Wat leeft er op de winterakker? Vogeltellingen geven richting aan natuurbeheer
BoerenNatuurHet is grijs en miezerig weer. Precies zoals je zou verwachten bij een wintervogeltelling op een koude maandagmorgen in februari. Aan de rand van de Soelekerkepolder in Noord-Beveland stapt Jimmy Pijcke met een collega de akker op. Het is tijd voor de tweede wintertelling van Poldernatuur Zeeland, het agrarische collectief in de provincie.
De Soelekerkepolder is een van de 21 clustergebieden van Poldernatuur Zeeland – ook wel kerngebieden, zoals andere collectieven ze noemen – waar het agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) is geconcentreerd.


ANLb-beheerpakketten
Dat beheer zie je hier in deze polder heel duidelijk terug op de akkers. Boeren hebben hier verschillende ANLb-beheerpakketten aangelegd, zoals akkerranden die zijn ingezaaid met een speciaal kruidenmengsel. Deze leveren én voedsel voor vogels en dieren in de winter op, én voldoende leef- en schuilgelegenheid voor akkervogels, zoals de patrijs en de veldleeuwerik.
Naast de akkerranden liggen er braakstroken tussen de omgeploegde klei en sloten, en staan er overal in de stroken kaardebollen. Pijcke laat zien hoe het voedsel eruit is gegeten door vogels, zoals putters. Hij kijkt of de kaardebolbladrollerrups in de leeggegeten bollen te vinden is. Deze nachtvlinder komt voornamelijk voor in zuidwestelijk Nederland.

Kale akkers zitten vol leven
De op het eerste gezicht kale akkers blijken vol leven te zitten, als je eenmaal begint met tellen. Pijcke telt meteen tien vinken die opvliegen uit de akkerranden. In een sloot zwemmen krakeenden, wintertalingen en wilde eenden. Koperwieken zitten in de bomen langs de akker en een groep kieviten vliegt van akker tot akker.
Verder houdt een torenvalk de akkers van bovenaf in de gaten en vliegen zilverreigers steeds een stukje verder. Veldleeuweriken laten zich horen en zien, en een van de akkers is overgenomen door honderden rietganzen. Fazanten schieten weg uit de akkerranden en hazen rennen over de akkers. Genoeg te tellen dus op de winterse akkers van de Soelekerkepolder, vernoemd naar het verdronken dorp Soelekerke.

Beheermonitoring
Sinds 2018 tellen de deelnemers van het Zeeuwse collectief het leven op hun akkers. De focus ligt op de vier primaire doelsoorten van het leefgebied open akker: patrijs, graspieper, gele kwikstaart en veldleeuwerik, maar ook andere soorten worden genoteerd. Bij deze beheermonitoring gaat het om het verzamelen van veldwaarnemingen om te bepalen of het gevoerde beheer tot de gewenste resultaten leidt. Zo wil het collectief inzicht krijgen in welke vogels in welke aantallen voorkomen op specifieke beheereenheden.
Pijcke werkt als ecologisch adviseur voor zowel Stichting Landschapsbeheer Zeeland als voor Poldernatuur Zeeland. “We tellen via de ANOG-methode”, vertelt Pijcke. “Deze is helemaal gericht op beheermonitoring. Waar vind je welke vogelsoort en hoe kan ik daar als agrarisch natuurbeheerder rekening mee houden? We tellen beheereenheden en kijken welke vogels er opvliegen binnen een straal van 150 meter. We noteren alleen vogels die ‘binding’ hebben met de beheereenheden, dus geen meeuwen of overvliegende ganzen.”
Voor de beheermonitoring zijn drie telrondes in het voorjaar – in april, mei en juni – en twee in de wintermaanden, waarvan één in november of december en één in januari of begin februari. Dat tellen doen de 500 deelnemers van Poldernatuur Zeeland vooral zelf, met hulp van vrijwilligers en in sommige gebieden met professionele tellers, zoals Pijcke. De telgegevens worden digitaal ingevoerd in de Boerenlandvogelmonitor en het invoerprogramma Avimap.

Sinds twee jaar doet Landschapsbeheer Zeeland mee met de poldertellingen. Met de professionele tellingen maakt de landschapsorganisatie de balans op en koppelt die terug aan de deelnemers. “Zo kunnen we sturing geven aan het beheer en adviezen geven aan de collectieven.”
Naast de beheermonitoring vindt er ook elk jaar beleidsmonitoring plaats in Zeeland. Jaarlijks onderzoekt Sovon Vogelonderzoek in opdracht van de provincie 35 gebieden met en zonder ANLb-maatregelen professioneel op broedvogels volgens de BMP-methodiek. Dit onderzoek heeft als doel trends van boerenlandvogels te volgen en het beleid te toetsen. Op landelijk niveau wordt met de beleidsmonitoring de ecologische effectiviteit van het agrarisch natuurbeheer gemeten.
Mooie contacten tussen boeren en vrijwilligers
Een belangrijk bijkomend doel van de beheermonitoring is het creëren van bewustwording bij de deelnemers. En dat ontstaat juist door ze zelf vogels te laten tellen, vertelt Pijcke. “We koppelen bij de monitoring de deelnemers aan vrijwilligers, zoals vogelaars en vogelwerkgroepen. Wat je ziet, is dat ze van elkaar leren. Er zijn mooie contacten ontstaan tussen boeren en vrijwilligers. Die leren meer over het boerenleven, de boeren meer over de vogels op hun land.”

Poldernatuur Zeeland organiseert verder telcafés, waarin medewerkers samen met vrijwilligers, deelnemers en beleidsmedewerkers het veld in gaan om te tellen en resultaten met elkaar te delen. “Op basis van de resultaten uit al die tellingen bepalen wij als collectief onze strategie voor het komende seizoen. Welk cluster zetten we waar in, welke soort komt waar voor? En als er nieuwe deelnemers komen: welk zaaimengsel gebruiken ze? Doen ze dat voor patrijzen of veldleeuweriken?”
Deze twee doelsoorten zijn namelijk heel belangrijk in de beheergebieden van Poldernatuur Zeeland. Noord-Beveland is echt een hotspot voor de veldleeuwerik, al is het volgens Pijcke niet te vergelijken met Groningen. In Zeeuws-Vlaanderen en Tholen doet de patrijs het relatief goed, met twee tot drie paartjes per 100 hectare. “Komend voorjaar gaan we met subsidie van de provincie Zeeland patrijzen zenderen”, vertelt Pijcke. “Hopelijk kunnen we een twintigtal vogels de komende drie jaar volgen.”

Maar het gaat niet alleen om vogels en dieren op de akkers. “Hier word ik echt blij van”, zegt Pijcke. “Dat deze kruiden opkomen is echt waardevol.” Hij bukt en wijst er een paar aan. Naast kaardebol zien we ereprijs, paarse dovenetel, kamille, hondsdraf en kaasjeskruid. “Het is soms lastig uit te leggen aan boeren, want dit is niet altijd wat zij hebben gezaaid, maar het is de reden dat we stoppels laten staan op de akkers. Juist deze onkruiden zijn heel belangrijk voor insecten.”
Meer informatie
- Poldernatuur Zeeland is een van de 39 agrarische collectieven die zijn aangesloten bij de vereniging BoerenNatuur.
- Meer weten over de tellingen bij Poldernatuur Zeeland? Kijk op: www.Poldernatuurzeeland.nl.
Tekst en beeld: Pieter Verbeek, BoerenNatuur
