Kolibrievlinder, rups

Natuurjournaal 21 juli 2026

Nature Today
21-JUL-2026 - Zoek de rups van de kolibrievlinder en blinde bij imiteert honingbij.

De kolibrievlinder is een opvallende nachtvlinder uit de familie van de pijlstaarten. Ondanks dat het een nachtvlinder is, is hij vooral overdag actief. Zijn naam dankt hij aan zijn manier van vliegen: hij kan stil in de lucht ‘hangen’ voor een bloem, net als een kolibrie, terwijl hij met zijn lange roltong nectar opzuigt. Die tong kan wel 3 centimeter uitrollen! Daarmee bereikt hij nectar diep in bloemen, waar veel andere insecten niet bij kunnen. Bovendien hoeft hij, dankzij zijn zweefvlucht, niet op de bloem te landen. De vlinder zelf kan je nu vinden, maar ook de rupsen. Op de achterzijde van de rups zit een opvallende, blauwe ‘staartdoorn’ met een oranje puntje. Die lijkt gevaarlijk, maar is volledig onschuldig. Hier komt de naam van de vlinderfamilie vandaan, dat staartje bij de rupsen. De rupsen van de kolibrievlinder voeden zich vooral met onder andere geel walstro en kleefkruid en dat is zo’n beetje overal in Nederland wel te vinden. Snel op zoek!

Een andere verklaring voor de naam is dat men dacht dat de blinde bij niets kon zien vanwege de rijen haartjes op de ogen

De blinde bij is niet blind en het is ook geen bij, maar een zweefvlieg. De soort die meestal met deze naam wordt bedoeld is de gewone blinde bij. Deze zweefvlieg lijkt sterk op een honingbij, wat hem bescherming biedt tegen predatoren. Honingbijen kunnen steken met hun angels, blinde bijen hebben die niet en zijn dus totaal ongevaarlijk. Andere insecteneters zullen hem met rust laten. Mimicry heet dat, je gevaarlijker voordoen dan je bent. Dat ‘blind’ zou te maken hebben omdat men wel begrepen had dat hij niet gevaarlijk is voor mensen? Hoe dan ook: het heeft niets te maken met slecht kunnen zien. Integendeel, zweefvliegen hebben juist grote, goed ontwikkelde ogen. Momenteel kan je ze overal vinden waar ‘lekkere’ bloemen te vinden zijn.

Tekst: Mike Hirschler, IVN Deventer
Beeld: Greet Zwartjes-Kruiswijk; Mike Hirschler