Bruine winterjuffer -primair

Bruine winterjuffer in je tuin

De Vlinderstichting
14-SEP-2026 - Er zijn twee winterjuffers in Nederland, de noordse en de bruine winterjuffer. Deze heten zo omdat ze als libel overwinteren – alle andere soorten doen dat als ei of larve. De winterjuffers zoeken momenteel goede overwinteringsplaatsen en ze worden nu ook vaak in tuinen gezien, met name de bruine winterjuffer. De noordse winterjuffer is een zeldzame soort.

Ook in je tuin kun je nu bruine winterjuffers tegenkomenDe bruine winterjuffer is inmiddels een algemeen voorkomende libel. Een jaar of 25 geleden gold deze nog als zeldzaam en kwam hij maar mondjesmaat voor, met name in Noord-Brabant. Nu is hij in een groot deel van het land te vinden. In de open graslandgebieden is de dichtheid minder, maar op een mooi boerenerf met bomen en struiken kunnen ze zeker een plekje vinden. De noordse winterjuffer is nog steeds een zeldzame soort, waarvan maar een paar voortplantingsplekken bekend zijn, onder andere in het Kuinderbos en in de Weerribben. In het najaar zwerven noordse winterjuffers vanuit hun voortplantingsgebieden soms vele kilometers naar plaatsen om te overwinteren. Ze zijn dan te vinden op heideveldjes en in ruigten in Zuidoost-Friesland, westelijke Drenthe en in het aangrenzende Overijssel en Flevoland.

De waarnemingen van bruine winterjuffer vanaf 2020. Over het hele land verspreid, maar in open gras- en akkergebieden duidelijk minder dicht

Na de overwintering vliegt de voorjaarsgeneratie van de winterjuffers vanaf begin april tot eind juni, met een piek in eind april en begin mei. Op zonnige dagen kunnen actieve imago’s echter nog vroeger in het voorjaar worden waargenomen, of zelfs in de winter. De voorjaarsgeneratie plant zich voort en is dan ook hoofdzakelijk aan de waterkant aan te treffen.

De eitjes worden in tandem afgezet, waarbij het mannetje het vrouwtje achter haar kop vast heeft

Eitjes worden in tandem afgezet, meestal in drijvend plantenmateriaal. Bij een tandem zitten vrouwtje en mannetje nog aan elkaar vast. Het vrouwtje zet de eitjes af en het mannetje houdt haar vast om ervan verzekerd te zijn dat de eitjes door zijn sperma worden bevrucht en niet door dat van een ander mannetje. De eitjes worden vaak afgezet in dode stengels en bladeren van riet, lisdodde of snavelzegge. Ze komen snel uit en de larven ontwikkelen zich ook snel. De najaarsgeneratie, die in de loop van juli tevoorschijn komt, heeft na het uitsluipen geen binding meer met het water en kan ver van de voortplantingshabitat worden aangetroffen. Imago’s zijn dan jagend of rustend aan te treffen op beschutte plaatsen, zoals in bosranden, maar – zeker bruine winterjuffers – ook in tuinen.

Tekst: Kars Veling, De Vlinderstichting
Beeld: Kars Veling; Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)