Aeshna mixta, Paardenbijter

Natuurjournaal 27 augustus 2026

Nature Today
27-AUG-2026 - Het is paardenbijtertijd en rietloopmijt maakt kurkentrekkers in riet.

Ze zijn er weer! Het is piekvliegtijd voor de paardenbijter, met een lengte van ongeveer 6 centimeter de kleinste onder de glazenmakers. Je herkent de libellensoort onder andere aan een vlekje op het tweede achterlijfssegment, de ‘spijker’, en de twee schuine, lichte strepen op het borststuk. Paardenbijters vliegen nog rond tot in de herfst. Het zijn, net als andere glazenmakers, krachtige vliegers en echte zwervers, die over grote afstanden en in hoge aantallen migreren. De meeste die je in Nederland ziet, zijn zelfs afkomstig uit Midden-Europa, ook al planten ze zich hier wel voort. Ook jagend op insecten kun je ze in groepjes aantreffen. Kunstige vliegers als het zijn, is dat natuurlijk een feest om naar te kijken. Bijkomend voordeel: er blijven minder muggen, dazen en ander gespuis over om jou lastig te vallen.

Sporen in riet van de rietloopmijt

Net als wildbreien, een vorm van straatkunst, lijken sommige wandelaars stiekem aan wild-origami te doen. Want wat kunnen die fraai gevlochten rietbladeren die je soms tegenkomt anders zijn? Het is bijna niet te geloven, maar dit is het werk van de rietloopmijt, een minuscuul spinachtig beestje dat je enkel met behulp van een microscoop kunt zien. Deze loopmijt is een rietparasiet. In de voorzomer tasten de mijten de toppen van nieuwe halmen aan, waardoor het groeipunt verhardt. De eronder groeiende weefsels kunnen alleen nog opzij een uitweg vinden. Zo trekt de boel krom en draait het als een kurkentrekker in elkaar.

Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Rudmer Zwerver, Saxifraga; Karen Bosma