Natuurjournaal 28 augustus 2026
Nature TodayEr zijn meerdere soorten kornoelje in Nederland. Kornoelje kan je zonder bloem of bes herkennen, bijvoorbeeld door voorzichtig een blaadje te scheuren. Je ziet dan dat de helften nog aan elkaar vast blijven zitten met vezelige draadjes, dat zijn de elastische houtvaten. Bekijk ook eens de nervatuur: de zijnerven komen niet tot aan de bladrand, maar buigen naar binnen. Rode kornoelje is een algemene soort, ‘common dogwood’ in het Engels. De schermen met witte bloemetjes vallen tijdens de bloei op, en momenteel zijn daaruit de blauwzwarte besjes gerijpt. Maar de rode kornoelje is nog lang niet klaar voor dit jaar: er vindt een tweede bloei plaats, in het najaar. Dan zie je zowel besjes uit de eerste bloei als bloemetjes uit de tweede bloei aan de struik zitten. Waar komt dat ‘rood’ dan vandaan? Dat slaat op de kleur van de takken en twijgen, die in de winter overblijven en prachtig vlammen tussen de verder ingetogen vegetatie.

Gele kornoelje is hier zeldzaam, maar de boom wordt door de vroege bloei (februari en maart) en de eetbare vruchten aangeplant in parken en (moes)tuinen. Dat zorgt voor verwilderde exemplaren, omdat vogels de bessen eten en de zaden elders uitpoepen. Het geel in de naam slaat op de kleur van de bloemen. Die zijn nu alweer even vervangen door rijpende bessen – en die zijn knalrood!
Tekst en beeld: Karen Bosma, Nature Today
