Gaat de dagpauwoog de kleine vos achterna?
De Vlinderstichting
De dagpauwoog is nog steeds een zeer algemene vlinder, maar de aantallen waren dit jaar duidelijk lager dan het langjarige gemiddelde vanaf 1990. De waardplant van de dagpauwoog – dat is de voedselplant waarop de rupsen zijn gespecialiseerd – is grote brandnetel. Het vrouwtje zet een groepje van enkele tientallen tot honderden eitjes af op de onderzijde van een blad of op de stengel. Meteen na het uitkomen spinnen de rupsen enkele bladeren bijeen waarin ze gezamenlijk leven. Als de betreffende brandnetel is kaalgevreten, verhuizen ze naar een andere, jonge en liefst grote plant en maken opnieuw een spinsel. In latere stadia leven de rupsen meer solitair bovenop de bladeren. De verpopping gebeurt meestal op de waardplant, maar ook wel in heggen of op muren of in de directe omgeving daarvan. De dagpauwoog overwintert als vlinder op een donkere, koele en beschutte plek, zoals in een holle boom, een schuur of zolder.
Dagpauwoog heeft veel nectar nodig. In het voorjaar zijn sleedoorn, klein hoefblad en paardenbloem in trek, in het najaar bijvoorbeeld koninginnenkruid, akkerdistel en vlinderstruik. Op plaatsen waar veel nectarplanten staan kunnen tientallen vlinders tegelijkertijd worden gezien. Dit jaar is dat duidelijk anders. Na de overwintering waren er al minder dagpauwogen dan normaal en ook de nakomelingen die in de zomer vlogen waren duidelijk in (veel) lagere aantallen aanwezig. De volgende generatie lijkt nu te beginnen en het is de vraag of deze goed ontwikkelt. De rupsen van de zomergeneratie hebben met name in de hete en droge juli- en augustusmaand op de brandnetel gezeten en de vraag is of deze wel goed voedsel leverden. De kleine vos, waarvan de rupsen ook van brandnetel eten, doet het al jaren slecht. De extreem hete, droge zomers zijn daarvan de belangrijkste oorzaak.
Tekst: Kars Veling, De Vlinderstichting
Beeld: Kars Veling; Netwerk Ecologische Monitoring (NEM)
