Visuitzettingen in Nederland en onbedoelde meelifters: wat hebben we geleerd?
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, RAVONIn Nederland worden vissen om verschillende redenen uitgezet. Daarbij kunnen onbedoeld andere soorten meeliften, waaronder exoten. Meelifters kunnen vissen, waterplanten, kreeftachtigen of mosselen zijn, maar ook zoöplankton, algen en ziekteverwekkers, zoals parasieten. Door middel van een enquête en interviews met betrokken partijen is de aard en omvang van visuitzettingen in kaart gebracht. Vervolgens is bij vistransporten en -kwekerijen gekeken of ongewenste soorten, waaronder exoten, daadwerkelijk via deze route meeliften. Het onderzoek is uitgevoerd door RAVON en GiMaRIS, in opdracht van bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO) van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Vissen worden jaarlijks op honderden locaties in Nederland uitgezet
Volgens het onderzoek worden er naar schatting jaarlijks meer dan twintig verschillende vissoorten op honderden locaties legaal uitgezet. Het gaat hier om tienduizenden vissen. Dit betreft hoofdzakelijk karpers en verschillende karperachtigen, zoals blankvoorn en brasem. De vissen mogen alleen door visrechthebbenden uitgezet worden. Dit gebeurt vaak in opdracht van andere organisaties. De uitzettingen hebben meestal als doel om de visstand voor sportvisserij te verhogen. In mindere mate worden vissen uitgezet voor natuurbeheer en herintroductie van lokaal uitgestorven vissoorten. De vissen komen uit diverse bronnen – binnen- en buitenlandse kweek en wildvangst – en worden door verschillende partijen uitgezet in zowel open als gesloten watersystemen. Dit hangt af van het doel van de uitzetting en van de vissoort.
Vissen worden geregeld verplaatst, dat betekent dat ze gevangen worden in het ene water en worden uitgezet in het andere. Deze verplaatsingen worden uitgevoerd om de visstand veilig te stellen, bijvoorbeeld voorafgaand aan werkzaamheden of tijdens calamiteiten. In enkele gevallen wordt dit gedaan om vissen over een verspreidingsbarrière heen te helpen. Er wordt geschat dat er jaarlijks, op tientallen locaties, duizenden vissen worden verplaatst. Het gaat hierbij om allerlei lokaal voorkomende vissoorten.


Kans op meelifters het grootst bij wild gevangen vissen
Wereldwijd zijn er diverse voorbeelden bekend van exoten die met visuitzettingen zijn meegekomen. Nederland is hierop geen uitzondering. Het bekendste voorbeeld is de introductie van de blauwband (Pseudorasbora parva) die zich via visuitzettingen op meerdere locaties vestigde en van daaruit een groot deel van Nederland heeft gekoloniseerd. Ook is de roofblei (Aspius aspius) onbedoeld meegelift met vistransporten voor de sportvisserij. In het verleden zijn andere exoten ook via deze route naar Nederland gelift, bijvoorbeeld de tijgervlokreeft (Gammarus tigrinus).
In het veldonderzoek is gekeken naar de aanwezigheid van onbedoelde meelifters bij zowel vistransporten (transporten van vissen voor visuitzettingen en -verplaatsingen) als bij viskwekerijen. Meeliftende exoten zijn alleen aangetroffen bij transporten van in het wild gevangen vissen. Zo zijn tijgervlokreeften gevonden tussen glasalen (jonge palingen) die afkomstig waren uit Frankrijk en die uitgezet werden in Nederlands water. Ook zijn meelifters aangetroffen bij twee visverplaatsingen. Tijdens een verplaatsing van het visbestand uit een visvijver, voorafgaand aan baggerwerkzaamheden, bleef een uitheemse kroossoort – smalle wolffia (Wolffia australiana) – kleven aan het vangmateriaal. Bij het vangen van de inheemse rivierprik (Lampetra fluviatilis) die over een verspreidingsbarrière (een waterkrachtcentrale) werd geholpen, werden andere vissoorten bijgevangen. Onder deze soorten bevond zich de uitheemse zwartbekgrondel (Neogobius melanostomus) die bovenstrooms nog niet was waargenomen en waarvoor de waterkrachtcentrale eveneens als barrière fungeerde. De verspreiding is voorkomen door de vissen na de vangst te selecteren. Daarnaast zijn vissoorten die onbedoeld waren meegelift waargenomen in online berichten van uitzettingen van wildgevangen brasem en blankvoorn.
Er zijn geen meelifters aangetroffen bij uitzettingen van vissen afkomstig uit kweek. Ook zijn in dit veldonderzoek geen potentiële meelifters vastgesteld bij de bezochte viskwekerijen. In het verleden zijn daar wel exoten waargenomen, waaronder invasieve exoten van de Unielijst: blauwband en smalle waterpest.


Wees je bewust van het risico op meelifters
Meeliftende exoten worden vaak over het hoofd gezien. Maar eenmaal geïntroduceerd en gevestigd, is het verwijderen van hun populaties uit het watersysteem zeer lastig en in veel gevallen onmogelijk. Daarom moet het meeliften van ongewenste soorten zoveel mogelijk worden voorkomen.
In het veldonderzoek zijn onbedoelde meelifters vooral aangetroffen tijdens het verplaatsen van wilde vissen naar een ander waterlichaam. Dergelijke activiteiten vinden meestal lokaal en over korte afstanden plaats. Bij visuitzettingen van brasem, blankvoorn en glasaal is er echter sprake van grotere afstanden. Al deze activiteiten kunnen bijdragen aan de verdere verspreiding van exoten. Dit kan gebeuren door deze uitheemse soorten naar locaties te verplaatsen waarin ze nog niet voorkomen, of ze over een barrière heen te helpen dat anders een knelpunt vormt voor hun opmars.
Bij de meeste visuitzettingen zijn tijdens het veldonderzoek geen meelifters aangetroffen. Er is echter bij een klein aantal vistransporten en viskwekerijen gekeken. Aangezien jaarlijks honderden visuitzettingen en -verplaatsingen plaatsvinden, wordt het werkelijke aantal meeliftende soorten vermoedelijk sterk onderschat.
Als het noodzakelijk is om vissen uit te zetten of te verplaatsen, dan is het van groot belang om:
- Te zorgen dat de uit te zetten vissen afkomstig zijn van een betrouwbare kweeklocatie die maatregelen neemt tegen het meeliften van exoten.
- De doelsoort nauwkeurig te selecteren. Bij wildvangst is dit een groot aandachtspunt.
- Het water waarin vissen gehouden of getransporteerd worden vooraf te filteren en controleren op ongewenste soorten.
- De vissen met zo min mogelijk transportwater uit te zetten.
- Het gebruikte (vang)materiaal grondig te reinigen tussen de activiteiten.
Meer informatie
- Advies van BuRO over het meeliften van exoten bij visuitzettingen in Nederland.
- Rapport van RAVON over visuitzet in Nederland en onbedoeld meeliften van soorten.
- Rapport van GiMaRIS over meelifters bij glasaaluitzettingen in Nederland.
Tekst: Agata Mrugała-Koese en Jenneke Leferink, NVWA; Martijn Schiphouwer, RAVON
Beeld: Jelger Herder; Stef van Walsum; Bram Koese
