ook wie daarvan afhankelijk is.
Recente toename
Maar de laatste tijd melden duikers juist weer vaker Satijnslakken. Tegelijkertijd zijn er ook signalen dat de Geweispons zich lokaal herstelt. Meer spons betekent meer voedsel en dus meer kansen voor de Satijnslak. In voetbaltermen: 'Da's logisch' (een soort 'een-tweetje'). Toch is voorzichtigheid geboden. Het kan ook zo zijn dat beide soorten toevalligerwijs gelijktijdig profiteren van bredere veranderingen in het Oosterschelde-ecosysteem. Het blijft opletten en er zijn meer gegevens nodig voor we echt kunnen constateren dat onze Satijnslakken weer, zoals dat heet, op fluweel zitten.

Meedoen
Duikers die helpen het onderwaterleven te monitoren en zo veranderingen in soorten en seizoenspatronen volgen, doen mee met het MOO, het Monitoringproject Onderwater Oever. Nieuwe waarnemers zijn altijd welkom!
Tekst: Lilian Schoonderwoerd en Rykel de Bruyne, Stichting ANEMOON
Beeld: Marion Haarsma (leadfoto: de Satijnslak kan wel 5,5 centimeter groot worden en behoort tot de grootste zeenaaktslakken in onze wateren. Exemplaar gefotografeerd bij Goese Sas in 2004); Wijnand Vlierhuis; Lilian Schoonderwoerd
