Bijna helft trekvogelsoorten wereldwijd neemt af
Vogelbescherming NederlandVogelbescherming Nederland benadrukt dat ook Nederland een grote internationale verantwoordelijkheid draagt. De Waddenzee en de Zuidwestelijke Delta zijn cruciale rust-, voedsel- en broedgebieden langs de Oost-Atlantische vliegroute van trekvogels. Dat is een van de veertien 'flyways' waarlangs trekvogels over de aardbol hun ongelofelijke reizen maken.
De nieuwe editie van State of the World’s Birds, die eens in de vier jaar verschijnt, staat volledig in het teken van trekvogels en de internationale vliegroutes waarvan zij afhankelijk zijn. De uitkomsten zijn alarmerend: wereldwijd neemt 45 procent van de trekvogelsoorten af en 11 procent wordt met uitsterven bedreigd. Vooral zeevogels, steltlopers en soorten die afhankelijk zijn van kustwetlands en bossen staan onder druk.
De dunbekwulp, die in 1995 voor het laatst met zekerheid werd waargenomen bij een lagune in Marokko, werd in 2025 officieel uitgestorven verklaard. Daarmee is voor het eerst in eeuwen een vogelsoort verdwenen van het vasteland van Europa, Azië en Afrika. In de afgelopen 150 jaar zijn vermoedelijk nog zes andere trekvogelsoorten over de hele wereld uitgestorven.
“Een trekvogel heeft weinig aan één goed beschermd gebied wanneer de volgende rust- of voedselplaats op zijn route verdwijnt. De rosse grutto verbindt de Waddenzee met West-Afrika en de Arctische toendra. De grote stern verbindt de Zuidwestelijke Delta met de Afrikaanse kust. Hun reis maakt zichtbaar dat deze gebieden onderdeel zijn van één internationaal ecosysteem. Daarom moeten we niet alleen afzonderlijke natuurgebieden beschermen, maar de hele Oost-Atlantische vliegroute – van broedgebied tot overwinteringsplaats”, aldus Karsten Schipperheijn, directeur Vogelbescherming Nederland.
Verbonden netwerk van leefgebieden
Het rapport van BirdLife International onderstreept dat een vliegroute veel meer is dan een lijn op de kaart. Het is een netwerk van onderling verbonden gebieden die vogels in verschillende fasen van hun jaarlijkse reis nodig hebben om te broeden, te rusten, voedsel te vinden en te overwinteren. Wanneer één belangrijke schakel verdwijnt of verslechtert, kan dat gevolgen hebben voor de gehele populatie.
Dat is ook in Nederland zichtbaar. Jaarlijks maken miljoenen vogels gebruik van de Oost-Atlantische vliegroute, de route waar Nederland aan ligt. Deze trekvogels vliegen van hun Arctische broedgebieden via de kusten van West-Europa en Afrika tot in het zuiden van Afrika. De Nederlandse Waddenzee en Zuidwestelijke Delta zijn cruciale gebieden binnen dit netwerk.
Rosse grutto’s die in West-Afrika overwinteren, vliegen in het voorjaar duizenden kilometers naar onze Waddenzee. Daar moeten zij in korte tijd voldoende voedsel vinden om hun reis naar de Arctische broedgebieden te kunnen vervolgen. Ook kanoeten zijn sterk afhankelijk van de rust en voedselrijkdom van het Waddengebied.
Zuidwestelijke Delta
In de Zuidwestelijke Delta vinden trekvogels een grote verscheidenheid aan slikken, schorren, zandplaten, stranden en ondiepe kustwateren. Het gebied is onder meer van groot belang voor de strandplevier: ongeveer driekwart van de Nederlandse broedpopulatie broedt hier. Ook de grote stern gebruikt de Delta als broedgebied, waarna de vogels langs de Atlantische kust naar hun overwinteringsgebieden in West- en zuidelijk Afrika trekken.
Meer informatie
- Meer weten over het The State of the World's Birds? Download het rapport (pdf: 234 MB) of bekijk de verontrustende gegevens online.
Tekst: Vogelbescherming Nederland
Beeld: Ad Sprang (leadfoto: grote stern)
