Tijdreizen met Clusius in de zomer
Hortus botanicus LeidenVanaf 21 juni kun je bij de kassa van de Hortus een plattegrondje meenemen voor een wandeling langs tien planten die iets te maken hebben met de periode vanaf 1900. Bijvoorbeeld boomvetblad (Crassula arborescens), dat een plaats heeft in de in 2000 gebouwde Wintertuin. Deze kas is ontworpen voor de collectie cycas en vleesetende planten en als extra winterberging voor kuipplanten. Het boomvetblad vind je op de tweede verdieping.
Giftig
In de Clususiustuin staat de giftige wolfskers (Atropa bella-donna). In het jaar 1933 werd na veel onderzoek de eerste Hortus uit 1594 nagemaakt als ‘Clusiustuin’, met onder meer een wolfskers. In 2009 kwam de Clusiustuin weer op de oorspronkelijke plek in de voortuin van de Hortus te liggen. Wolfskers is hier en daar ook in de Leidse binnenstad te vinden: bij een inventarisatie door Ton Denters en Koen van Zoest werden vijf groeiplaatsen en elf planten gevonden. Wellicht zijn deze stadsbewoners nazaten van planten die in kloostertuinen gekweekt werden. Wolfskers is pas later in het jaar in volle glorie te bewonderen.

Reus
In 1956 bloeide de eerste reuzenaronskelk (Amorphophallus titanum) in de Leidse Hortus. Deze reuzenaronskelk is een van de ‘kroonjuwelen’ van de Hortus. Er zijn verschillende soorten in de collectie. De knollen produceren eens in de tien tot vijftien jaar een bloem, maar ook het blad is mooi om te zien.
In 1950 startte het Flora Malesiana-project. Nog steeds wordt in dit internationale project gewerkt om de flora van de regio Brunei, Indonesië, Maleisië, Papoea-Nieuw-Guinea, de Filipijnen, Singapore en Oost-Timor in kaart te brengen. De Hortus heeft een unieke collectie orchideeën uit die regio. Geen zee van bloemen zoals in een showkas, maar er vallen allerlei bijzondere bloemvormen te ontdekken tussen het groen.
De Bronvaux mispel (+Crataegomespilus dardari) werd in 1912 geplant. Het is een entchimeer (enthybride), een bijzondere samensmelting van een mispel en een eenstijlige meidoorn die soms ontstaat bij het enten. Het is een oudje, maar tussen het blad zie je de vruchten zich ontwikkelen.


Japan
In de Japanse tuin staat Hydrangea macrophylla ‘Otaksa’. Van 1823 tot 1829 verbleef arts en onderzoeker Von Siebold in Japan. Hij vernoemde deze hortensia naar zijn Japanse geliefde, Sonogi Kusumoto, die ook wel O-Taki werd genoemd. Ook uit Japan afkomstig is de Japanse iep (Zelkova serrata). In 1990 werd de Japanse tuin in de Hortus aangelegd. Deze Japanse iep is een van de twee exemplaren in de Hortus die Von Siebold meebracht. Het andere exemplaar staat bij het Tuinhuis.

Varentuin
De gewone plataan (Platanus × hispanica) werd in 1962 geadopteerd door de studievereniging Leidse Biologen Club (LBC). De boom was in 1946 geleverd en had toen al een flink formaat. Indertijd was het complete Hortuspersoneel én de staf van het botanisch laboratorium nodig om de boom naar zijn plaats te dragen.
In de gerenoveerde Varentuin vind je Venushaar (Adiantum venustum). Tussen 1992 en 1994 werd de Varentuin aangelegd in samenwerking met de Nederlandse varenvereniging. Venushaar is een van de elegante varens in dit tuindeel.
De magnolia bij de entree (Magnolia kobus) werd in 1975 geplant. De bloei was in het voorjaar, en met wat geluk zie je nu tussen de bladeren de vruchten waar de boom z'n naam aan te danken heeft: kobus verwijst naar babyvuistjes, en daar doen de onrijpe vruchten aan denken.


Tekst: Hanneke Jelles, Hortus botanicus Leiden
Beeld: Iris van den Akker
