Aardbeivlinder - primair

Herstel van de vlinders in de Amsterdamse Waterleidingduinen laat op zich wachten

De Vlinderstichting
4-JUN-2026 - In 2016 is in de Amsterdamse Waterleidingduinen gestart met populatiebeheer van de damherten om de negatieve effecten van overbegrazing op flora en fauna om te buigen naar herstel. Nu de vooraf beoogde hertenstand is bereikt, is onderzocht of de vlinderfauna en het bloemenaanbod zich hebben hersteld. De bloemen keren deels terug, maar de vlinders moeten de weg naar herstel nog vinden.

In Zuid-Kennemerland worden al sinds 1992 dagvlinders en dagactieve nachtvlinders geteld volgens de methoden van het Meetnet Dagvlinders. Daarbij is op een groot aantal routes ook het bloemenaanbod vastgesteld. Eerder werd op basis van die gegevens vastgesteld dat vlindersoorten als de argusvlinder – waarvan de waardplanten voor de rupsen en de nectarplanten voor de vlinders kwetsbaar zijn voor hertenvraat – in de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) met maar liefst 88 procent in aantal waren afgenomen in de periode voordat het aantal damherten werd gereguleerd. Voor de matig kwetsbare soorten als het icarusblauwtje was die afname nog steeds 72 procent. Alleen voor de weinig kwetsbare soorten als het bruin blauwtje verschilde de trend niet met die in de aangrenzende duinen van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK), waar de hertenstand altijd een stuk lager is gebleven. De afname van het bloemenaanbod tot 2016 werd op 98 procent geschat.

Ligusterstruwelen, een favoriete nectarbron voor de duinparelmoervlinder, zijn in de Amsterdamse Waterleidingduinen nauwelijks meer te vinden

Nu zijn de ontwikkelingen vanaf 2016 geanalyseerd, dus sinds de daling van de hertenpopulatie is ingezet om de stand terug te brengen tot een niveau dat gunstig is voor het behoud en herstel van de biodiversiteit. De tijdreeks beslaat de periode 2016 tot en met 2024, een periode waarin de hertenstand in de AWD met 71 procent is afgenomen. Een grote afname, maar nog steeds op een hoger niveau dan toen de afname van de vlinders begon.

Populatietrend van drie groepen vlindersoorten die respectievelijk kwetsbaar, matig kwetsbaar en tolerant zijn voor vraat door damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD, oranje) en het aangrenzende Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK, blauw) over de periode 2005 tot en met 2024. De lijn geeft de trend weer, tussen de punten over de afzonderlijke jaren, met een lichtere kleuring voor de onzekerheid van de trend

Het bloemenaanbod in de AWD is sinds 2016 significant aan het herstellen van de eerdere achteruitgang, ook in vergelijking met het aangrenzende NPZK. De gele composieten, waaronder het voor damherten giftige duinkruiskruid (een ondersoort van jakobskruiskruid) nemen eveneens toe, al zijn de verschillen daarvoor – zoals verwacht – minder groot. Over de hele linie is dus sprake van een herstel van het bloemenaanbod in de AWD. Echter, voor zover de vergelijking kan worden gemaakt, blijkt dat er in de AWD vooral in juli in 2023 en 2024 nog steeds maar 14 procent van het bloemenaanbod aanwezig is van dat van begin jaren ’90. Bovendien betreft dit herstel deels een stuk waar de herten zijn buitengesloten door een hertenkerend raster. In mei en augustus is het aanbod wel beter hersteld dan in juli, maar het is nog altijd minder dan voorheen. Vooral bij hogere kruiden, bramen en distels blijft het herstel achter.

Een exclosure waar de damherten niet kunnen komen laat zien dat de bloemenrijkdom zonder hertenvraat een stuk groter is

De aardbeivlinder leek weinig kwetsbaar voor hertenvraat, maar is met de afname van dauwbraam toch vrijwel uit de Amsterdamse Waterleidingduinen verdwenenVoor de vlinders is helaas nog helemaal geen herstel zichtbaar, alleen een stabilisatie van de achteruitgang. Sinds 1992 vertonen de trends van de dagvlinders in de AWD voor 18 van de 26 soorten een achteruitgang. Deze afname is sterker dan in het aangrenzende NPZK (14 soorten) en de overige kalkrijke duinen (10 soorten). Sinds in 2016 het populatiebeheer van de damherten is ingezet, is in de AWD de afname van de voor hertenvraat kwetsbare soorten significant omgebogen naar een stabiele trend op een laag niveau. Van herstel van de vroegere aantallen is echter nog geen sprake. De voor damhertenvraat tolerante soorten nemen opmerkelijk genoeg sinds 2016 juist harder af in de AWD dan in NPZK. De landelijk bedreigde aardbeivlinder is zelfs praktisch verdwenen. De oorzaken hiervoor zijn niet onderzocht, maar zouden gelegen kunnen zijn in een grotere kwetsbaarheid van deze soorten voor de recente klimaatextremen in een door de herten veranderde omgeving. Ook de afname van de voor deze soorten belangrijke invloed van konijnen zou een oorzaak kunnen zijn.

Voor een herstel van de vlinderstand is het gezien het uitblijvende herstel noodzakelijk om de hertenstand verder te verlagen. Herstel zal een lange adem vergen. Bij de bovengenoemde aardbeivlinder is bijvoorbeeld de belangrijkste waardplant van de rupsen, de dauwbraam, door de hertenvraat achter de zeereep vrijwel verdwenen. Dit was tegen onze verwachtingen in. Ook de ligsterstruwelen, die als nectarbron zo belangrijk zijn voor onder meer de bedreigde duinparelmoervlinder, hebben langere tijd nodig om terug te keren. Bovendien is het de vraag of het konijn zijn rol als prominente duinbeheerder weer kan gaan vervullen. Anders zullen er, zeker bij de nog steeds te hoge stikstofdepositie die verruiging in de hand werkt, andere maatregelen nodig zijn om het duin weer bloem- en vlinderrijk te krijgen.

Meer informatie

Tekst: Michiel Wallis de Vries, De Vlinderstichting
Beeld: Kars Veling (leadfoto: aardbeivlinder); Dick Noordhof; Meetnet Dagvlinders (NEM); Michiel Wallis de Vries; Henk Bosma