Boeren geven de zwarte stern vleugels in de Utrechtse Venen
BoerenNatuurIn de polders tussen Abcoude, Maarssen, Woerden en Uithoorn zet de Werkgroep Zwarte Stern van agrarisch collectief BoerenNatuur Rijn, Vecht & Venen (RVV) zich al ruim 25 jaar in voor het behoud van deze soort, die hier ook wel bekendstaat als ‘blauw jantje’. Samen met boeren en vrijwilligers, én in nauwe samenwerking met Staatsbosbeheer en lokale natuurwerkgroepen, kijkt ze voortdurend naar wat de vogels nodig hebben. En met succes.
Meer dan 300 broedparen
Want waren er in de Utrechtse Venen in 1998, toen de werkgroep begon met tellen, nog maar 75 broedparen, inmiddels zijn dat er meer dan 300. In 2022 deed Sovon landelijk onderzoek en telde 1.245 broedparen. Daarvan was zo’n 22 procent (271 paartjes) te vinden in het werkgebied van RVV. “De zwarte stern is dan ook een van de paradepaardjes van ons boerenland in de Utrechtse Venen”, vertelt René Faber, veldcoördinator weidevogelbeheer van het collectief.

Waar de vogel landelijk op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels staat als bedreigd, is het blauw jantje in de Utrechtse Venen eigenlijk nooit weggeweest. Het gebied is uitermate geschikt voor de vogels. Het is waterrijk, en kent veel variatie in de graslanden, in beweiding, maaien, hooiland en bemesting. Zo is er altijd wel voedsel te vinden. De boeren hebben de afgelopen 25 jaar verder met agrarisch natuurbeheer en natuurinclusieve landbouw de natuurlijke schoonheid en biodiversiteit van het gebied een boost gegeven, aangevuld met specifieke maatregelen voor de zwarte stern. En die weet dat te waarderen, gezien de toename van het aantal vogels hier.
Boeren maken ruimte voor de stern
Momenteel doen 70 boeren in de Utrechtse Venen actief mee aan natuurbeheer voor de zwarte stern, met subsidie vanuit het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) via het beheerpakket ‘nestgelegenheid zwarte stern’. Daarmee bieden zij de vogels niet alleen een veilige broedplek, maar zorgen ze ook voor voedsel en beschutting voor de kuikens. Een van de belangrijke maatregelen is opvallend eenvoudig: houten nestvlotjes in de sloten. Deze vlotjes bieden een stabielere ondergrond dan natuurlijke, drijvende planten, en dat zorgt ervoor dat nesten ongeveer een 60 procent grotere kans hebben om succesvol uit te komen. Hekjes om de vlotjes heen zorgen voor veiligheid en dus voor hogere kuikenoverleving. De cijfers zijn heel positief. Zo kenden de zwarte sterns vorig jaar in de Utrechtse Venen een legseloverleving van 84 procent, en was het gemiddelde vliegvlug jong per broedpaar 0,9.
“Je kunt dan ook wel stellen dat het agrarisch natuurbeheer een enorme bijdrage heeft geleverd aan de groei van het aantal zwarte sterns in ons werkgebied”, zegt Faber. “We kijken vanuit het collectief continu naar wat de vogels nodig hebben en vergaren samen met boeren en vrijwilligers daarover steeds meer kennis. We blijven leren. Als het in het veld anders moet, passen we het beheer aan.”
De nestvlotjes zijn daar een mooi voorbeeld van. In de loop der jaren zijn ze steeds verder aangepast. Niet alleen de afmetingen en ligging zijn belangrijk, maar ook hoe diep ze in het water liggen, hoeveel en welk slootmateriaal erop ligt en hoe ver ze van de oever en van andere vlotjes liggen. Het afgelopen jaar werden 1.100 nestvlotjes op 124 locaties in de polders uitgelegd. Op 39 locaties vestigden zich zwarte sterns. Dat de vogels maar een derde van de locaties kiezen, is volgens Faber normaal. “Daarom moet je meerdere plekken aanbieden. Ze komen bovendien niet ieder jaar op dezelfde locatie terug. Als een nest mislukt, bijvoorbeeld door predatie, hebben ze zo een alternatief voor een nieuwe poging. Op nagenoeg alle locaties waar vlotjes worden uitgelegd hebben de zwarte sterns ook wel eens gebroed.”

Dragers van het landschap
Maar een nestvlotje alleen is niet genoeg. Ook het omliggende landschap moet geschikt zijn voor de vogels. Daarom laten boeren langs de sloten brede stroken met kruiden en gras staan. Op bepaalde plekken blijft ongeveer twee meter botanisch weideland tot minstens 1 juli staan, over een lengte van circa 500 meter. Die stroken bieden kuikens dekking en veiligheid en trekken bovendien insecten aan.
Dat is belangrijk, want jonge zwarte sterns krijgen van hun ouders onder meer libellen, juffers, wormen en kleine visjes te eten. “De boeren zijn echt de dragers van het landschap waar de zwarte sterns vanuit tropisch Afrika naartoe komen om te broeden”, zegt Faber. “Hun betrokkenheid, inzet en plezier erin zijn de kern van het zwarte sternbeheer. Als boeren er niet zoveel energie in hadden gestoken, was deze groei nooit tot stand gekomen.”
Lerend beheer
De boeren doen het niet alleen. De werkgroep monitort de zwarte sterns intensief en verzamelt de gegevens in een uitgebreide database. De bevindingen deelt ze met iedereen die zich ook voor de vogels wil inzetten. Boeren, ook die niet meedoen met ANLb, en vrijwilligers van lokale natuurwerkgroepen tellen bijvoorbeeld de broedparen, en houden bij hoeveel eieren er in de nesten liggen en hoeveel kuikens uiteindelijk uitvliegen.

Sinds vijf jaar maakt de werkgroep bovendien gebruik van een cameralocatie. Daarmee kunnen de medewerkers veel nauwkeuriger volgen wat er rond de nestvlotjes gebeurt: wanneer eieren uitkomen, welke rol predatie speelt en welk voedsel de kuikens krijgen.
Die kennis wordt direct gebruikt om het beheer verder te verbeteren. “Het is een voortdurend traject van optimalisatie”, vertelt Faber. “We kijken steeds wat wel en niet werkt en passen het beheer daarop aan.” Dat blijft nodig. De zwarte stern krijgt bijvoorbeeld te maken met nieuwe uitdagingen, zoals rivierkreeften die de begroeiing in sloten wegvreten. Faber: “Juist daarom zijn de langdurige monitoring en de samenwerking tussen boeren, vrijwilligers en onderzoekers zo belangrijk.”

Een succes van het boerenland
De boeren blijven de komende jaren een belangrijke rol spelen. Door sloten natuurvriendelijk te beheren, brede oeverranden te laten staan en nestgelegenheid te creëren, zorgen zij voor een landschap waarin de vogels kunnen broeden én hun jongen kunnen grootbrengen. “Het mooie is dat we zien dat de vogels zelfs uit omliggende Natura 2000-gebieden als Botshol en de Nieuwkoopse Plassen naar ons agrarisch gebied komen”, zegt Faber. Het laat volgens de veldcoördinator zien wat agrarisch natuurbeheer kan betekenen: een bedreigde vogelsoort die steeds meer broedparen telt, terwijl boeren hun land blijven gebruiken én tegelijkertijd ruimte maken voor natuur.
Beelden van de cameralocatie van broedende zwarte sternen (Bron: RVV)
Over BoerenNatuur Rijn, Vecht & Venen
BoerenNatuur Rijn, Vecht & Venen (RVV) is een van de 39 agrarische collectieven in Nederland, die zijn aangesloten bij de landelijke vereniging BoerenNatuur. RVV heeft als doel de agrarische natuur- en landschapswaarden en de waterkwaliteit te bevorderen door onderhoud, beheer en ontwikkeling. Boeren, burgers en vrijwilligers zetten zich hier samen voor in. Uitgangspunt daarbij is een rendabele landbouw als drager van het karakteristieke veenweide-cultuurlandschap.
Tekst: BoerenNatuur Rijn, Vecht & Venen (RVV); Pieter Verbeek
Beeld: Leen Heemskerk; Pieter Verbeek; RVV
