Bijzondere insecten hebben baat bij verstuiving in de duinen
PWNInsectenmonitoring
Het terugbrengen van dynamiek in de duinen wordt door duinbeheerders steeds vaker toegepast. Vaak gaan deze projecten gepaard met monitoring van de zandverplaatsingen en het effect op de vegetatie, maar in de Noordwest Natuurkern is ook gekozen om insecten te volgen. Vlak voor de aanleg is een nulmeting uitgevoerd en enkele jaren na de ingreep is dit herhaald. In 2025 is de (voorlopig) laatste van een reeks effectonderzoeken uitgevoerd. Er werden een aantal vliegenfamilies, wilde bijen en wespen, en loopkevers geïnventariseerd met tentvallen, bodemvallen en looproutes, zoveel als mogelijk op dezelfde plekken als in het eerdere onderzoek. Hoewel dat laatste nog niet eens zo eenvoudig was in een zo sterk veranderend landschap.

Opvallende resultaten
De aanleg van de kerven zorgde voor grote veranderingen. Soorten van warme, stabiele graslanden, zoals de duinsteekmier (Myrmica specioides) die vóór de ingreep nog op vele plaatsen in het gebied aanwezig was, werd in 2025 niet meer gevonden. Een positieve verandering die met de toegenomen dynamiek te maken zal hebben is de vondst van de strandzandloopkever (Cicindela maritima). Een zeldzame en typische soort van strandvlakten. De Strandzandloopkever zal het gebied zijn binnengekomen via de zandtongen die zich inmiddels vanaf het strand, via de openingen in de zeewering, hebben uitgestrekt tot aan de achterliggende vochtige vallei.

Nieuwe leefgebieden
Een gebied als de Noordwest Natuurkern is nog steeds volop in beweging. De wind brengt het witte zand onafgebroken in verstuiving en verplaatst het zand oostwaarts. De duinen lijken daardoor aan de wandel te gaan. Aan de voet van de helling kan het zand niet lager worden uitgeblazen dan het grondwaterniveau, zodat hier een vochtige zandvlakte ontstaat. Gevolg? Een nieuwe natte duinvallei. In de pioniervegetaties die zich daarop vestigen blijken verschillende waardplanten van solitaire bijen te groeien. Gewone rolklaver (Lotus corniculatus) en kruipend stalkruid (Ononis spinosa procurrens) werden veelal bezocht door bijzondere soorten als de gouden slakkenhuisbij (Osmia aurulenta) en de kustbehangersbij (Megachile maritima).
Aan de oostzijde van de duinkam valt het opgestoven zand neer. Het vormt daar een steeds langer wordende zone van los zand die de oude vegetatie overdekt. De eindzoom van deze zone groeit nog steeds verder en de rijkdom aan verstoringsplanten die op deze eindzoom ontstond bleek een onverwacht positief effect te hebben op de insectenfauna. In de directe omgeving van de eindzoom werden diverse graafwespensoorten verzameld en bleken goudwespen voor te komen die in de rest van Nederland vrijwel verdwenen zijn.

Nieuwe soort
Op een met ratelpopulier begroeide duintop, die inmiddels al half verzwolgen was door het oprukkende zand, kwam een mannetje van de gemaskerde bostangwesp (Anteon faciale) terecht in een tentval. Deze soort was tot op heden uitsluitend bekend van Gotland (Zweden) en de kust van Lancashire (Engeland). Deze uiterst zeldzame soort voor geheel Europa was dus een mooi resultaat van de insectenmonitoring in de Noordwest Natuurkern. Dynamiek in het duinlandschap is voor veel soorten een levensvoorwaarde. En dat blijkt ook maar weer eens uit deze insectenmonitoring.
Meer informatie
- Het rapport: Insecten in stuivende zeeduinen (pdf: 5,7 MB).
Tekst: Jeroen de Rond, Natural Media; Dick Groenendijk, PWN
Beeld: Dick Groenendijk; Jeroen de Rond; Wouter Bol, PWN
