Natuurjournaal 31 augustus 2026
Nature TodayKwartels zijn heel klein, niet veel groter dan een spreeuw en heel schuw. Je ziet ze eigenlijk nooit, omdat ze verborgen leven. Ze bewegen zich grotendeels ongezien in ruige graslanden en graanakkers. Maar er is dit jaar sprake van een soort invasie van kwartels. Dat betekent dat je ze nu in bovengenoemde gebieden wel kan horen. Het zijn de mannetjes die roepen, met een specifiek geluid: tjuup-te-tjuup, tjuup-te-tjuup! Onder vogelaars heet het ook wel ‘kwik-me-dit, kwik-me-dat’. Als je dat geluid eenmaal hebt gehoord, vergeet je het nooit meer! Trek een mooi gebied in met ruigten en/of graanakkers en wie weet … misschien vang je nu zelfs een glimp van ze op.

Als je even wacht tot een boomblauwtje op een blad gaat zitten, kan je 'm wat wonderlijks zien doen: de vlinder wrijft de achtervleugels ritmisch langs elkaar heen. Ik vond er verschillende verklaringen voor. Als het een mannetje is, zou hij bezig kunnen zijn met het vrijlaten van feromonen uit speciale geurschubben, of androconia. Alleen, die structuren zitten op de bovenkant van hun voorvleugels. Het zou dan wellicht logischer zijn om juist de vóorvleugels tegen elkaar te wrijven om de androconia te activeren. Maar wie weet belemmert de anatomie van de vlinder deze beweging, dus wrijven ze met hun achtervleugels tegen hun voorvleugels voor het effect. Wat nu, als je een boomblauwvrouwtje met haar vleugels ziet wrijven? Zij heeft geen androconia. Misschien is het dan wel om een vijand (jij, die naar haar zit te kijken!) af te schrikken. Andere blauwtjes – en vlinders uit andere families – kennen deze afleidingsmanoeuvre ook. Bij soorten die 'staartjes' aan hun achtervleugels hebben is het nog effectiever. Het lijkt dan of hun achterkant een bewegende kop met voelsprieten is. Een zichtjager, zoals een vogel, hapt in de verkeerde kant en de vlinder komt er hopelijk alleen met gehavende achtervleugels vanaf!
Tekst: Mike Hirschler, IVN Deventer; Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Mike Hirschler; Kars Veling
