Natuurjournaal 17 september 2026
Nature TodayMenierood zuringspitsmuisje. Gezondheid. Dat het een snuitkever is, een torretje van nog geen halve centimeter groot, verraadt zijn naam niet. Hoewel de piek van de waarnemingen dit jaar zo langzamerhand op zijn retour gaat, kun je de kevertjes nog altijd ontdekken. Ze zijn actief bij warm weer en houden zich bij voorkeur aan de onderzijde van bladeren op, onder andere van verschillende soorten zuring. Heb je er eentje gevonden, dan zou je zelfs nog kunnen nagaan of het een mannetje of vrouwtje betreft. Je moet het aan de snuit kunnen zien, maar niet getreurd als dat niet lukt: het is wel erg klein allemaal. Bij een vrouwtje is de snuit het breedst bij de inzet van de antennen, bij een mannetje net voor de top. Bovendien glanst het snuitje bij een vrouwtje meer.

De komende tijd mogen we een nieuwe lichting ringslangen verwelkomen. De broeihopen waar de vrouwtjes hun eieren hebben gelegd, hebben hun werk gedaan. De constante rottingswarmte van de opgehoopte vegetatie of organisch afval heeft de eieren in een week of zes klaargestoofd. Ringslangen associëren we met water, maar zwemmen kunnen de jonge slangetjes nog niet voordat ze voor het eerst zijn verveld. Gelukkig is er op het land ook genoeg aan prooien te vinden, zoals slakken en regenwormen. Moet het weer natuurlijk wel een beetje vochtig blijven.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: John Hallmén, Wikimedia Commons; Mark Zekhuis, Saxifraga
