nog

Nieuwe spons voor Nederland: de Knobbelspons

Stichting ANEMOON
18-JAN-2026 - Sponzen om mee te badderen werden vroeger uit zee gevist en opgedoken. Sinds er synthetische sponzen zijn, laten duikers deze mega-filteraars meestal hun gang gaan. Ze kijken er uiteraard wel naar. Soms worden dan bijzondere ontdekkingen gedaan. Zoals een voor Nederland nieuwe sponzensoort, die onlangs in de Oosterschelde werd aangetroffen.

Sponzen zijn de oudste meercellige dieren op aarde. Er zijn fossielen bekend van meer dan 650 miljoen jaar geleden. Deze superfilteraars kunnen uiterst efficiënt in korte tijd bijna 90 procent van de in water aanwezige voedseldeeltjes opnemen. De uitgescheiden sponzenpoep vormt voedsel voor andere organismen. Koraalriffen steunen hier voor een belangrijk deel op. Hoewel er ook sponzen in zoet water voorkomen, leven de meeste in zee. Dat geldt ook voor de nieuwe spons, die duikers ver beneden het wateroppervlak in de Oosterschelde ontdekten.

Ontdekking

Duiklocatie Plompe Toren staat onder meer bekend om het voorkomen van de Roze slijmspons (Myxilla rosacea). Op zoek naar die sponzensoort kwam Mick Otten in november 2024 op een diepte van 16 meter, bij laag water, een tiental sponzen tegen die een duidelijk andere verschijningsvorm hadden dan de sponzen die hij kende. Ze waren tussen de 10 en 30 centimeter groot, oogden vrij massief en ze vormden kegelvormige lobben, langgerekte uitsteeksels, of een combinatie van beide. Hierop zaten de kleine knobbels, waarop later de Nederlandse naam gebaseerd werd. De sponzen werden gefotografeerd en er werd ook een monster verzameld en mee naar boven genomen.

De Knobbelspons (Mycale contarenii) onder water op duiklocatie Plompe Toren. De soort oogt vrij massief en kan zowel langgerekte uitsteeksels hebben (links) als kegelvormige lobben (zie leadfoto). Rechts: beide vormen, met daarop kleine knobbels

Sponsnaaldjes (spicula)

Boven water herkende ook duikgenoot Mikkel Suijker de soort niet. Hij nam een deel van het monster mee voor spicula-onderzoek. Spicula zijn microscopisch kleine, harde naaldjes van kalk of kiezel die in sponzen een ondersteunende of beschermende functie hebben. Veel sponzen zijn, behalve door onderzoek met DNA, eigenlijk alleen met zekerheid op naam te brengen aan de hand van de vorm van deze sponsnaaldjes. Wat meteen opviel, was dat deze lichtroze tot vuil bruinwitte, grof gerimpelde spons, met een grove rafelige binnenstructuur, geen slijm afgaf. De Roze slijmspons – de naam zegt het al – doet dat wél. Ook de microscopisch kleine sponsnaaldjes hadden een andere vorm. Een en ander wees in de richting van een Mycale-soort, waarvan we in ons land alleen de Gele aderspons (Mycale micracanthoxea) kennen. De nieuwe spons werd gedetermineerd als Mycale contarenii, hetgeen werd bevestigd door later onderzoek met een elektronenmicroscoop en door experts op het gebied van sponzen.

Elektronenmicroscoop en experts

De spicula van M. contarenii zijn te zien op de foto's. Een belangrijk kenmerk van de Knobbelspons is het ontbreken van uiterst minieme spicula. Deze zogenoemde micracanthoxea (van 5 tot 8 micrometer!) komen wél voor bij de Gele aderspons (Mycale micracanthoxea), die daar zijn soortnaam aan dankt. Om ze te zien is een elektronenmicroscoop nodig. Toen Suijker daarover de beschikking kreeg, zag hij in het monster geen micracanthoxea. Ook de om advies gevraagde sponzenexperts Rob van Soest en Nicole de Voogd van Naturalis Biodiversity Center zagen geen micracanthoxea. Zij bevestigden Suijkers determinatie van deze nieuwe Nederlandse spons.

Sponsnaaldjes (spicula) van de Knobbelspons, bekeken met de elektronenmicroscoop. Links: subtylostylen (naaldvormig, aan één zijde een stompe knop), sigma's (C-vormig, met puntige einden) en anisochela (niet -symmetrische ankertjes). Rechts: anisochela en sigma-spicula, sterker vergroot

Biotoop en verspreidingsgebied

Het verspreidingsgebied van de Knobbelspons strekt zich uit van de Britse eilanden tot aan de Golf van Guinee en loopt door in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. De sponzensoort komt voor van de onderste laag van het getijdengebied tot een diepte van 37 meter en kan worden aangetroffen op rotsachtige bodems, op stenen, schelpen van tweekleppigen, sessiele holtedieren en op de stelen van zeewieren. Er lijkt een voorkeur te zijn voor beschutte plaatsen waar de stroming niet te sterk is. Duiklocatie Plompe Toren is wat dat betreft niet typisch, want dit is juist een van de duikplekken in de Oosterschelde met een behoorlijke stroming. Bij latere duiken bij Plompe Toren werd de Knobbelspons overigens nog niet teruggevonden. Het spreekt vanzelf dat we andere duikers oproepen, ter plaatse en elders, om voortaan speciaal op deze soort te letten.

Samenwerking

Met dank aan Jaap Nijsse van Consistence Microstructure Research Laboratory voor het beschikbaar stellen van een elektronenmicroscoop, waarmee de foto’s zijn gemaakt. Rob van Soest en Nicole de Voogd van Naturalis Biodiversity Center danken we voor hun aanvullende onderzoek en bevestiging van de determinatie. Brendan Oonk en Floris Bennema gaven prima commentaar op het artikel waarop dit natuurbericht is gebaseerd. Het complete artikel, dat ook online te lezen is, verscheen in 'Het Zeepaard' (2025/4), het tijdschrift van de Strandwerkgemeenschap.

Tekst: Mick Otten en Mikkel Suijker, Strandwerkgemeenschap; Stichting ANEMOONKNNV Strandwerkgroep Waterweg-Noord; Rykel de Bruyne, Stichting ANEMOON
Beeld: Mick Otten (leadfoto: de Knobbelspons (Mycale contarenii) is genoemd naar de her en der aanwezige kleine knobbeltjes); Mikkel Suijker