Wat doet uitsluiten van grazers met de biodiversiteit in kustduinen? 

De Vlinderstichting, PWN, Stichting Bargerveen, Universiteit van Amsterdam, Waternet
9-JUL-2026 - Uit onderzoek in de Amsterdamse Waterleidingduinen en het Nationaal Park Zuid‑Kennemerland blijkt dat de natuur zich verrassend snel kan herstellen na het uitsluiten van grazers. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat een gezonde natuur alleen mogelijk is als aantallen en diversiteit aan grazers goed in balans is. Zowel te veel als te weinig begrazing heeft negatieve gevolgen voor het duin.

Grote grazers als rund, paard en damhert vervullen een belangrijke rol in het duinecosysteem. Graasdruk (de verhouding beschikbare eetbare planten en de hoeveelheid die ervan gegeten wordt door grazers) is daarbij heel belangrijk. In de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) was de graasdruk door het damhert tot 2019 véél te hoog. Dat resulteerde in een uniform lage vegetatie met weinig biodiversiteit. Alleen giftige planten als duinkruiskruid en veldhondstong konden zich handhaven. Ook in het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK) was de populatie damherten te hoog, maar veel minder dan in de AWD. Hier werd ook door hooglanders, konikpaarden en recent door exmoorpony’s jaarrond gegraasd. Het uitsluiten van damherten in de AWD leidde al snel tot herstel van vegetatie en flora en dan vooral de bloemenrijkdom. Veel soorten bleken niet echt weg, maar waren alleen tot op de grond toe afgevreten, zoals welriekende salomonszegel, of zaten in de zaadbank, zoals de koningskaars. Het herstel bleek echter deels tijdelijk.  Binnen de exclosures (waar de grazers niet konden komen) werd de vegetatie al aan het eind van het onderzoek ruiger, met meer houtige soorten en breedbladige grassen als duinriet en minder open zand.

Het effect op de insectenfauna was veel minder duidelijk. Vooral bloembezoekers als hommels profiteerden van de toename van bloeiende planten. Het verdwijnen van zandplekken leidde weer tot een afname van daarvan afhankelijke soorten als de blauwvleugelsprinkhaan. Doordat buiten de exclosures de damhertenstand gelijktijdig werd gereduceerd, vlakte het verschil tussen exclosures en begraasde referenties af.

 In de eerste jaren werden in verschillende exclosures kleine parelmoervlinders op duinviooltjes gezien

In tegenstelling tot de AWD liet het uitsluiten van begrazing in het NPZK een minder duidelijke verbetering in flora en fauna zien, waarschijnlijk omdat hier vanaf de start een veel lagere graasdruk was. Daarnaast bleek dat het uitsluiten van zowel damhert als paard en rund een sterker effect had dan alleen uitsluiten van paard en rund. De damherten bleken een voorkeur te hebben voor kruiden en knoppen van bomen en struiken, zodat deze soorten meer onderdrukt werden dan de grassen. De hoogste biodiversiteit werd aangetroffen in de referenties van het NPZK, bij intermediaire graasdruk door verschillende typen grazers. In deze situatie is de graasdruk divers en gespreid in ruimte en tijd, wat leidt tot een diversiteitsverhogende heterogeniteit.

Exclosures ter bescherming 

In de AWD was de populatie damherten in de loop der jaren exponentieel gegroeid. In het piekjaar 2016 werden met de gestandaardiseerde telling bijna 4.000 dieren op 3.400 hectare waargenomen. De zeer hoge graasdruk had een negatieve invloed op de bio­diversiteit van het duingebied. Niet-giftige, eetbare planten werden vrijwel overal tot aan de grond toe afgegraasd en de diversiteit aan bloeiende planten was zeer laag. Hierdoor was er ook een groot gebrek aan waardplanten en nectar- of stuifmeelbronnen voor insecten. Om kwetsbare en karakteristieke soorten in het gebied te behouden werden in 2019 tijdelijke exclosures geplaatst met oppervlaktes van 0,5 tot 7,2 hectare. De verwachting was dat het ecosysteem zich vanuit deze bronpopulaties zou kunnen herstellen als de graasdruk van damherten eenmaal was teruggebracht naar de draagkracht van het gebied.  

Uitsluiten van de sterke overbegrazing in de AWD leidde al snel tot herstel van vegetatie met veel bloeiende planten

Grootschalig onderzoek 

In 14 exclosures in de AWD is een uitgebreid onderzoek opgezet om de ontwikkelingen van flora, vegetatie, bodemleven en fauna te volgen, zowel binnen de exclosures (geen damherten) als daarbuiten (referentie, begrazing met een geleidelijk afnemende dichtheid van damherten). Om een referentiebeeld te vormen van de biodiversiteit en de structuur van het duinecosysteem bij een lagere graasdruk van damherten is beheerder PWN aangesloten bij het project. Hiervoor zijn locaties in de Kennemerduinen (onderdeel van het NPZK) gebruikt, waar naast begrazing door damherten (en in mindere mate ook reeën) ook jaarrond begrazing door runderen en paarden plaatsvindt. In het NPZK werden twee onderzoekslocaties volledig afgeschermd tegen alle grazers en waren vijf andere locaties wel toegankelijk voor damhert, maar niet voor rund en paard. Op iedere locatie was ook een referentie die door zowel rund, paard als damhert werd begraasd. 

Met bovenbeschreven opzet met veel grote exclosures en bijbehorende referenties in twee duingebieden is dit exclosure-project een van de breedst opgezette experimentele wetenschappelijke studies naar biodiversiteit in de duinen in relatie tot begrazing. Op deze wijze konden we meer leren over de interacties tussen het duinecosysteem, graasdruk en de samenstelling van (middelgrote) planteneters. De exclosures vormden een unieke kans om grotere grazers helemaal uit te sluiten en waren groot genoeg om geen last te hebben van randeffecten. Uiteindelijk bleek de damhertenpopulatie zodanig af te nemen dat de graasdruk inmiddels ook buiten de exclosures sterk is afgenomen. Daardoor werd het contrast tussen exclosures en referenties kleiner, maar we konden wel waarnemen wat het verschil is tussen het plotseling stoppen van begrazing en een geleidelijke afname ervan. 

Vervolg in de praktijk 

Met het onderzoek is er meer inzicht gekomen in de draagkracht van duingebieden voor grazers. Een intermediaire graasdruk met een variatie aan type grazers is de beste optie voor beheerders. De resultaten worden meegenomen in de nieuwe faunabeheerplannen voor het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Voor beheerders is de grootste uit­daging om een goede balans te vinden tussen grazers en hun graasdruk en de biodiversiteit. 

In NPZK zijn de meeste exclosures inmiddels weer verwijderd en kunnen paarden, runderen en damherten weer bijna overal grazen. In de AWD is de damhertenstand inmiddels al zo sterk gedaald dat hier weer is begonnen met de inzet van andere grazers (rund en schaap). Een aantal exclosures blijft hier voorlopig staan en de monitoring wordt voortgezet om de vinger aan de pols te houden. 

Kennisuitwisseling

Om de opgedane kennis te delen zijn duinbeheerders en andere stakeholders uitgenodigd om deel te nemen aan een kennisbijeenkomst. Meer dan 60 mensen luisterden met belangstelling naar de resultaten van het onderzoek. Daarnaast vertelde Marijn Nijssen van Stichting Bargerveen over de ervaringen en resultaten van het OBN Wisselbegrazing-onderzoek dat op dit moment nog loopt in andere Nederlandse duingebieden.

Kennisbijeenkomst over de effecten van het uitsluiten van begrazing in de duinen

Meer informatie

Een speciaal woord van dank gaat uit naar Daan Kinsbergen voor het organiseren van het veldwerk en het op orde brengen van de enorme hoeveelheid data. Ook bedanken wij de vele vrijwilligers, studenten en collega’s zonder wie dit onderzoek niet zo gedegen was geweest als nu.  

Tekst: Mark van Til & Luc Geelen, Waternet; Esther Rodriguez, PWN; Gerard Oostermeijer, Universiteit van Amsterdam; Marijn Nijssen, Stichting Bargerveen
Beeld: Jan Dirk Bol; Aad van der Voet; Judith van der Griendt; Esther Rodriguez