Een fijne stad is ook een klimaatbestendige stad
Provincie Noord-Brabant"Spreek je in termen van ‘fijn’, dan bereik je een stuk meer mensen", stelt Vincent Luyendijk, auteur van het boek De fijne stad. “De fijne stad is een onderwerp van iedereen.” Wat kunnen we van zijn boek leren?
Voorbeelden voor iedereen
“Een fijne stad is geen utopie, je kunt de voorbeelden overal al zien,” zegt Vincent Luyendijk, adviseur over de duurzame, gezonde leefomgeving. Een aantal jaar geleden vroeg hij zich af: wat maakt een plek een fijne plek? “Die voorbeelden ben ik gaan verzamelen en delen, vooral via LinkedIn.” Dat bereik werd zo groot, dat hij de voorbeelden bundelde. Het boek De fijne stad is voor iedereen: van wethouders en bewoners tot beleidsmakers en projectontwikkelaars. “Precies dat was de bedoeling”, zegt Vincent. “Al die verschillende domeinen moeten met elkaar samenwerken: sport, mobiliteit, klimaat, alles.”
Afdeling gezond en gelukkig leven
In het boek staan vijftien bouwstenen beschreven die een stad leefbaar en aangenaam maken, zoals comfortabele woningen, veiligheid, sociale verbindingen, maar ook een klimaatbestendige omgeving met groen, natuur en ruimte voor spelen en bewegen. Vincent ziet die verschillende thema’s weerspiegeld in afdelingen binnen een gemeente of provincie. De ambtenaren van woningbouw, klimaatadaptatie en groenbeheer hebben allemaal hun eigen domein. Vincent adviseert: “Stapel die bouwstenen. Combineer die bouwstenen. Steek je hand uit naar je naar je collega. Ga in gesprek, wees nieuwsgierig en vind samen oplossingen. Het maakt mij niet uit waar je van bent. We moeten met elkaar realiseren dat we van dezelfde afdeling zijn en die noem ik: de afdeling gezond en gelukkig leven.”
Indicatorsoorten van een fijne stad
In zijn boek noemt Vincent drie indicatoren die aangeven waaraan je een fijne stad herkent: “De eerste is dat een kind van een jaar of acht zelfstandig naar school kan fietsen of lopen. De tweede is als jonge meiden zich in een park of op een plein veilig voelen. En de derde is zwemmen in openbaar water. Het gaat niet alleen om het zwemmen. Het is ook afkoelen, het is omgaan met veranderend klimaat.”
In Parijs hebben ze in de aanloop naar de Olympische Spelen van 2024 veel moeite gedaan om de rivier de Seine schoner te krijgen. Na bijna een eeuw is het nu weer mogelijk om te zwemmen in deze Parijse rivier. “De hele rivier de Seine is letterlijk schoner en gezonder geworden, van bron tot monding. Er kwamen bijna veertig vissoorten terug, lepelaars en zeehonden. Daarom zou ik zeggen: maak het in Breda mogelijk dat je kan zwemmen. Want dan moeten we als de wiedeweerga aan de slag met de waterkwaliteit”, vindt Vincent.
Brabantse voorbeelden van fijne steden
We moeten anders gaan kijken naar steden, volgens Vincent. “Breda is natuurlijk al best goed bezig met de National Park City-gedachte: Breda Stad in een Park. Dan begrijpt iedereen: oké, deze kant gaan we op.” Ook de vernieuwingen aan de Nieuwe Mark in het hart van Breda maken de stad fijner. Het is straks weer mogelijk om te varen tussen de binnenstad en de Mark. Daarnaast wordt het gebied vergroend met bomen en (muur)planten. “Er worden op meer plekken rivieren en waterlopen teruggebracht in steden. Dat is natuurlijk een goed idee”, zegt Vincent.

Zwembare steden
“In Eindhoven maken ze het water ook belangrijker en toegankelijker.” Trapjes naar het water zorgen ervoor dat mensen het water én elkaar kunnen bereiken. “In Breda zijn de aanpassingen aan de rivier nu vooral bedoeld om bootjes weer rondjes te kunnen laten varen. Een volgende stap: maak het mogelijk dat mensen ook in het water kunnen springen. Zwemmen in de stad is zo belangrijk, dat is niet alleen een leuke hobby voor een paar mensen. Het laat zien dat als mensen erin durven, het water schoner en veiliger is.”
Actieve bewoners: door iedereen
Een fijne stad is voor iedereen, zei Vincent al aan het begin. Maar op sommige plekken zijn inwoners zelfs actief betrokken bij het verbeteren van de stad. Burgerinitiatieven zorgen niet alleen voor een mooiere omgeving, maar ook voor sociale cohesie. Vincent noemt een aantal voorbeelden: "In Teteringen is een nieuw park ontstaan. Daar zie je echt een mooie transformatie waarbij veel bewoners actief betrokken zijn, ook in het onderhoud ervan.”
Een mooi voorbeeld buiten Brabant ligt in Apeldoorn: het Moestuin Havenpark. “Dat is een succesvolle moestuin midden in het centrum, echt waanzinnig. Er zijn bewoners van een nieuwbouwwijk, een opvang voor dak- en thuislozen en een horecaondernemer bij betrokken. “Ik heb een keer gevraagd waarom het zo succesvol is. Toen zeiden ze: ‘Er is iemand bij de gemeente die ons gelooft.’ De mensen in een wijk, die hebben het meest verstand van wat er goed is voor die plek. Het moet van hen uit gaan. Dus als zij met een plan komen voor de uitbreiding van een park of een moestuin, dan is het een goed idee om daar gewoon naar te luisteren. En om te zorgen dat ze niet tegen obstakels aanlopen.”
Butterfly effect
Nog zo’n voorbeeld: in Tiel bedachten en maakten bewoners Vlindertuin de Zindering. “Het begon met een plak ‘grasfalt’ voor de deur en bewoners die dachten: kunnen we dat niet wat beter maken?” Vincent gebruikt het woord 'grasfalt' omdat er in het stukje gras tussen de huizen weinig leven te vinden was, een soort groen asfalt dus. Hij vervolgt: “De vlindertuin heeft de Challenge Groene Icoonprojecten van de provincie Gelderland gewonnen en dat leverde een geldbedrag op. Dat hebben ze ingezet om de rest van Tiel een impuls te geven. Er is 6.000 vierkante meter kruidenrijk grasland ingezaaid samen met de kinderraad, er is een scholenproject uit voortgekomen en een vlinderroute. En er zijn 96 grote plantvakken in de stad aangelegd. Ik noem dat het ‘butterfly effect’. Er is iets in gang gezet, dat kent zijn weerga niet. Je hebt dan ook mensen nodig bij de gemeente die zeggen: ik geloof in jullie.”
Vertrouwen
Wat steeds terugkomt in het verhaal van Vincent is dat vertrouwen tussen bewoners en gemeente essentieel is bij het creëren van een fijne stad. “De fijne stad is ook de vertrouwende stad. En dus niet een stad die vol met verbodsborden staat. De fijne stad is vooral de stad waar je aangemoedigd wordt om dingen te doen die gewoon goed zijn voor je en waar je gelukkig van wordt.”
Een fijne stad voor mens én dier
Daarnaast is en blijft de stad van een heel diverse groep inwoners, die niet allemaal dezelfde definitie hebben van een fijne stad. “Als er een otter zwemt of een ijsvogel bij het water zit, dan weet je dat het ecosysteem compleet is. Een fijne stad voor otters en ijsvogels is ook een fijne stad voor mensen. Dat heeft hartstikke veel met elkaar te maken. Ik ben echt een natuurliefhebber, maar ik weet ook wel dat er een beperkte groep is die zo denkt. Hou maar op met het gebruik van de woorden biodiversiteit en klimaatadaptatie. Ik vind het waanzinnig belangrijk, maar een andere groep snapt het niet of vindt het niet belangrijk. Maar die vinden het wél belangrijk dat het koel is en gezond en dat hun kinderen en kleinkinderen er kunnen spelen. Dan zoek ik díe ingang om ze mee te krijgen. En dan weet ik dat ik ondertussen ook werk aan biodiversiteit en klimaatadaptatie.”
Tekst: Marjolein Bezemer
Beeld: Jeroen Maters; Elizabeth Wattimena
