Natuurjournaal 6 juni 2026
Nature TodayHet is piekvliegtijd voor onder andere de bruine korenbout, een soort van plassen, langzaam stromende beken en moerassen met rietkragen. Omdat volwassen libellen vaak nog moeten uitkleuren en er ook verschil in kleuren tussen beide seksen is, kan het nog lastig zijn om ze op naam te brengen, zeker als ze enkel een moment door je beeld zoeven. Uitgekleurde bruine korenboutmannetjes zijn niet erg bruin, maar blauw berijpt op het achterlijf. Ze lijken op mannetjes van platbuik en gewone oeverlibel. Het achterlijf van platbuiken is breder en mist de zwarte achterlijfspunt. Gewone oeverlibellen hebben die wel, maar die missen de zwarte vlekken aan de basis van hun vleugels. Ook zijn hun ogen minder blauw. Net uitgeslopen mannetjes en volwassen vrouwtjes van de bruine korenbout lijken ook op elkaar, hun achterlijf heeft een zwarte middenstreep op een oranje achtergrond.

De junikever en meikever zijn familie van elkaar, dat is ook wel te zien. Junikevers zijn ongeveer de helft kleiner dan meikevers en bedekt met een grijze beharing. Beide kevers houden zich natuurlijk niet strikt aan de maand waarnaar ze vernoemd zijn en ze komen ook wel ‘naast elkaar’ voor, maar de namen zeggen wel iets over wanneer het zwaartepunt van de waarnemingen doorgaans valt. “Ne meikever in april, is ne zot die niet weet wat hij wil”, zo luidt een Brabantse zegswijze. Als er zelfs een versje over is, dan moet er wel waarheid in zitten. Er is trouwens ook een julikever, maar daar houdt het wel op. Augustuskevers bestaan niet.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Tom Heijnen, Saxifraga; Mike Hirschler, IVN Deventer
