Flora eikenhaagbeukenbos

Hier liggen kansen voor Brabantse leembossen

Bosgroepen
28-AUG-2026 - Het pilotproject ‘Herstel biodiversiteit leembossen in Noord-Brabant’ is onlangs afgerond, maar dat betekent niet dat het werk klaar is. Tijdens de pilot heeft Bosgroep Zuid Nederland maatregelen uitgevoerd voor systeemherstel van de Brabantse leembossen. Als fundament onder deze maatregelen ligt een oriënterend onderzoek naar de mogelijkheden.

Vanuit Bosgroep Zuid Nederland was ecoloog Rob van der Burg betrokken bij dit pilotproject: “Voor het project zijn zes locaties geselecteerd: Wijboschbroek-Zuid, Waterwingebied Schijndel, De Scheeken, Boskant, Diependaal en Tregelaar. Daar zijn we begonnen met een landschap-ecologische systeemanalyse om te kijken wat er zou moeten gebeuren om de biodiversiteit in de bossen te verbeteren. We hebben in beeld gebracht hoe de gebieden er vroeger uitzagen, wat de actuele stand van zaken is én waar de kansen liggen.”

Beste uitgangspositie voor Boskant en De Scheeken

Zo bleek uit de analyse dat Boskant en De Scheeken de beste uitgangspositie voor verder herstel van leembossen hebben door de hoogste aanwezigheid van weinig gedegradeerde bostypen. Ook voor Wijboschbroek Zuid en Diependaal is de kans voor het herstel van leembossen groot als het basenrijke grondwater langer in het maaiveld kan blijven. Basenrijk water heeft een hogere pH-waarde en is essentieel voor leembossen, omdat het de verzuring van de bodem tegengaat.

De pilotgebieden in kaart

Kennis en ervaring veel breder delen

De complete landschap-ecologische systeemanalyse (LESA) en de omschrijving van de uitgangssituatie voor de monitoring zijn terug te lezen in het rapport ‘Monitoring systeemherstel van de Brabantse leembossen’. Aan de analyse en het rapport werkten mee: Louise Fransen (Stichting Bargerveen), Rob van der Burg en Kirsti Zwaard (Bosgroep Zuid Nederland), Emiel Brouwer (B-ware) en André Jansen.

Kirsti Zwaard: “We hebben het rapport in augustus aangeboden aan provincie Noord-Brabant, de financierder ervan. Maar we stellen het op de site van de Bosgroepen later ook nog beschikbaar aan alle betrokken terreinbeheerders en andere geïnteresseerden. Het doel van het pilotproject is namelijk om de opgedane kennis en ervaring ook toe te kunnen passen in andere gebieden.”

Herstel en behoud van soortenrijkdom

En met welke maatregelen is dan precies ervaring opgedaan? Kirsti Zwaard: “De nadruk van dit project ligt op het uitvoeren van maatregelen die belangrijk zijn voor herstel en behoud van de soortenrijkdom in leembossen. Dan hebben we het vooral over herstel van de waterhuishouding en het omvormen van de boomsoortensamenstelling. Met hydrologische maatregelen willen we het oorspronkelijke hydrologische systeem zoveel mogelijk herstellen. Door de afvoer van water te vertragen, wordt het langer vastgehouden in de hoge en lage delen van de bodem. Dit gebeurt vooral door sloten te dempen, minder diep te maken of af te dammen.”

Binnen het pilotproject zijn ook rabatten verwijderd. Rob van de Burg: “Het verwijderen van rabatten heeft tot doel de morfologie te herstellen. Dat wil zeggen dat we het oorspronkelijke reliëf weer zoveel mogelijk terugbrengen met laagten die periodiek onder water staan, hogere delen waar het iets droger is en de geleidelijke overgangen daartussen.”

Scenario's voor het verwijderen van rabatten: 1. Alle rabatten afvlakken om de greppels te dempen. 2. De rabatten om en om afvlakken

Tot slot waren er maatregelen voor bosomvorming nodig, omdat de leembossen nog (te veel) een indeling in bosvakken hadden, met monoculturen van naaldbomen, zomereik en beuk op de hogere delen en populier in de lagere delen. Rob van de Burg: “Veel kenmerkende boom- en struiksoorten van vochtige bossen op basenrijke leemgronden ontbraken. Denk aan haagbeuk, fladderiep en tweestijlige meidoorn. De eenvormige structuur van de opstanden wilden we doorbreken door dunning en kleinschalige verjongingskap te combineren met aanplant van ontbrekende of weinig voorkomende soorten.”

Eerste resultaten zijn al zichtbaar

Kirsti Zwaard: “Inmiddels zijn de maatregelen voor hydrologisch herstel overal uitgevoerd met steun van provincie Noord-Brabant en een 10 procent eigen bijdrage van de betrokken bos- en natuureigenaren. De eerste, voorlopige resultaten zijn ook al zichtbaar.”

Rob van der Burg: “In Wijboschbroek, waar rabatten zijn verwijderd, komen bijvoorbeeld al massaal bosaardbei, bleeksporig bosviooltje en zeegroene zegge op. Op andere plaatsen breiden bijzondere bossoorten uit, zoals eenbes, bosanemoon en slanke sleutelbloem. We zien verder nauwelijks sterfte onder bomen in het gebied, ondanks dat de maatregelen gevolgd werden door het zeer natte jaar 2024. Waarschijnlijk omdat de bomen gewend zijn aan natte voeten in de winter en de bodems in het voorjaar van nature snel opdrogen. Niet overal gaat het goed: mede door het natte jaar hebben laagtes veel langer onder water gestaan en is een deel van de vegetatie afgestorven. Op kleine verhogingen in deze laagtes, zoals op oude molshopen en wortelkluiten, kunnen planten wel overleven. Dit is een duidelijke aanwijzing over het belang van kleinschalig reliëf. Juist dit soort signalen maakt het monitoren en volgen van de resultaten zo waardevol.”

Slanke sleutelbloemen in Wijboschbroek

Bijzondere aandacht voor monitoring

Het unieke van dit project is de aandacht voor de monitoring. Rob van der Burg: “Er wordt inmiddels op best veel plaatsen gewerkt aan het verbeteren van de waterhuishouding in bossen, maar er wordt maar heel weinig gemonitord en geëvalueerd. Daar proberen we in dit project invulling aan te geven. We monitoren de maatregelen uitgebreid. Zo zijn er veertig vaste proefvlakken waarin de ontwikkeling van vegetatie, bodembuffering, bodemchemie, bodemfauna, paddenstoelen en humusprofielen wordt gevolgd.”

Kirsti Zwaard: “Het pilotproject is nu afgerond, maar het is erg belangrijk dat er een opvolging van de monitoring komt. Zo blijven we volgen wat er naar aanleiding van al die maatregelen is gebeurd. Omdat de ontwikkelingen langzaam plaatsvinden, hebben we tijdens het pilotproject alleen de uitgangssituatie kunnen vastleggen. Pas over enkele jaren kunnen herhalingsmetingen plaatsvinden. Het is dan natuurlijk cruciaal dat het én daadwerkelijk gebeurt én dat daar de in het rapport beschreven methode voor wordt gebruikt. Met de vervolgmonitoring van de resultaten willen we laten zien welke invloed de maatregelen echt hebben gehad. Belangrijk zijn daarin het effect op de waterhuishouding, bodemkwaliteit, vegetatie en bosstructuur. Een gunstige ontwikkeling zal voor beheerders een stimulans zijn om meer met maatregelen aan de slag te gaan. Er liggen in ieder geval interessante kansen die terreineigenaren en -beheerders kunnen benutten. Vanuit de Bosgroep kunnen wij onze leden daar zeker bij helpen en ook Brabants Landschap is er al mee bezig in De Scheeken. Wat ons betreft: wordt vervolgd!”

Bosflora in een eikenhaagbeukenbos

Meer informatie

  • Het pilotproject ‘Herstel biodiversiteit leembossen in Noord-Brabant’ heeft financiële steun ontvangen van provincie Noord-Brabant. Aan het rapport ‘Monitoring systeemherstel van de Brabantse leembossen’ werkten mee: Stichting Bargerveen, Bosgroep Zuid Nederland, B-ware en André Jansen. Het rapport is vanaf medio september 2026 te downloaden via de site van de Bosgroepen.
  • Lees ook het natuurbericht: Potenties voor leembossen in twee Brabantse waterwingebieden.

Tekst: Marrie Hoedelmans, Bosgroepen
Beeld: Rob van der Burg, Bosgroepen (leadfoto: flora eikenhaagbeukenbos); Bosgroepen; Fabian Meijer, Bosgroepen