Natuurlijke tuin met streekeigen planten

"Wat ben ik eigenlijk aan het doen?" Tuincoach Pieter Swinkels leerde zijn tuin loslaten

IPC Groene Ruimte
4-SEP-2026 - Veel mensen willen bijdragen aan meer natuur in hun omgeving, bijvoorbeeld in hun eigen tuin. Maar waar begin je? Pieter Swinkels, tuincoach voor de gemeente Nunspeet, pleit voor natuurlijk tuinieren: laat het idee van een ‘nette’ tuin los en geef de natuur meer ruimte. Wat vaak rommelig of ongewenst lijkt, kan juist laten zien dat de natuur haar werk doet met verrassend mooie gevolgen.

Juist nu droogte grote delen van Europa in zijn greep heeft, wordt zichtbaar hoe kwetsbaar ons ideaalbeeld van de ‘nette’ tuin kan zijn. Kort gemaaid gras, kale grond en geordende plantvakken zijn we in de afgelopen eeuwen mooi en verzorgd gaan vinden. Maar dit ideaalbeeld sluit niet goed aan bij wat bodem, planten en dieren nodig hebben. En in tijden van droogte hebben juist dit soort ‘opgeruimde’ tuinen het extra moeilijk, al helemaal als je niet elke dag met de tuinslang in de weer wilt of kunt zijn.

Hoezo hoort het zo

Dat korte gazons zo normaal zijn geworden, heeft vooral met cultuur te maken. Strak gemaaid gras en bloemperken werden ooit een statussymbool voor de adel uit Engeland: het liet zien dat er tijd en geld was om het door anderen te laten onderhouden. Dat idee werd overgenomen door meer groepen in de samenleving en inmiddels zijn veel mensen eraan gewend geraakt dat tuin en openbare ruimte er zo uit ‘horen’ te zien. Maar hoezo hoort het eigenlijk zo? Deze vraag opent de deur naar een andere aanpak en een ander soort tuin.

Niet te veel ingrijpen

Wilde marjolein tussen de opritsteentjes

Natuurlijk tuinieren is kort gezegd een manier van tuinieren waarbij de natuurlijke processen het meeste werk voor je doen. In zijn eigen tuin laat Pieter Swinkels zien wat tuinieren met natuurlijke processen betekent: loslaten en niet te veel willen ingrijpen. Dat heeft hij de afgelopen jaren zelf ook geleerd. "Ik heb geen groene achtergrond: mijn opleidingsachtergrond ligt in de commerciële economie. Vier jaar geleden knipte ik ook nog gewoon de kantjes in mijn tuin en verticuteerde ik m’n grasveld. Tot ik dacht: wat ben ik eigenlijk aan het doen?"

Een mooi voorbeeld is de wilde marjolein die spontaan tussen de steentjes in zijn oprit opkomt. Waar zo’n plant eerst misschien wordt gezien als iets wat ‘niet hoort’, kan het na verloop van tijd bewondering opwekken voor wat vanzelf verschijnt. Dat wennen hoort bij de omslag naar natuurlijker tuinieren. Want wat we nu nog vaak normaal vinden in de tuin – strakke randen, kort gemaaid gras en kale grond – is niet per se wat de natuur nodig heeft.  

Een strak gemaaid gazon lijkt netjes, maar in warme perioden kan kort gras sterk opwarmen. Langer gras blijft koeler en biedt bovendien schuilplekken en voedsel voor allerlei dieren, zoals krekels, kevers en vogels. In langer gras verschijnen vaak vanzelf meer soorten, van paardenbloemen tot klavers en andere kruidachtigen. Hierbij benadrukt Pieter de rol van de paardenbloem in het gras. "Die paardenbloem verdient meer waardering dan hij vaak krijgt. Met zijn diepe penwortel haalt deze plant essentiële mineralen naar boven en de bloemen zijn een belangrijke voedselbron voor ruim honderd soorten wilde bijen."

"Dat korte gras wordt in zo’n droge periode als we nu hebben ook veel sneller geel dan lang gras", aldus Pieter. "Dat geel worden is trouwens niets om je zorgen over te maken hoor, geel gras is niet dood, zwart gras is dood. Geel gras kleurt na regen gewoon weer groen. Door een gazon niet steeds te besproeien, kan het juist sterker worden."

Laat de bodem voor je werken 

In een natuurlijke tuin is de bodem geen kale ondergrond die voortdurend moet worden geschoffeld of aangevuld. Het is een levend systeem. Bladeren, takjes en ander organisch materiaal kunnen planten voeden, de bodem beschermen tegen uitdroging en regenwater beter vasthouden. Zo werkt gevallen blad als een soort spons: het helpt water op te nemen en langer beschikbaar te houden in droge perioden.

Bedenk daarbij wel, zegt Pieter, dat niet al het blad dezelfde behandeling hoeft te krijgen. Blad van sommige soorten, zoals Amerikaanse eik, breekt bijvoorbeeld slecht af en kan de bodem afsluiten. Maar veel ander blad kan juist blijven liggen als voedsel voor bodemleven, planten en bomen. Bomen waaronder het blad steeds wordt weggehaald, krijgen minder voeding terug uit hun eigen kringloop. Een ander voorbeeld dat Pieter aanhaalt is dat een bedekte bodem ook tegen ongewenste kruiden kan helpen. Waar de bodem niet kaal is gemaakt, krijgen zaden minder kans om massaal te kiemen. "Zo wordt minder doen soms juist een slimme vorm van beheer."  

Kies voor streekeigen planten 

Pieter Swinkels bij zijn natuurlijke (helofyten)waterfilter

Wie natuurlijk wil tuinieren, doet er goed aan om uit te gaan van inheemse en streekeigen planten. Niet elke plant die aantrekkelijk lijkt voor vlinders of bijen, past ook in de omgeving. Een vlinderstruik kan bijvoorbeeld veel insecten trekken, maar biedt laagwaardige nectar. Het is ook een exoot die zich gemakkelijk kan verspreiden en in natuurgebieden kan concurreren met inheemse planten. "Plant die dus niet in je tuin als je nabij een natuurgebied woont."

Streekeigen planten sluiten beter aan bij de bodem, het klimaat en de dieren die in een gebied voorkomen. Aan de kust leven andere insecten dan in Limburg, omdat de omstandigheden daar anders zijn. Planten, bacteriën, schimmels, insecten, vogels en zoogdieren vormen samen een netwerk waarin soorten op elkaar zijn afgestemd.

"Wie alleen nectarplanten kiest, legt als het ware een snackbar aan"

"Het redeneren vanuit dieren is echter best lastig", zegt Pieter. "Wie alleen nectarplanten kiest, legt als het ware een snackbar aan. Maar veel insecten hebben ook specifieke waardplanten nodig om zich voort te planten. Zonder die planten is er wel voedsel, maar geen plek voor de volgende generatie."

Een bekend voorbeeld is de brandnetel, waarop veel vlinders hun eitjes afzetten. Ook witte dovenetel laat mooi zien hoe verfijnd de samenwerking tussen plant en dier kan zijn: deze plant is afgestemd op hommels en bevat markeringen als ‘landingsplaats’ die voor hommels zichtbaar zijn in ultraviolet licht.

Begin klein en bouw rustig op 

Voor wie niet vanzelfsprekend van tuinieren houdt, helpt het om klein te beginnen, aldus Pieter. Eén vierkante meter is al genoeg om ervaring op te doen. Wip je tegel en werk met de vaak zandige, schrale grond die daaronder vandaan komt – juist daar doen veel inheemse planten het goed. Meng het zand met een beetje grond en dek het af met wat mulch: bladeren, gras, houtsnippers, stro, compost en stukjes snoeihout. Zo blijft vocht beter behouden en krijgt nieuw leven de kans om op gang te komen. Door daarna goed te kijken wat er groeit, wat werkt en wat plezier geeft, ontstaat vanzelf meer inzicht en vertrouwen.

Let daarbij wel goed op de grondsoort en kies zaden en planten die daarbij passen. Gebruik bij voorkeur biologisch uitgangsmateriaal, zodat bijen en vlinders niet alsnog worden blootgesteld aan resten van bestrijdingsmiddelen.

Variatie maakt de tuin aantrekkelijker voor mens en dier. Combineer bijvoorbeeld inheemse vaste planten met het stukje schrale grond voor zomerkruiden en eventueel soorten die ook in de winter groen blijven. Zo ontstaat een tuin die niet alleen op één moment mooi is, maar het hele jaar door iets te bieden heeft.

Minder ingrijpen, meer leven 

Droogte maakt duidelijk hoe belangrijk de juiste plant op de juiste plek is. Op droge zandgrond in de zon horen planten die tegen die omstandigheden kunnen. Dan is voortdurend water geven niet nodig, behalve bijvoorbeeld bij planten in potten. De rest van de tuin kan veel veerkrachtiger worden wanneer bodem en beplanting bij elkaar passen.  

Ook schoffelen en onnodig betreden kunnen beter worden vermeden. Hiervoor heeft Pieter zelf stapstenen in de borders aangelegd. "Zelfs lopen door de tuin kan de bodem verdichten, waardoor lucht, wortels en water minder ruimte krijgen", zegt hij. "Onder de grond bevindt zich een groot deel van de biodiversiteit: kleine dieren, bacteriën en schimmels die onmisbaar zijn voor de vitaliteit van planten boven de grond. Wie de bodem met rust laat, geeft dat verborgen leven de kans om zijn werk te doen."

Natuurlijk tuinieren begint daarmee niet bij de vraag hoe een tuin eruit moet zien, maar bij wat er op die plek gebeurt. Het gras dat in een droge zomer geel kleurt, het blad onder een boom of de plant die zelf een plek tussen de stenen vindt, hoeft niet meteen te worden gecorrigeerd. Soms is eerst kijken genoeg. En wie dan denkt dat het anders ‘hoort’, kan zichzelf dezelfde vraag stellen waarmee Pieter naar zijn eigen tuin leerde kijken: hoezo eigenlijk?

Tekst en beeld: Lieke Willems, IPC Groene Ruimte