Heikikker

ProRail loopt een blauwtje met de ‘kikker van acht miljoen’

RAVON
17-SEP-2026 - ProRail schreef enthousiast over de heikikker langs het spoor. Nu geldt een ‘kikker van acht miljoen’ als voorbeeld van doorgeschoten natuurbescherming. Maar wellicht vertelt hij iets anders. Net als boerenzwaluwen bij de Norgerbrug toont hij wat gebeurt als natuur en infrastructuur pas laat samenkomen. De oplossing is niet minder aandacht voor dieren, maar vroeg en slim natuurinclusief ontwerpen.

“Als spoorbeheerder loopt ook ProRail soms een blauwtje."

Zo begon ProRail enkele jaren geleden een mooi verhaal over de heikikker. De kikker leeft onder meer in spoorsloten en vormt daarmee letterlijk onderdeel van het landschap rond het Nederlandse spoor. Wanneer de beschermde soort aanwezig is, doet ProRail ecologisch onderzoek, worden werkzaamheden aangepast, amfibieschermen geplaatst en dieren zo nodig door ecologen verplaatst. Na de werkzaamheden wordt het terrein weer geschikt gemaakt voor de kikkers. Bij Tricht werden zelfs inkepingen in geluidschermen aangebracht zodat migratieroutes voor dieren behouden blijven.

Dat verhaal laat zien dat infrastructuur en natuurbescherming heel goed samen kunnen gaan. Juist daarom schuurt het beeld dat afgelopen week ontstond.

ProRail-topvrouw Mirjam van Velthuizen vertelde in het radioprogramma Sven op 1 dat tijdens werkzaamheden één beschermde kikker werd aangetroffen en dat vervolgens voor acht miljoen euro aan maatregelen nodig was om het project op tijd af te krijgen. Ze gebruikte de casus als voorbeeld in haar pleidooi voor meer redelijkheid en proportionaliteit bij natuurbescherming. Het leverde een onweerstaanbare krantenkop op: de kikker van acht miljoen. Maar was die kikker werkelijk de oorzaak van die acht miljoen?

De kikker zat er waarschijnlijk al

Over de precieze casus is publiekelijk nog weinig bekend. ProRail heeft voor zover uit de openbare informatie blijkt niet bekendgemaakt om welk project het ging, welke kikkersoort werd gevonden en waaruit de acht miljoen euro precies bestond. We weten dus ook niet of de bewuste kikker een heikikker was. Wat we wél weten, is dat het dier niet plotseling verscheen omdat de werkzaamheden begonnen. Het leefde daar al. Dat lijkt een semantisch verschil, maar voor de manier waarop we naar zulke conflicten kijken is het essentieel.

Als een beschermde soort pas wordt ontdekt nadat het infra-ontwerp klaar is, aannemers zijn ingepland, materiaal is besteld, buitendienststellingen zijn gereserveerd en de trein enkele dagen later weer moet rijden, kan iedere verandering buitengewoon kostbaar worden. De hoge kosten ontstaan dan niet uitsluitend door het beschermen van een kikker. Ze ontstaan ook doordat ecologische informatie op een zeer ongunstig moment invloed krijgt op een complexe infrastructurele planning. Dat maakt de kikker eerder een signaleerder dan een veroorzaker.

ProRail weet zelf hoe het anders kan

Dat is geen verwijt aan ProRail. Integendeel: juist de spoorbeheerder heeft veel kennis opgebouwd over hoe infrastructuur en natuur wél samen kunnen gaan. ProRail beheert ongeveer 10.000 hectare grond. Slechts ongeveer de helft daarvan bestaat uit spoor. De overige ruimte kan volgens de organisatie worden benut als verbinding tussen natuurgebieden, broedplaats en leefgebied. ProRail legt onder andere faunapassages aan, maakt veilige verblijfplaatsen voor dieren en past het beheer van spoorbermen aan.

Met het Meerjarenprogramma Ontsnippering werkte ProRail bovendien samen met Rijk en provincies aan tientallen knelpunten waar spoorwegen leefgebieden doorsneden. Er kwamen natuurbruggen, tunnels, looprichels en ongeveer honderd kleinere faunavoorzieningen. In een recente reportage over faunapassages legt de spoorbeheerder uit dat wegen en spoorlijnen het Nederlandse landschap hebben versnipperd. Een ProRail-specialist vat de verantwoordelijkheid kernachtig samen: “We hebben dit veroorzaakt, maar voelen ons ook verantwoordelijk voor herstel.”

Met honderden maatregelen op vele locaties laat ProRail zien dat herstel ook daadwerkelijk mogelijk is. De voorzieningen worden gebruikt door onder meer kikkers, reptielen, dassen, vossen en andere dieren. En ze leveren niet alleen natuurwinst op: veilige routes voor dieren verminderen ook de kans op aanrijdingen en verstoringen van het treinverkeer. Daarmee ligt een groot deel van het antwoord eigenlijk al op tafel.

Infrastructuur maakt soms zelfs leefgebied

Er speelt nog iets interessants. Spoorinfrastructuur doorsnijdt niet alleen leefgebieden. Zij maakt soms ook nieuw leefgebied. Spoorsloten kunnen aantrekkelijk zijn voor amfibieën. Spoordijken bieden rustige groene corridors voor kleine zoogdieren. Bermen worden leefgebied voor planten, insecten en reptielen. En bruggen blijken soms uitstekende broedplaatsen. Dat laatste werd deze zomer heel zichtbaar bij de Norgerbrug in Drenthe.

De brug wordt vervangen, maar boerenzwaluwen ontdekten de nieuwe constructie eerder dan de weggebruikers dat konden. Ze begonnen er te broeden. Omdat gebruikte nesten tijdens het broedseizoen beschermd zijn, konden bepaalde werkzaamheden niet doorgaan. Vervolgens kwam er een tweede leg én een nieuw nest bij. De werkzaamheden liepen daardoor maanden vertraging op. Omwonenden en ondernemers hadden te maken met langdurige afsluitingen en omleidingen.

Maar ook de zwaluw heeft de brug niet ontworpen, de planning niet gemaakt en de werkzaamheden niet in het broedseizoen gezet. Boerenzwaluwen zoeken beschutte plekken onder menselijke bouwwerken. Dat ze een brug daarvoor gebruiken, is ecologisch gezien helemaal niet vreemd. De vogel maakt dus vooral zichtbaar dat een infrastructureel kunstwerk ook ecologische eigenschappen heeft.

Van onverwachte gast naar ontwerpvoorwaarde

We behandelen bodemgesteldheid al vroeg als ontwerpvoorwaarde. Hetzelfde geldt voor kabels en leidingen, grondwater, geluid, verkeersveiligheid en technische eisen. Waarom zouden we bekende natuurwaarden niet op dezelfde manier behandelen?

Dat betekent niet dat ieder project jarenlang ecologisch onderzoek nodig heeft voordat er een schop de grond in mag. Het betekent wel dat bij locaties met voorspelbare natuurwaarden vroeg wordt gevraagd: welke dieren kunnen deze plek gebruiken, wanneer zijn zij kwetsbaar en kunnen we het ontwerp of de planning daar nu al op aanpassen?

Bij een brug kan bijvoorbeeld vooraf worden gekeken of de constructie aantrekkelijk wordt voor broedvogels tijdens de bouwfase. Bij spoorsloten kan vooraf worden onderzocht welke amfibieën er voorkomen. Bij een spoordijk kan rekening worden gehouden met soorten die er kunnen graven of overwinteren. En bij grote werkzaamheden kan ecologische informatie worden meegenomen voordat de kritieke planning volledig is vastgezet. Dat kost ook geld. Maar meestal is aanpassen op de tekentafel eenvoudiger dan aanpassen terwijl de bouwplaats al draait.

Een zwaluw kan ook gewoon bij een brug horen

Dat natuurinclusieve denken hoeft bovendien helemaal niet ingewikkeld te zijn. Bij de beschadigde Wierumerschouwsterbrug in Groningen werden in 2024 bijvoorbeeld drie nesten van boerenzwaluwen aangetroffen. Voor verwijdering van de brug werd gecontroleerd of de nesten nog in gebruik waren. Toen bleek dat de jongen waren uitgevlogen, konden de werkzaamheden doorgaan.

Maar daar bleef het niet bij. De provincie besloot na herstel acht nieuwe nestvoorzieningen onder de brug aan te brengen, zodat de zwaluwen konden terugkeren. Dat is een kleine casus, maar een interessant uitgangspunt voor veel grotere projecten. Niet: hoe krijgen we die vogel weg? Maar: hoe zorgen we dat een vogel hier kan leven zonder dat onderhoud iedere keer vastloopt? Dan wordt ecologie onderdeel van assetmanagement. 

Natuurinclusief bouwen en Nature-Based Solutions nemen een vlucht

Het bewust ruimte maken voor natuur en biodiversiteit bij het ontwerpen en uitvoeren van infra- en bouwprojecten wordt steeds vaker toegepast en is steeds vaker een vast onderdeel van moderne gebiedsontwikkeling en bouwpraktijk. Ook ProRail, als één van Nederlands grootste grondbezitters, past natuurinclusief bouwen steeds vaker en op steeds grotere schaal toe.

Soms gaat het zelfs verder dan alleen maar ruimte maken voor natuur. In een aantal gevallen kan natuur zelfs een belangrijk onderdeel van de oplossing vormen. We spreken dan over een Nature-Based Solutions. Bekende voorbeelden zijn groene daken en wadi’s in steden en dorpen. Goed voor de biodiversiteit, het vasthouden en bergen van regenwater en het verminderen van hittestress. Daarmee worden gebiedsontwikkelingen en bouwprojecten veiliger, duurzamer en klimaatbestendiger.

De tijd waarbij natuur als vooral hindermacht wordt gezien bij de realisatie van projecten nadert hopelijk zijn einde.

Ruimte voor proportionaliteit

Dat betekent overigens niet dat de oproep van Van Velthuizen tot proportionaliteit geen waarde heeft. Bij botsende maatschappelijke belangen moet altijd kunnen worden bekeken welke maatregel werkelijk nodig is om een soort of populatie effectief te beschermen. Natuurwetgeving moet leiden tot natuurwinst en niet tot kostbare maatregelen zonder aantoonbaar ecologisch effect. Maar die proportionaliteit werkt wel twee kanten op. We moeten kritisch kijken naar de kosten van maatregelen. En naar de manier waarop een project is ontworpen en gepland voordat die kosten ontstonden.

Pas dan kunnen we leren waarom een maatregel acht miljoen euro kostte en vooral hoe we kunnen voorkomen dat een volgende kikker opnieuw met zo’n prijskaartje in het nieuws komt.

De kikker is niet de kostenpost

We hebben in Nederland een ander frame nodig voor dit soort berichten. Niet de kikker van acht miljoen. Maar het project waarin een kikker pas op een moment werd gevonden waarop aanpassingen acht miljoen kostte. Dat klinkt minder spectaculair, maar aan een kikker kunnen we weinig veranderen. Aan onze manier van onderzoeken, ontwerpen, plannen en aanbesteden des te meer.

En ProRail heeft al laten zien dat dit kan. Bij het Naardermeer werden bijvoorbeeld relatief eenvoudige faunapassages in de vorm van holle dwarsliggers aangelegd. Camerabeelden lieten vervolgens zien dat dieren ze daadwerkelijk gebruikten. ProRail noemt het zelf een relatief simpele en goedkope manier om biodiversiteit en spoorveiligheid te combineren.

Een ander soort blauwtje

De heikikker waaraan ProRail zelf zo sympathiek aandacht besteedt, kleurt in de voortplantingsperiode maar enkele dagen opvallend blauw. Misschien verdient ook het debat over natuur en infrastructuur zo’n korte kleurverandering. Van rood – stoppen, conflict, vertraging – naar groen: vroeg weten wat er leeft, slim ontwerpen en oplossingen maken waarvan zowel infrastructuur als natuur profiteren.

Dan kunnen spoorwegen betrouwbaar blijven functioneren, kunnen bruggen op tijd worden onderhouden en behouden dieren ruimte om te leven. De kikker of de zwaluw zijn daarbij niet de oorzaak van het infrastructurele probleem. Het dier maakt zichtbaar waar onze infrastructuur zijn leefgebied raakt en daarmee waar wij het dus slimmer kunnen organiseren.

ProRail hoeft voor die gedachte eigenlijk niet eens een nieuwe koers uit te zetten. Een groot deel ervan staat al op de eigen website. Soms loopt ProRail een blauwtje. De kunst is vooral om daar vervolgens iets groens van te maken.

Wat kunnen infrabeheerders morgen al anders doen?

  1. Implementeer natuurinclusief bouwen en nature-based solutions in de reguliere ontwerp- en bouwpraktijk.
  2. Leg de ecologische kalender naast de onderhouds- en buitendienststellingsplanning.
  3. Monitor wat werkt en gebruik die kennis bij volgende projecten, zodat oplossingen steeds eenvoudiger en goedkoper worden.

Bronnen en achtergrond

Tekst: Karin Akkers & Maarten Bruns 
Beeld: Jelger Herder