Eerste inkijkje in invasieve waterplanten en macrofauna in de Maas
Stichting BargerveenInvasieve macrofauna
Invasieve vlokreeftjes waren in bijna elk rivieronderdeel wel te vinden, maar waren vooral dominant in snelstromende delen, zoals de hoofdgeul van de Maas en beekmondingen. Vooral de invasieve predatore Pontokaspische vlokreeft (Dikerogammarus villosus) is veel aangetroffen, maar ook Chaetogammarus ischnus, de behaarde granaatoogvlokreeft (Spirogammarus major, voorheen vaak aangeduid als Echinogammarus trichiatus) en de Donaupissebed (Jaera istri) komen veel voor. Er zijn helaas nauwelijks inheemse vlokreeftjes waargenomen.
In de stilstaande rivieronderdelen, zoals geïsoleerde plassen, vonden we invasieve tweekleppigen, zoals de driehoeksmossel (Dreissena polymorpha), quaggamossel (Dreissena bugensis), Aziatische korfmossel (Corbicula fluminea) en toegeknepen korfmossel (Corbicula fluminalis). Driehoeksmosselen kunnen grote mosselbanken vormen die water kunnen zuiveren en voedsel (bijvoorbeeld algen op de schelpen) en schuilmogelijkheden kunnen bieden voor andere macrofauna. Het is wel nog de vraag welke (invasieve) macrofauna hier het meest van profiteren.
Naast invasieve tweekleppigen troffen we in stilstaande wateren de exotische tijgerplatworm (Girardia tigrina) veel aan, een bruingevlekt diertje met cartooneske oogjes. Hoewel deze soort een exoot is, lijkt deze een plekje gevonden te hebben in het ecosysteem zonder invasieve neigingen te vertonen.

Invasieve waterplanten en de link met macrofauna
In de Maas kwamen we groene, drijvende tapijten van grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides) tegen. Deze soort kwam in meerdere onderdelen van de rivier voor, maar was het dominantst in luwe delen van oevers in aangetakte wateren en stilstaande wateren. In de snelstromende delen groeide grote waternavel enkel op de oever. Het is dus een veelzijdige plant die het blijft doen onder verschillende omstandigheden, maar wel met een voorkeur voor de luwere delen.

Dit geldt ook voor de waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora). In onze studie kwam deze soort alleen voor in de stilstaande delen van het Maasstroomgebied. Daar vormde waterteunisbloem dichte matten met felgele bloemen op het water. Mooi om te zien, maar de vraag was wat voor effect die dominante waterteunisbloemvegetatie had op het onderwaterleven. Invasieve waterplanten kunnen namelijk voedsel en schuilmogelijkheden bieden, maar kunnen ook een negatieve rol hebben. Eerder onderzoek toonde aan dat zuurstofgehaltes te laag werden voor veel inheemse macrofauna door de dikke, rottende laag waterplanten. Uit onze studie midden in het zomerseizoen bleek dat de macrofaunasamenstelling onder zowel grote waternavel als waterteunisbloem niet veel verschilde van de samenstelling onder inheemse waterplanten. Wat meer invloed had, waren de habitatkarakteristieken van de verschillende rivieronderdelen. Het kan echter zijn dat later in het seizoen, wanneer blad afvalt en begint te verteren tot een dikke laag organisch materiaal, de condities onder en tussen de vegetatiematten minder gunstig worden voor de macrofauna. Dat is interessant voor een volgende studie.

Tekst en beeld: Joëlle Asberg en Mariëlle van Riel, Stichting Bargerveen
