Op zoek naar verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis
Zodion Zoogdieronderzoek NederlandDe gewone dwergvleermuismannen gaan in augustus met elkaar op de spreekwoordelijke vuist. Ze laten met een heel harde sociale roep aan de buurman weten dat hij niet welkom is en bakenen zo hun territorium af. Het volume van de roep en de grootte van het territorium is bedoeld om de vrouwtjes te imponeren. Nou hebben vleermuismannen geen vuisten, maar op de grens van hun territorium wordt wel degelijk echt fysiek gevochten. Net als bij vogels kan je aan de hand van de schermutselingen de grenzen van de verschillende territoria herkennen.

Knokken voor een vrouwtje
Het belangrijkste wapen is echter de ‘keiharde’ sociale roep die de mannetjes tijdens de baltsperiode laten horen. We mogen als mensen blij zijn dat het grootste gedeelte daarvan ultrasoon is, want het is tien keer harder dan het geluid van merels of mussen. Een bepaald spectrum van het geluid (tussen de 18 en 20 kHz) is te horen zonder vleermuisdetector. Het klinkt als een heel hoog ‘tsjrick tsjrick tsjrick tsjrick tsjrick tsjrick’. Als je dit geluid hoort, is het zaak te speuren naar het silhouet van de snelle vleermuis tegen de lichte avondhemel. Grote kans dat je dan de gewone dwergvleermuis over je hoofd ziet vliegen! Vooral jongere mensen zijn vaak goed in staat de sociale geluiden van dwergvleermuizen te horen. Dat valt nog net binnen het bereik van ons menselijke gehoor. Voor de overige vleermuisgeluiden hebben we een vleermuisdetector nodig.
Vleermuisdetector ofwel batdetector
Die vleermuisdetector wordt meestal batdetector genoemd en is hét gereedschap van de vleermuisonderzoeker. Het zet de voor mensen niet waarneembare ultrasone geluiden om naar hoorbaar geluid. Op die manier komt de vleermuis voor de onderzoeker in beeld. In de periode augustus en september vinden de najaarsonderzoeksrondes plaats. Dan zoeken vele vleermuisonderzoekers in Nederland naar verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Het gaat daarbij om paarverblijfplaatsen en massa-winterverblijven.

Paarverblijf en massa-winterverblijf, wat zijn dat?
Voordat we verdergaan is het belangrijk te weten dat gewone dwergvleermuizen, net als veel andere soorten, gebruikmaken van gebouwen als verblijfplaats. Ze zoeken dan een plek in de buitenste schil van het gebouw, bijvoorbeeld onder de dakpannen of in de spouwmuur: de holle ruimte tussen de binnen en buitenmuur. In de nazomer en het najaar gebruikt het mannetje van de gewone dwergvleermuis die plekken samen met vrouwtjes. Vaak heeft een mannetje meerdere vrouwtjes als gezelschap, we noemen dat een harem. De vleermuizen blijven die paarverblijfplaatsen gebruiken zolang het weer dat toestaat. Als de nachtvorst eenmaal zijn intrede doet kan het toch te koud worden op de plek van het paarverblijf. Ze besluiten dan niet gelijk bij de eerste nachtvorst om te verhuizen, maar de nacht daarna. Dan vertrekken ze naar een massa-winterverblijf. Voor gewone dwergvleermuizen zijn dat grotere gebouwen met vaak grotere ruimtes dan een rijtjeshuis en een hoogte van vier of meer verdiepingen. Deze plekken zijn maar beperkt beschikbaar en bruikbaar en daarom komen in die overwinteringsverblijven veel meer vleermuizen bijeen. Doordat de winters warmer worden, zien we steeds vaker dat vleermuizen hun paarverblijfplaats niet meer verlaten.

Fietsen voor onderzoek
Om te weten waar de verblijfplaatsen van vleermuizen zijn, wordt veel gebruik gemaakt van onderzoek per fiets. Daarmee kan een groter deelgebied binnen een stad of dorp worden geïnventariseerd. Dit onderzoek kan het best worden uitgevoerd door de Richtlijn Vleermuisonderzoek Grote Gebieden te volgen die Zodion samen met het Netwerk Groene Bureaus heeft opgesteld. De paarverblijfplaatsen worden in kaart gebracht door fietsende onderzoekers die de sociale roepen horen op hun vleermuisdetector. De massa-winterverblijfplaatsen kunnen worden gevonden omdat vleermuizen juist in de nazomer even polshoogte gaan nemen. Ze vliegen dan met elkaar rondjes voor de ingang van de verblijfplaats – dit wordt heel toepasselijk nazomerzwermgedrag genoemd. De jongen van dat jaar krijgen dan meteen instructies waar ze naartoe moeten als de winter zijn intrede doet. Dat gedrag van de vleermuizen is voor onderzoekers duidelijk herkenbaar en geeft dus een aanwijzing voor een belangrijke verblijfplaats.
Nacht van de Vleermuis
Wil je ervaren hoe een vleermuisonderzoeker te werk gaat of wil je wel eens zelf met een vleermuisdetector naar vleermuizen luisteren? Bezoek dan een excursie tijdens de Nacht van de Vleermuis die eind augustus plaatsvindt. Want ook als vrijwilliger kun je naar hartenlust vleermuisonderzoek doen!
Tekst: Erik Broer, Zodion Zoogdieronderzoek Nederland
Beeld: Johann Prescher (leadfoto: gewone dwergvleermuis); Zodion Zoogdieronderzoek Nederland; Erik Korsten
