Een bijenruiter op Werk aan de Waalse Wetering

Bijenruiter biedt nestgelegenheid voor insecten

EIS Kenniscentrum Insecten, Landschap Erfgoed Utrecht
2-SEP-2026 - Achttien insectensoorten maken dankbaar gebruik van de geplaatste bijenruiters binnen het project de Hollandse Bijenlinie. Zowel wespen als bijen voelen zich er thuis en bewonen de bijenruiter in sommige gevallen zelfs al binnen twee weken na plaatsing. Het initiatief is een succes!

Nestgelegenheid creëren voor wilde bijen en solitaire wespen kan een heuse uitdaging zijn. Je hebt zogenoemde grondnestelaars, die hun nestjes maken in het zand, en bovengrondse nestelaars. Soorten in de laatste groep leggen hun eitje, samen met een eiwitvoorraad in de vorm van prooien of stuifmeel, in planten. Deze gasten van plantenstengels kiezen daarvoor soorten als braam, riet of merghoudende takken. Juist deze planten worden in de winter door beheerders in natuurgebieden afgemaaid om verruiging – ook wel verbossing genoemd – te voorkomen. Plant en nestje verdwijnen daarmee in één klap op de composthoop. Het is ontzettend belangrijk dat deze planten in de winter deels blijven staan: juist in die vegetatie overwinteren de insecten van volgend jaar. Vooral veel wespen die van braam afhankelijk zijn hebben het nakijken, omdat deze plant in de winter vaak volledig wordt afgemaaid.

Vrouwtje van de zwartgespoorde houtmetselbij.  Deze soort nestelt onder andere in braamDe grote muurwesp maakt haar nestje graag in rietstengels of bamboestokken

De bijenruiter als oplossing

Maaien is nodig om verruiging van het gebied te voorkomen, maar er moet ook huisvesting voor deze insecten overblijven, zowel in de zomer als in de winter. Is er een oplossing? Binnen het project de Hollandse Bijenlinie zijn er achttien zogenoemde bijenruiters geplaatst. Het idee erachter was simpel: zou een kunstmatige constructie van takken en merghoudende of holle plantenstengels een oplossing zijn die nestgelegenheid biedt die ook in de winter aanwezig blijft? Het bouwwerk wordt gevuld met allerlei plantenmateriaal dat geschikt is voor bestuivers en wespen, en wordt geplaatst in het terrein waar maaien onvermijdelijk is.

Het idee van de bijenruiter is afgeleid van de muizenruiter: een constructie van takken en hooi ontworpen om muizen een fijne verblijfplaats te geven, afgeleid van een oude manier om hooi te drogen. De bijenruiter wordt gevuld met verschillende materialen en geplaatst op een zonrijke plek. De inhoud van de ruiter bestaat uit drie lagen: een laag gras, een laag met merghoudende stengels zoals braam, vlier en kruldistel en een laag riet. Compostering van de materialen wordt tegengegaan door het bouwwerk te plaatsen op een windrijke plek, in de zon, en door de verschillende etages zo te bouwen dat er lucht door heen kan stromen. Door het hoge aanbod aan verschillende planten in de bijenruiter biedt deze nestgelegenheid aan veel meer soorten dan bijvoorbeeld een standaard bijenhotel. Bovendien bestaat de constructie uit terreineigen materiaal en oogt het natuurlijk.

Nestjes zijn te herkennen in braam door de geknaagde gangetjes, hier te zien in het midden van de foto

Een huis voor veel verschillende soorten

Afgelopen lente en zomer is de aanwezigheid van nestelende insecten in de bijenruiters gemonitord. De resultaten waren verbluffend! Sommige bijenruiters waren al binnen twee weken na plaatsing bewoond en mysterieuze soortgroepen, zoals verschillende wespen, lieten zich graag zien. In totaal zijn er achttien soorten insecten met een nest aangetroffen in de bijenruiters. De gevonden soortgroepen zijn zeer uiteenlopend: er zijn bijen als zwartgespoorde houtmetselbij, kleine tuinmaskerbij, kauwende metselbij, er werden goudwespen gevonden, zoals blauwgroene drietandgoudwesp, en andere wespen, zoals  luizendoders, muurwespen en pottenbakkerswesp. Andere soorten die niet wonen in de bijenruiter vonden er jachtgelegenheid of een lekkere opwarmplek. Denk aan Franse veldwesp, Europese hoornaar en insecten van een andere orde: waterjuffers. De bijenruiter op Fort Rijnauwen had een extra bijzondere bewoner: een muis. Dit is positief, want hommels als de aardhommel woont het jaar erop graag in gebruikte muizenholletjes.

Een succes!

De bijenruiter kan de nestproblematiek deels oplossen. Zeker in gebieden waar braam echt gemaaid moet worden, biedt de structuur een passende oplossing. De bijenruiters op Fort ’t Hemeltje waren het meest succesvol: in totaal werden er dertien verschillende soorten bewoners geteld! Hopelijk worden er in het land nog meer bijenruiters geplaatst. In 2027 zullen de bijenruiters opnieuw worden gemonitord. Wellicht wordt de lijst met bewoners dan verder aangevuld. Kijk op de website van Landschap Erfgoed Utrecht als je zelf een bijenruiter wil maken.

Tekst: Wouke Willemijn van Hees, Landschap Erfgoed Utrecht en Johan van 't Bosch, EIS Kenniscentrum Insecten
Beeld: Wouke Willemijn van Hees (leadfoto: een bijenruiter op Werk aan de Waalse Wetering); Rudy Offereins

Speciale dank aan: Staatsbosbeheer Utrecht West voor het meedenken over de bouwconstructie en Flor Rhebergen voor het determineren van de wespen.