eikenstoof

De betekenis en waarde van autochtone bomen

Bosgroepen
3-FEB-2026 - In de provincies Noord-Brabant en Limburg is Bosgroep Zuid Nederland bezig met verschillende projecten rond autochtone bomen. Ondersteund door de twee provincies zoeken en inventariseren bosspecialisten authentieke bosgroeiplaatsen om het autochtone materiaal te beschermen en behouden. Waarom dat zo belangrijk is, lees je in dit artikel.

De termen wilde, inheemse en autochtone bomen worden vaak door elkaar gebruikt. Toch zijn ‘inheems’ en ‘autochtoon’ niet synoniem. Alle autochtone bomen zijn wél inheems, maar niet alle inheemse bomen zijn autochtoon. Bomen en planten die zich na de laatste ijstijd spontaan in een gebied hebben gevestigd, noemen we inheems. Autochtone bomen zijn de nakomelingen van deze inheemse bomen. Zij hebben zich over verschillende generaties aangepast aan de omstandigheden van een gebied. Door genetische veranderingen hebben ze zichzelf zodanig afgestemd op het gebied – bijvoorbeeld een regio in Nederland – dat ze er konden overleven. En juist deze aanpassingen maken autochtone (of ‘wilde’) bomen zo waardevol voor de biodiversiteit en vitaliteit van onze bossen. 

Waarom kiezen voor autochtoon?

Het kenmerkende blad van de wegedoorn

Waarom kiezen veel boseigenaren en -beheerders bewust voor autochtoon plantmateriaal? Dat heeft vooral te maken met de ‘match’ die deze planten hebben met die specifieke regio. Autochtone bomen die afkomstig zijn van lokaal inheemse soorten zijn vooral waardevol omdat ze perfect zijn aangepast aan het Nederlandse klimaat, de bodem en lokale ecosystemen. Zo vormen ze een stevige basis voor een rijk voedselaanbod voor insecten, vogels en andere dieren. Dit draagt bij aan een goed fundament voor de biodiversiteit van het gebied.

Autochtone en wilde bomen en struiken zorgen ook voor een grotere veerkracht van het bos en de natuur. Ze zijn namelijk beter bestand tegen lokale plagen, ziekten en weersomstandigheden dan soorten die niet uit de regio komen of er (nog) niet op zijn aangepast. Door autochtone planten te beschermen, behouden en weer in te brengen in de omgeving, creëer je een natuurlandschap dat klimaatbestendiger en veerkrachtiger is. Het opnieuw inbrengen van autochtoon plantmateriaal ondersteunt de lokale natuur en zorgt zelfs voor het ontstaan van rijker en gezonder natuurlijk erfgoed. Het behoud van autochtone bomen beschermt de unieke genetische variatie van een regio, iets wat anders verloren gaat. Naast een ecologische waarde hebben autochtone planten ook een symbolische (lokale identiteit en erfgoed) en cultuurhistorische waarde.

Niet de enige optie

Bosgroep Zuid Nederland is een vereniging voor bos- en natuureigenaren in de zuidelijke provincies. De medewerkers van de Bosgroep adviseren en ondersteunen de leden bij het beheren en verbeteren van hun natuur. “Het behouden en terugbrengen van autochtoon plantmateriaal heeft daarbij ook zeker een meerwaarde voor onze leden”, vertelt Jessica Snoek. Als projectleider is zij betrokken bij de projecten rond autochtone bomen die de Bosgroep uitvoert, met steun van de provincies Limburg en Noord-Brabant.

“Als we ergens nieuwe bomen en struiken planten, heeft een deel van onze leden een voorkeur voor autochtoon materiaal. De gedachte is dat als die planten het hier al eeuwen sinds de laatste ijstijd goed doen, dit betekent dat ze sterk zijn en zich goed kunnen aanpassen. Maar autochtoon materiaal is niet de enige optie. Het is goed om autochtone bomen te beschermen, maar dat is niet het enige waar we ons op richten. We kijken ook naar de uitdagingen die de klimaatverandering met zich meebrengt. Zo zijn we partner in het Europese LIFE-project Climate Forest, waarbij we ook experimenteren met bomen die al gewend zijn aan een warmer en droger klimaat. Een toekomstbestendig bos vraagt om variatie, met zowel autochtone als klimaatslimme soorten die bij voorkeur niet direct naast elkaar worden aangeplant om genetische vermenging te voorkomen.”

Jessica Snoek (links) en Geerte Lanters zijn betrokken bij de projecten rond autochtone boomsoorten

Gebieden in kaart brengen

Het blijft dus belangrijk om autochtone bomen en struiken te beschermen en te behouden. “Maar dan moeten we eerst wel weten waar ze staan”, aldus Geerte Lanters. Geerte is als projectmedewerker van Bosgroep Zuid Nederland betrokken bij de zoektocht naar groeiplaatsen van autochtoon materiaal.

“Er is op dit moment nog een kennishiaat, van heel veel gebieden weten we niet waar die groeiplaatsen liggen. De provincies Limburg en Noord-Brabant willen graag in kaart brengen wat er in hun gebied staat en daarom ondersteunen ze de zoektocht naar autochtoon materiaal. Dit is waardevol, ook voor natuurorganisaties en natuureigenaren. Veel van deze bomen en struiken zijn tegenwoordig zeldzaam én hun groeiplaatsen zijn kwetsbaar. Dus als je weet waar er nog authentieke bosgroeiplaatsen te vinden zijn, dan kun je die ook beschermen. Nu zijn ze er nog, maar als ze straks weg zijn, zijn ze ook echt weg. Als we autochtoon materiaal hebben gevonden, is de volgende stap om samen met het Centrum voor Genetische Bronnen (CGN) – onderdeel van Wageningen University & Research – te kijken wat we er verder mee kunnen. Denk bijvoorbeeld aan zaadwinst, waarbij we kijken of we succesvol aangepaste bronnen kunnen kweken en zo in stand kunnen houden. Het opgekweekte plantmateriaal kunnen we vervolgens in het originele gebied inbrengen.”

Herkennen is een specialisme

Om die autochtone planten te vinden, moeten we ze wel kunnen herkennen en dat blijkt nog niet zo gemakkelijk. Geerte Lanters: “Het herkennen van autochtonen in het veld is echt een specialisme. De verschillende herkomsten zijn soms lastig van elkaar te onderscheiden en het verschil tussen subsoorten is heel moeilijk te zien. Als we bijvoorbeeld naar de eik kijken, die is hier altijd al geweest. Het is én een inheemse en een autochtone soort. Maar er staan ook eiken die hier oorspronkelijk niet vandaan komen en die dus niet autochtoon zijn. Om de juiste bomen als autochtoon aan te merken, werken we met specialisten, zoals Bert Maes en Lodewijk van Kemenade. Als wij iets in het veld hebben gevonden, valideren zij het.”

Authentieke bosgroeiplaatsen

Eikenstoof van een mogelijk autochtone eik

Bij de zoektocht naar authentieke bosgroeiplaatsen gaan de Bosgroepmedewerkers en specialisten gericht op pad. Geerte Lanters: “Het is zoeken naar een speld in een hooiberg als je zonder richting of aanwijzingen zomaar op zoek gaat in een natuurgebied. Als basis hebben we daarom een oude militaire kaart uit 1850 gebruikt. Dat is de eerste kaart waarop te zien is of ergens ‘altijd’ al bos is geweest. Vervolgens hebben we daar andere kaartlagen overheen gelegd. Zo hebben we gebiedjes gevonden die interessant zouden kunnen zijn als genenbron. Bijvoorbeeld rechts naast Eindhoven, boven Geldrop. Daar ligt een gebied van 300 tot 400 hectare en daar vind je tussen de akkers en naast de weg nog veel kleine, oude bosjes. Díe zijn interessant. Daar kun je zomaar een wegedoorn tegenkomen. Voor een oogstlocatie hebben we er overigens meerdere bij elkaar nodig, bovendie moet de locatie goed bereikbaar zijn.”

“Het is wel een speurtocht en elke keer als ik iets vind, ben ik ook weer heel enthousiast. Zoals die keer dat ik in Valkenswaard ogenschijnlijk een wilde peer tegenkwam. Ook oude elzenstoven zijn gaaf om te zien. Zo’n stronk waar meerdere stammen uitkomen, kan echt heel groot zijn. Verder zijn we al tweestijlige meidoorns tegengekomen en verschillende populaties zwarte bes en Gelderse roos”, aldus Lanters. 

Belangrijke bevindingen

Inmiddels zijn er in Brabant en Limburg al meer autochtone bomen en struiksoorten teruggevonden. Snoek: “We hebben de kaart met autochtone planten en authentieke bosgroeiplaatsen verder kunnen updaten. Die kaart met belangrijke data gaan we ook delen met de provincies. Daarnaast hebben we puntlocaties gevonden met soorten die interessant zijn om te delen met andere experts via de Nationale Databank Flora en Fauna. Verder hebben we een selectie gemaakt van interessante plekken waar we kleine beheerplannen voor gaan schrijven. Afhankelijk van wie de grond is en hoeveel werk het is, kijken we wie die bosgroeiplaatsen goed kan gaan beheren. Een voorbeeld hiervan is een plek met zeldzame rozen in Limburg. Die rozen verdwijnen onder een struik als je ze niet bijhoudt, dat is zonde. Via een praktisch beheerplannetje kunnen de vrijwilligers daar zelf gemakkelijk mee aan de slag.”

“Tot slot is het belangrijk dat we in beeld krijgen welke blinde vlekken we nog hebben en in welke gebieden er geen autochtone planten en authentieke bosgroeiplaatsen zijn. De blinde vlekken zijn de gebieden die niet bezocht zijn, bijvoorbeeld omdat de eigenaar niet meedoet. De gebieden die wel bezocht zijn, krijgen elke keer een plusje. Dus als je in een gebied heel veel plusjes ziet staan, maar er is niets gevonden, dan weet je vrij zeker dat er ook niets meer is. En ook dat zegt iets.” 

Ook in het Dommeldal is in januari 2026 nog een authentieke bosgroeiplaats met tweestijlige wegedoorns aangemerkt, met links op de foto specialist Lodewijk van Kemenade

Meer informatie

De projecten in Noord-Brabant en Limburg zijn medegefinancierd door de EU

Tekst: Geerte Lanters en Jessica Snoek, Bosgroep Zuid Nederland; Marrie Hoedelmans, Bosgroepen
Beeld: Geerte Lanters, Bosgroep Zuid Nederland (leadfoto: eikenstoof); Marrie Hoedelmans, Bosgroepen