Natuurjournaal 3 september 2026
Nature TodayNachtvlinders zijn nu nog prima te bekijken. Doe dit weekend bijvoorbeeld mee met een initiatief in jouw buurt tijdens de Nacht van Verwondering. Er zijn diverse manieren om nachtvlinders te lokken. Dat kan je met een wit laken en licht doen, maar je kan ook vlinders stropen of smeren. Je smeert dan een zoet goedje – iedere zichzelf respecterende vlinderaar zweert bij een eigen recept – op een boomstam, en wachten maar. Een van de vlinders die je dan in het licht van je zaklantaarn kan zien zitten snoepen is de wachtervlinder. Die herken je aan de niervlek met twee kleine satellietvlekjes aan weerszijden op de voorvleugel. De kleur van de niervlek varieert van wit tot roomgeel, oranje of oranjebruin – soms per vleugel van dezelfde vlinder! Vlinders die vers uit de ondergrondse cocon zijn gekropen, kunnen een blauwachtige glans hebben. Ga je te werk met een laken, dan kan je daar trouwens óók wachtervlinders op verwachten, ze zijn niet zo moeilijk. Een soort die een beetje meewerkt, dat zien we graag.

Vooral ’s winters kom je ze regelmatig in je vensterbank tegen: groene gaasvliegen of goudoogjes. Er zijn meerdere soorten van. Gaasvliegen zijn insecten met doorzichtige, ragfijn geaderde vleugels, die ze als een dakje gevouwen houden in rust. Heel lieflijk allemaal, totdat je er een keer eentje in larvevorm ziet. Je ziet meteen dat de larven van gaasvliegen jagen op het een en ander. De holle kaken aan de kop zijn enorm. Ze grijpen er prooien mee en kunnen die meteen leegzuigen. De larven van het goudoogje worden niet voor niets als biologische bestrijders gebruikt. Ze maken gehakt van met name grote hoeveelheden bladluis, maar ook van ander gespuis dat bijvoorbeeld het fruit in boomgaarden aantast. Zie je de larven van zo’n gaasvlieg over het fruit kruipen, dan eten ze daar niet zelf van. Ze gebruiken het als jachtgebied.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Zoran-Bozovic, Saxifraga (leadfoto: de niervlekken van deze twee wachtervlinders zijn verschillend gekleurd); Donald Hobern, Wikimedia Commons
