Behalve zeepaarden nu ook zadels in zee
Stichting ANEMOONEen zeepaard is een vis, maar een paardenzadel een schelpdier. Horen ze bij elkaar? Ja en nee. Ja: ze komen beide uit zuidelijke gebieden, maar zijn inmiddels ook in onze wateren te vinden. Ja: ze ontlenen hun naam aan het enige dier dat geen poten of een kop heeft, maar benen en een hoofd. Nee: deze zadels horen niet op de rug van het boeiende visje. Een laatste ja: beide zijn de moeite waard om onder water naar uit te kijken.
Nederlandse zeepaardjes
Over zeepaardjes in onze kustwateren is veel gezegd en geschreven. Het Kortsnuitzeepaardje begon zich ongeveer twintig jaar geleden vaker voor de cameralens van duikers te vertonen. Het zijn leuk uitziende dieren met een boeiende leefwijze. De mannetjes hebben op hun buik een broedbuidel. Het vrouwtje plaatst eitjes in de buidel, waar ze zich ontwikkelen en na een tijdje uitkomen. Hij is dus zwanger en bevalt van de babypaardjes. Zeepaardjes planten zich inmiddels voort in Zeeland en worden ook steeds vaker in het Waddengebied gezien. Triest genoeg spoelen ze ook vaker aan.
Kortsnuitzeepaardje in de Oosterschelde (Bron: Bert Peters)
Zadels in zee
Het Paardenzadel (Anomia ephippium) is een onopvallend, vreemd uitziend tweekleppig schelpdier dat vragen oproept. De schelp kan tot zes centimeter worden, maar is vaak kleiner. De kleppen zijn ongelijk van vorm. De bovenste schelpklep is wat boller en dekt de onderste af. Die onderklep is 'plat met een gat' (komen we zometeen op terug) en dun. De kleur kan variëren van geelwit tot glanzend roze en bruinrood. Paardenzadels leven niet vrij in of op de zeebodem, maar vastgehecht op een harde ondergrond. Vaak is dat een andere tweekleppige, zoals een mantelschelp of een oester. Ze lijken op een kleine oester, maar hebben een totaal andere bouw en aan de binnenkant niet één kommavormig spierindruksel, maar 3 karakteristiek gevormde indruksels. De naam is goed gekozen. Ze zitten altijd ergens bovenop en de bolle klep heeft regelmatig de vorm van een paard(rij)zadel. Dat zit ook in de wetenschappelijke naam, afgeleid uit het Oud Grieks: ἐπί (epí) = bovenop, ἵππος (híppos) = paard. Het Paardenzadel was in de Nederlandse wateren altijd zeldzaam, maar dat is nu veranderd.

Recente opkomst?
Paardenzadels trekken de laatste jaren de aandacht. Onder meer uit de omgeving Dreischor (Grevelingenmeer), komen regelmatig meldingen van duikers. Opvallend voor een soort die vroeger zeldzaam was. Er zijn historische meldingen uit de omgeving van Yerseke en Kattendijke. In oudere literatuur wordt beschreven dat ze soms met geïmporteerde oesters vanuit Frankrijk in Nederland terechtkwamen. Ook latere meldingen zijn vooral uit de omgeving van Yerseke, aangevoerd met materiaal uit Frankrijk of Ierland, maar inmiddels lijkt de soort zich stevig verankerd te hebben in onze Oosterschelde.
Oosterschelde Boven Water
Vorige week zondag, 23 augustus 2026, stonden de mensen van 'Oosterschelde Boven Water' weer bij het haventje in Burgsluis. Met ‘s ochtends verzamelde dieren en wieren in aquaria laten ze het bijzondere onderwaterleven van de Oosterschelde zien. Zo benadrukken ze het belang van onze onderwaternatuur en de noodzaak die te beschermen. Uiteraard gaan alle dieren na afloop terug het water in. Op meerdere van de verzamelde oesters zat een levend Paardenzadel vastgehecht. Dat was begin juni 2026 ook al het geval.
Gat in klep
Een jong Paardenzadel begint zijn leven heel anders dan het eindigt. Na de voortplanting ontwikkelen de larven zich in het water en zwemmen ze vrij rond. Later zoeken ze een harde ondergrond, hechten zich vast en beginnen hun karakteristieke, asymmetrische schelp te ontwikkelen. Het meest bijzondere aan hun schelp zit onderop. Veel schelpdieren gebruiken byssusdraden om zich vast te hechten. Ook de eetbare Mossel spint zulke draden. Bij het Paardenzadel vormen die draden echter een verkalkte 'steel' als verbinding met de ondergrond. De platte onderste schelphelft groeit om de steel heen en heeft een opvallende opening. Het zadel zit daarmee letterlijk vast aan zijn 'paard'. En eenmaal vastgehecht blijft het doorgaans zijn hele verdere leven op dezelfde plek zitten.

Pompen en filteren
Net als andere tweekleppigen zijn Paardenzadels filteraars. Ze pompen water door hun mantelholte en halen daar kleine voedseldeeltjes uit, waaronder plankton. De kieuwen zorgen niet alleen voor de ademhaling, maar helpen ook bij het verzamelen en transporteren van voedseldeeltjes. Aan de rand van de mantel zitten fijne, tentakelachtige structuren. Wanneer de schelp iets openstaat, kunnen die zichtbaar worden. Dat is een mooi detail om eens op te letten als je onder water een Paardenzadel tegenkomt. We hebben er weer een waterfilteraar bij, lijkt het.
Allemaal in het zadel: oproep
Bij deze doen we een oproep om goed op Paardenzadels te letten. Dat geldt voor duikers en snorkelaars die naar zeepaardjes en andere soorten kijken, maar ook voor mensen die in de getijdenzone rondkijken, waaronder de waarnemers van het LIMP-project van Stichting ANEMOON. Misschien zijn er al veel meer dan we denken. Op schelpen, zeker als dat bijzondere soorten als de Bonte mantel betreft, vallen ze wel op, maar tussen alle oesters, zakpijpen, sponzen, anemonen en andere aangroei valt een Paardenzadel minder op. De vaak behoorlijk fragiele schelp kan bijna dezelfde kleur hebben als zijn omgeving en de dieren kunnen stevig tussen andere organismen vastzitten. Het is, kortom, een soort die je gemakkelijk letterlijk over het (paarden)hoofd ziet.

Nee mijn schelp is niet stuk of doorboord,
deze opening hoort bij mijn soort!
Sprak het zadel in zee:
door dat gat daar benee
hou 'k me vast en plant ik me voort.
Tekst: Lilian Schoonderwoerd en Rykel de Bruyne, Stichting ANEMOON, met medewerking van het team van Oosterschelde Boven Water
Beeld: Lilian Schoonderwoerd (leadfoto: Paardenzadel uit de Grevelingen, bij Dreischor); Bert Peters; Pascal van Acker; Carla van Westing; Anne Lamers
