Silene dioica. Dagkoekoeksbloem

Natuurjournaal 14 mei 2026

Nature Today
14-MEI-2026 - Koekoek! Heb jij deze broedparasiet al gehoord? En dagkoekoeksbloem voegt wat roze toe.

In het vroege voorjaar bijten met name witte en gele bloemen het spits af. Dat heeft onder andere te maken met hun voornaamste bestuivers. Vaak zijn dat vliegen, die niet zo goed (kleuren) kunnen zien. Bovendien zijn er dan nog niet veel bestuivers actief, dus de planten zijn blij met wie er dan ook langskomt. Witte en gele kleuren steken, bij het nog relatief weinige zonlicht, goed af tegen de bodem omdat ze veel licht reflecteren. Nu het voorjaar op dreef is, er meer soorten bestuivers rondvliegen en -kruipen, en de concurrentie groter is, komen er steeds meer kleuren in het bloemenpalet. Zo vrolijkt dagkoekoeksbloem al enige weken natte graslanden en slootkanten op met roze bloemen. We kunnen er nog lang van genieten, want de plant kan in warmere omstandigheden nog tot in december bloeien.

Een koekoeksjong werkt de eitjes van de waardvogel, in dit geval de grote karekiet, uit het nest

KOE-koek! Het is een geluid dat helaas steeds minder gewoon wordt in ons land, maar een paar maanden van het jaar is het geroep van de (mannelijke) koekoek nog altijd te horen. Koekoeken maken ieder jaar de gevaarlijke oversteek over de Sahara om hier te broeden. Of nou ja, broeden, ze komen hier om een paar eieren te dumpen en dan maar te vertrouwen op de goedheid – en onnozelheid – van andere vogelsoorten. De koekoek is een broedparasiet. Ze stopt haar eieren niet allemaal in één mandje, maar verdeelt er een stuk of twintig over verschillende nesten, bijvoorbeeld van kleine karekieten of heggenmussen. Het is ergens toch leuk om te bedenken hoe sneaky ze moet zijn om te wachten tot de nesteigenaren even weg zijn, om dan snel haar daad te doen: één ei uit het nest mieteren en dan haar eigen – sterk gelijkende – ei ervoor in de plaats leggen. Het is toch een beetje, tsja, koekoek.

Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Ed Stikvoort, Saxifraga; Kensarah1234, Wikimedia Commons