Ik zie, ik zie wat ik eerst niet zag: nature journaling opent je ogen
Atlas LeefomgevingMijn eerste kennismaking met nature journaling begint met een artikel in Illuster, het alumniblad van de Universiteit Utrecht. Daarin lees ik over Arija Jansen, die workshops nature journaling geeft. Ik word gelijk enthousiast, want ik ben graag buiten, houd een dagboek bij en schets wel eens wat. Bovendien blijkt dat Arija bij hetzelfde instituut heeft gewerkt als ik. Dat schept alvast een band. ‘Door kleine schetsjes te maken, ontdek je meer over wat je ziet en beleef je natuur op een andere manier’, lees ik. Ik vergaap me aan de prachtige foto’s van Arija’s nature journal. Dat wil ik ook wel leren! Als ik zie dat ze ook een workshop in Zeist geeft, schrijf ik mij direct in.
Hoe meer pootjes, hoe beter
Arija Jansen heeft een PhD in genetica en deed daarnaast de lerarenopleiding biologie. Ze is ook IVN-natuurgids, vertelt ze tijdens de workshop bij de Boswerf in Zeist. “Met nature journaling breng ik alles samen wat ik leuk vind: observeren, tekenen, noteren en uitpluizen.” Arija begon met botanisch tekenen in haar tuin, maar vijf jaar geleden ging ze over op nature journaling. Dat vond ze nog leuker: eropuit trekken in de natuur en vastleggen wat haar opvalt, of het nu een bloem, insect of onkruid is.
Arija laat haar eigen natuurdagboek zien. “Hier bestudeerde ik het blad van Ginkgo biloba. Omdat biloba ‘twee lobben’ betekent, vroeg ik mij af hoeveel bladeren daadwerkelijk een inkeping hebben: van de 42 slechts twee.” Of ze ook persoonlijke favorieten heeft? “Ik ben dol op vleesetende planten, dinosaurusfossielen en insecten — hoe meer pootjes, hoe beter.”

Merk op, vraag je af, denk aan
Ik ben erg onder de indruk van Arija’s tekeningen. ‘Ik kan niet tekenen’, is mijn eerste gedachte. Maar volgens Arija hoeven de tekeningen geen kunstwerken te zijn. Het gaat niet om het tekenen, maar om het observeren. Niet voor niets luidt het citaat: “Tekenen is eigenlijk 80 procent kijken en maar 20 procent je potlood bewegen.” Bovendien beginnen we met drie vragen:
- Ik merk op dat… - Wat zie, hoor, voel en observeer je?
- Ik vraag me af of... - Wees nieuwsgierig en stel vragen.
- Dit doet me denken aan… - Verbind je observaties aan dingen die je al kent.
Als wetenschapper ben ik gewend om vragen te stellen. Dat moet wel gaan lukken! De vragen komen van de Wild Wonder Foundation, die mensen via nature journaling dichter bij de natuur brengt. Ik vind het leuk dat er een hele wereld schuilgaat achter nature journaling, compleet met inspirerende instructievideo’s van initiator John Muir Laws, een online community en een podcast.

Bloedrode heidelibel
Voor we aan de slag gaan, maken we eerst een verkenningsrondje in de tuin. Bij een vijver, half in de zon en half in de schaduw, horen we meteen gezoem. Er staat bloeiende marjolein waar veel hommels op afkomen. “Ah”, zegt Arija. “Dit is echt een insectenmagneet.” Zelf ben ik nog niet echt onder de indruk. Ik heb een tuin vol marjolein en kijk vaak naar de hommels. Er is vast niks bijzonders te zien.
Arija pakt haar nature journal en kijkt aandachtig om haar heen. Al snel begint ze te tellen. “Ik zie zo al tien insecten. Kijk, daar: een honingbij, een aardhommel en een pyjamazweefvlieg. En daar een blinde bij. Dat is eigenlijk geen bij, maar een zweefvlieg.” En dan zien we een libel. Het is een bloedrode heidelibel die netjes stil blijft zitten op een blad totdat een prooi langsvliegt. Wat bijzonder! Zonder natuurgids Arija en dat moment van stilstaan was ik er zo voorbij gelopen.

Van kegels naar slangentongetjes
We lopen verder. Ik ben blij dat we in de schaduw komen, want het is heet. Arija raapt twee kegels op en vraagt ons goed naar de verschillen te kijken. Bij de ene staan de schubben verder open, zie ik. Ze blijken uit verschillende bomen te komen. De kegel van de douglasspar heeft zogenaamde ‘slangentongetjes’ die tussen de schubben uitsteken. “Je kunt de douglasspar herkennen aan de bast”, legt Arija uit. “Die lijkt op bastognekoeken.” Ik merk dat ik beter ga kijken – handig, zo’n herkenbaar geheugensteuntje.
Iets verderop staat de grove den, waar de andere kegel vandaan komt. Ook iets gewoons als een kegel wordt dus bijzonder als je beter kijkt. Later lopen we langs een plant met lange stelen en mooie paarse bladeren. Zal ik die proberen te tekenen? Of is dat te moeilijk?

Even groot als de Hongaarse acanthus
Nu mag ik het zelf proberen. De plant die me tijdens onze verkenning al opviel, wordt mijn onderwerp. Gewapend met pen, papier, verf en een loep ga ik zitten. Eerst maar eens kijken wat ik voor me heb. Volgens de app ObsIdentify is het een Hongaarse acanthus. Arija gebruikt ook ObsIdentify, maar pakt er liever een plantengids bij. Volgens haar beklijft de kennis dan beter. En je leert meteen hoe je planten indeelt en kunt herkennen aan bijvoorbeeld het blad.
Ik weet eigenlijk niet eens zeker waar ik naar kijk: is dat paarse nou een bloem of een blad? Dan zie ik ook lichtroze bloemetjes die onder het blad uitsteken. Een hommel vliegt op zo’n bloempje af en verdwijnt er helemaal in. Zou het paarse blad de bloem misschien drooghouden? Handig voor de hommel.
Tekenen dwingt me beter te kijken – en hoe beter ik kijk, hoe meer er te tekenen valt. De lange, rechte stengel staat zo op papier. Maar van bovenaf zie ik ineens dat de vier schutbladeren helemaal niet symmetrisch zijn. Ik kijk, teken, kijk opnieuw en pas aan. Ook de stengels verschillen in lengte. Eén is ongeveer 1,60 meter: net zo lang als ik. Op de grond vind ik een uitgebloeid bloempje, met de meeldraden er nog in. Die ga ik in mijn boekje plakken. Verderop zie ik aan de plant dikke, groene vruchtjes waar eerst bloemen zaten. Mijn tekening groeit mee met wat ik ontdek. Dan komt Arija langs. Nog vijf minuten. “Misschien kun je een kleurenpaspoort maken. Dan kun je het later inkleuren.”

Kleur bekennen
Ik pak het bakje verf erbij. Hoe krijg ik de juiste kleur groen van het blad? Ik probeer wat en houd mijn boekje naast de plant. Ja, dit komt aardig in de buurt van de echte kleur! Maar de steel is weer wat lichter. Ik zie ineens dat er een paars streepje in de steel zit en merk dat de blaadjes niet helemaal paars zijn, maar alleen de randen. Ik begin de plant steeds mooier te vinden en het kleuren dwingt me nog beter te kijken. Als ik mijn potloodschets later thuis inkleur, lijkt het ineens veel meer op de echte plant. Ik voel me haast zo’n naturalist als Carl Linnaeus, die naar Lapland reisde om nieuwe planten en dieren in kaart te brengen.
Verwondering
Mijn eerste nature journalpagina is af. Ik ben best tevreden over de tekening. Maar belangrijker nog: het tekenen riep een gevoel van verwondering op. Bij de Hongaarse acanthus was ik even één en al aandacht. Lekker op mijn kruk buiten voelde ik een zacht briesje langs mijn rug. Achter mij renden twee jongens voorbij. Eentje had wat gezien en riep: “Kom mee, dit is fantastisch.” Hoe goed de schets is, doet er eigenlijk niet zo toe. Door te tekenen ontstond dat moment van verwondering – en de schets bewaart het.
Een paar dagen later loop ik mijn vaste rondje door de buurt. Op een stuk waar ik al tientallen keren langs ben gekomen, zie ik ineens vier vlinders. Zaten die hier altijd al? Mijn nature journal heb ik niet bij me, maar blijkbaar heeft het journalen wel iets in gang gezet. Ik kijk anders. En dat maakt mij nieuwsgierig. Bezoeken die vlinders ook de marjolein in mijn tuin? Zoals Arija zei: “Veel mensen die met nature journaling aan de slag gaan, ontwikkelen een fascinatie voor het één of ander. De één gaat voortaan altijd op pad met een plantengids, de ander maakt een hele studie van kegels.” Ik vind vlinders leuk, maar die zijn wel lastig te tekenen. Het lijkt mij leuk om de groei en bloei van de eetbare planten op mijn balkon te schetsen. Misschien wordt dat míjn fascinatie. En ik kan er nog lekker van eten ook.
Drie tips voor je nature journal
Voor nature journaling hoef je niet naar een bijzonder natuurgebied: je kunt gewoon in je eigen tuin of buurt beginnen. Hier drie ideetjes:
- Zoek een monumentale boom in jouw buurt met de kaart Monumentale bomen van Atlas Leefomgeving. Deze bomen van meer dan 80 jaar oud hebben vaak een mooie vorm en bast, waardoor ze leuk zijn om na te tekenen. Denk bijvoorbeeld aan de donkergroene plakkaten op de lichtgrijze bast van een plataan.
- Verzamel een afgevallen blad of bloem en plak die bij je schets. Een foto is ook leuk om erbij te plakken en handig als je de tekening later wil afmaken of als je onderwerp er op pootjes of vleugels vandoor gaat.
- Zet ook je andere zintuigen in: ruik, voel, proef of luister. Maak bijvoorbeeld een kaart van alle geluiden die je om je heen hoort. Wees creatief: gebruik symbolen, diagrammen, woorden, lijnen of schetsen. Pak de kaart Geluid in Nederland erbij als je wil weten waar (verkeers)geluid vandaan komt. Helpen natuurgeluiden om verkeersgeluid te maskeren?
Meer informatie
- Bezoek de website van Arija of de Wild Wonder Foundation voor instructies.
- 14 tinten groen | Atlas Leefomgeving
- Natuurdwalen in een park of natuurplek, leg persoonlijke herinneringen, geuren, geluiden en emoties vast.
- Maak ook eens een gedicht in je nature journal. Poëzie is overal, als je maar goed kijkt | Atlas Leefomgeving.
Tekst: Dieneke Schram-Bijkerk, Atlas Leefomgeving
Beeld: Arija Jansen; Dieneke Schram-Bijkerk; Eline Wester; Kees Marijnissen, Saxifraga; Rutger Barendse, Saxifraga; Atlas Leefomgeving

