Gerrit Jan en Johan zijn buren. Gerrit Jan heeft zeventig melkkoeien en 65 hectare land, waarvan 18 hectare bieten. Johan teelt op zijn 15 hectare vooral mais. Daarnaast hebben ze samen een maatschap. Ze doen aan verschillende soorten ANLb-beheer, maar hun pronkstuk is toch wel een gezamenlijke plasdras.

‘Big five’
Na aankomst in het weidse veenlandschap nemen de vrienden me mee naar een zelfgebouwde vogeluitkijkpost op de zolder van een schuur. Met de verrekijker is het plasdrasgebied te zien waar het, tien jaar na aanleg, duidelijk wemelt van de weidevogels. De ‘big five’ van de weidevogels hebben hier hun thuis gevonden: kieviten, grutto’s, tureluurs, scholeksters en wulpen.
Sommige in zulke grote aantallen dat het te druk wordt en ze zich verspreiden naar omliggende weilanden. Als we later naar de plasdras lopen, zien we in het weiland ook patrijzen lopen, zeldzame vogels die het in dit deel van Vroomshoop goed doen, mede dankzij het Patrijzenproject van Collectief Midden Overijssel (CMO). CMO is een van de veertig leden van de vereniging BoerenNatuur.

Zorgen dat de grutto’s hier landen
Johan vertelt hoe het begon: "Toen we hier tien jaar geleden voor het eerst kwamen, vlogen er een paar grutto’s over. Ik zei tegen Gerrit Jan dat als we willen dat die hier landen, we een biotoop voor ze moeten creëren. Dat deden we. We legden een plasdras aan met een, volgens ons, uniek ontwerp: een eiland omringd door een ondiep grachtje dat predatoren, zoals steenmarters, tegenhoudt.”
Een rondje over het eiland levert overtuigend bewijs van het succes van deze biotoop. Ten tijde van het bezoek is het broedseizoen van de kievit net begonnen en we tellen dan al vijftien kievitsnesten.
Nabootsing van de Wadden
"Landschap Overijssel bekostigde een pomp op zonnepanelen die jaarrond de gracht en wadi van water voorziet”, vervolgt Gerrit Jan. "Aan de andere kant van het perceel regelen we het waterpeil via een overloop. Dat laten we in de loop van het jaar steeds verder zakken zodat er altijd slik is waarin voeding voor jonge vogels zit. We hebben eigenlijk een beetje de Wadden nagebootst!”, meent Gerrit Jan.
"We denken dat dit watersysteem de reden is dat deze plasdras zo succesvol is. Om de hoeveelheid werk behapbaar te houden, hebben we in de gracht wat beton gestort, zodat we het eiland met de trekker kunnen bereiken. Daardoor is maaien, nadat de jongen zijn uitgevlogen, zo gedaan.”
Zorgen voor weidevogels is niet moeilijk
"We snappen dat wat wij doen, voor sommige boeren te ver gaat”, vervolgt Johan. "Niet iedereen wil een plasdras aanleggen en onderhouden. Dat laatste is belangrijk, want als het te ruig wordt, trekt het predatoren zoals reigers aan. Maar ook op eenvoudigere manieren kun je veel betekenen voor weidevogels. Wij doen, los van deze plasdras, gewoon aan moderne landbouw. We maaien vroeg, maar beschermen wél de nesten. Dat maakt het verschil! Een wintervoedselakker, braakstrook of kruidenrijke akker helpen ook. Door deze relatief simpele maatregelen zitten de weidevogels niet alleen op de plasdras, maar ook op al onze andere gronden. Vorig jaar vonden we in totaal 94 nesten en het aantal is nog steeds groeiend!”


Weidevogelgroep Twistveen
En dat is nog niet alles. Gerrit Jan en Johan helpen daarnaast, als Weidevogelgroep Twistveen, andere boeren om nesten te beschermen. Op omliggende boerderijen leggen zij kilometers af om nesten te markeren op akkers en weidevelden. Hoeveel eieren uitkomen, houden ze bij in de Boerenlandvogelmonitor. "We hebben gewoon een tic voor weidevogels”, verklaart Johan zichzelf.
Natuurbeheer heeft aantrekkelijke vergoeding nodig
"Vroeger was het meeste dat we voor weidevogels deden hobbymatig of op zijn best kostendekkend”, vertelt Gerrit Jan. "Daar zie ik afgelopen jaren verbetering in komen. De subsidies van het ANLb helpen het financieel aantrekkelijker te maken om aan natuurbeheer te doen. En als melkveehouder krijg je van FrieslandCampina iets extra’s bovenop de melkprijs als je aan natuurbeheer doet. Een welkome omzetverhoging, als aanvulling op het ANLb-beheer. Dat is een goede ontwikkeling, want investeringen in natuurbeheer moeten wel hun geld opbrengen. Zo zou het in ieder geval moeten zijn!”
Tekst en beeld: Eline de Bot, Collectief Midden Overijssel
