Natuurjournaal 31 juli 2026
Nature TodayKijk 'm nog maar even goed in de verzonken ogen, want voor je het weet is hij weer gevlogen: de gierzwaluw. Onze honderddagenvogel is hier in april aangekomen, heeft gebaltst, gebroed, gejaagd en de volgende generatie zo goed mogelijk klaargestoomd voor hun eerste jaren 'op de vleugel'. Jongen die zijn uitgevlogen, komen de eerstvolgende paar jaar niet op vaste grond – als het goed is, tenminste. Ook dit broedseizoen kwamen er weer veel gierzwaluwjongen de opvangcentra binnen. Nesten onder dakpannen die oververhit raken zorgen bij de kuikens voor kiezen tussen twee kwaden: levend gebraden worden óf je meters laten vallen en niet weg kunnen komen van de grond. Gelukkig 'doen' veel jongen het ook goed met menselijke pleegouders en kunnen vele alsnog uitvliegen en zich bij hun wegtrekkende soortgenoten voegen.

Niet alleen jonge, jengelende zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen hebben moeite met het afscheid van hun ouders, ook uitgevlogen sperwers zijn momenteel nog vocaal. Ze zijn het nest al uit en zitten goed in de veren, maar ze worden nog enige tijd in de gaten gehouden door de oudervogels. Daar maken ze goed gebruik van door veelvuldig om voedsel te bedelen. Want waarom zou je zelf moeite doen, als het kant-en-klaar naar je toe kan komen? In deze periode leren ze zelfstandig te worden en zelf uit jagen te gaan. Sperwers zijn volhardende jagers en de schrik van de buurt als ze het jagen eenmaal in de vlerken hebben.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Klaus Roggel, Wikimedia Commons; Tom Heijnen, Saxifraga
