Muggenarme zomer en huissteekmug met voorkeur voor mensen meer in stad
Muggenradar, Wageningen University & ResearchHet RIVM meldde op 10 september dat sinds juli dit jaar het westnijlvirus op verschillende plekken in Nederland rondgaat. Het virus is tot 9 september bij 18 mensen vastgesteld in de provincies Utrecht, Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Overijssel en Gelderland. In totaal zijn er tot nu toe drie patiënten overleden. Het virus is ook vastgesteld bij 58 paarden, 39 vogels en bij muggen. In 2020 werd het virus voor het eerst in Nederland aangetroffen bij enkele personen, muggen en vogels en in de jaren daarna enkel bij een paar paarden en een vogel. Al jaren zien we echter een toename in Europa en was de verwachting dat we er ook in Nederland mee te maken zouden krijgen. Het was een van de redenen om in 2016 met Muggenradar.nl van start te gaan. Met ons citizen science-project wilden we de door mensen ervaren steekmuggenoverlast beter in beeld krijgen. Ook dit jaar hebben we een beeld van de mate van muggenoverlast.
Zeer weinig muggenoverlast
Uit de wekelijkse meldingen van de mate van muggenoverlast sinds begin juli concluderen we dat er relatief weinig muggenoverlast is dit jaar. De Muggenoverlastindex die we bepalen op basis van alle meldingen via Muggenradar.nl, lag deze zomer 16 procent lager dan het gemiddelde over de jaren 2020 tot en met 2025 (zie de figuur hieronder). In de meeste weken was de muggenoverlast dit jaar laag. Dit komt zeer waarschijnlijk door de extreme droogte in combinatie met de hoge temperatuur. Er waren daardoor veel minder broedplaatsen voor muggen beschikbaar, waardoor ze hun levenscyclus van ei, via larve en pop tot volwassen mug niet konden voltooien.
Groot aantal muggenlarven in een bloempot met water (Bron: Arnold van Vliet)
Door de recordhoge zomertemperatuur konden muggen, op plekken waar het water wel lang genoeg bleef staan, zich sneller ontwikkelen. Volgens ons muggenontwikkelingsmodel vliegt rond deze tijd al de zesde muggengeneratie rond. Niet eerder was dit zo vroeg in het jaar. Vijftig jaar geleden konden volgens ons model huissteekmuggen hun vierde generatie niet eens afmaken omdat de warme periode te kort was.

Steekmuggen ook in de ‘koude’ maanden actief
Door de klimaatverandering stijgt de temperatuur. Dat leidt tot allerlei muggen-gerelateerde vragen. Neemt het aantal muggen dan toe? Blijven muggen langer actief en op zoek naar bloed? Heeft dit mogelijk invloed op de circulatie van het westnijlvirus? Komt het virus makkelijker de winter door? Met ons Muggenradaronderzoek uit 2014 en 2015 toonden we al aan dat steekmuggen ook in de winter overlast kunnen veroorzaken. Een variant van de gewone huissteekmug – de molestus-variant – bleek de belangrijkste veroorzaker van deze overlast te zijn. Tijdens een relatief warme periode in de winter van 2020-2021 viel het op dat er weer veel overlast werd ervaren. Dit leek ons een uitgelezen kans om verdiepend onderzoek te doen naar het gedrag van deze overlast-veroorzakende muggen. Waar zijn ze met name actief? Welke rol speelt de woonomgeving? En bijten ze naast mensen ook huisdieren? Om deze vragen te beantwoorden deden we daarom in februari 2021 een oproep aan het Nederlandse publiek om muggen die in huis werden waargenomen, dood te slaan en op te sturen naar Wageningen University. Het onderzoeksteam werd overspoeld door honderden gevulde enveloppen. Binnen tien dagen moesten we de oproep stopzetten en uiteindelijk ontvingen we meer dan vijfduizend inzendingen met ruim zevenduizend insecten. De volledige resultaten van dat onderzoek zijn nu gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Scientific Reports.

Type huissteekmug met voorkeur voor mensenbloed
De gewone huissteekmug kent diverse varianten (biotypen), waaronder de molestus-variant en de pipiens-variant. De beide varianten kunnen met elkaar paren waarna een hybride-variant verschijnt. De molestus-variant wordt geassocieerd met verstedelijkte gebieden en maakt veelvuldig gebruik van ondergrondse broedplaatsen, zoals in metrostelsels, ondergrondse wateropslag en mogelijk ook ondergelopen kruipruimtes. Eerdere studies hebben aangetoond dat deze variant een voorkeur heeft voor het bijten van mensen. De pipiens-variant is juist talrijker in meer landelijke gebieden. Daarnaast gaat de pipiens-variant in de koude maanden in winterrust, terwijl de molestus-variant het gehele jaar door actief blijft. Beide biotypen zien er qua uiterlijk exact hetzelfde uit, maar zijn dus qua gedrag verschillend. Op basis van DNA-testen konden we bepalen welke huissteekmug tot welke variant behoorde.
Muggen met voorkeur voor mensen meer in de stad
Om uit te zoeken welke effecten verstedelijking en de woonomgeving hebben op het voorkomen van de twee varianten, werden honderden ingestuurde muggen geanalyseerd. Dit was een maandenlange klus, waarvoor de hulp ingeroepen werd van collega’s en studenten van het Laboratorium voor Entomologie. Uit DNA-analyses bleek dat de molestus-muggen inderdaad meer dominant waren in sterk verstedelijkte gebieden, terwijl de pipiens-variant relatief vaker voorkwam in meer landelijke gebieden. Daarnaast onderzochten we of onder water staande kruipruimtes een effect hadden op het voorkomen van de twee varianten. Uit ons onderzoek bleek dat de molestus-variant vaker werd ingestuurd door mensen met een woning met ondergelopen kruipruimte. Die kruipruimtes zijn dan een mogelijke bron van muggenoverlast in de winter.
Muggen met bloed in de winter aangetroffen
In een deel van de muggen vonden we bloed, wat aangaf dat deze muggen zeer recent hadden gebeten. Deze muggen namen we apart, en met DNA-technieken vonden we dat het overgrote merendeel van de bloedgevoede steekmuggen tot de molestus-variant behoorde. Een klein deel van de gevoede muggen behoorde echter tot de pipiens-variant. Dit was niet wat we verwachtten, aangezien de pipiens-variant in winterrust gaat en dus normaalgesproken nog niet actief is in februari. Gedurende de tiendaagse Muggenradar-oproep steeg de gemiddelde temperatuur zes dagen op rij boven de 10 graden. Vermoedelijk hadden deze – voor die tijd van het jaar – zeer hoge temperaturen ervoor gezorgd dat een deel van de pipiens-muggen uit winterrust ontwaakte en actief op zoek ging naar bloed. Daarnaast is het bloed uit de muggen geanalyseerd op herkomst. Het grootste deel van de muggen had zich, zoals verwacht, gevoed op mensen. Naast mensenbloed werd ook het bloed van honden, koeien, duiven en een valkparkiet in de muggen aangetroffen.
Toenemend risico op westnijlvirus bij verder stijgende temperatuur?
Het verkrijgen van duizenden muggensamples uit alle hoeken van het land is niet mogelijk zonder burgerwetenschap in te zetten. Het Muggenradar-onderzoek laat daarmee een grote meerwaarde zien. Nu de temperatuur jaarrond stijgt, is het belangrijk om te blijven onderzoeken hoe het gedrag van muggen verandert en welke gevolgen dat kan hebben voor mens en dier. Hogere temperaturen betekent dat muggen meerdere generaties per jaar kunnen ontwikkelen en langer in het jaar actief zijn. Dat kan tot grotere aantallen steekmuggen leiden. Dit jaar laat zien dat dit niet gebeurt als het daarnaast (extreem) droog is. Alhoewel de aantallen muggen en muggenoverlast lager zijn, leiden hogere temperaturen wel tot snellere ontwikkeling van virussen in de mug. Daarmee krijgen virussen als het westnijlvirus meer kans om zich sneller te verspreiden.
Geef mate van muggenoverlast door via Muggenradar.nl
Meedoen met Muggenradar kan nog steeds. Geef via Muggenradar.nl de mate van muggenoverlast die je momenteel ervaart door. De opties zijn: Geen overlast, Een beetje overlast, Veel overlast of Heel veel overlast. Voor ons onderzoek is het dus ook interessant om te horen of mensen géén muggenoverlast ervaren. Waarnemingen kun je anoniem doorgeven of met een (gratis) Nature Today-account. Je kunt je eigen waarnemingen dan later terugzien en je ontvangt dagelijks of wekelijks een overzicht van de nieuw gepubliceerde natuurberichten.
Tekst: Arnold van Vliet, Earth Systems and Global Change Group; Rody Blom en Sander Koenraadt, Laboratorium voor Entomologie, Wageningen University & Research
Beeld: Hans Smid, Bugsinspace.nl; Arnold van Vliet; Muggenradar.nl; Sander Koenraadt
