Vleermuizen in botanische tuin hebben maatwerk nodig
Hortus botanicus LeidenDe Leidse Hortus botanicus deed onlangs voor het eerst mee met de nationale Vleermuistuintelling. Onder leiding van vleermuisexpert Anne-Jifke Haarsma werd tussen half tien en elf uur ’s avonds rondgelopen in de botanische tuin met een kleine groep bezoekers. Die hadden vooraf uitleg gekregen over het gebruik van een batdetector. Het doel van deze nationale telling is om meer inzicht te krijgen in de aanwezige soorten vleermuizen, en om naar kolonies te zoeken.
Oude Sterrewacht geschikt voor gebouwbewonende soorten
In Nederland komen 18 soorten vleermuizen voor. De Zoogdiervereniging heeft een handige zoekkaart (pdf: 3,7 MB) uitgebracht, die je op weg helpt met onderscheid maken tussen de verschillende soorten. Omdat de meeste vleermuizen pas actief worden vanaf zonsondergang, werd het eerste deel van de avond gebruikt om rond de oude Sterrewacht naar sporen te zoeken.

Op een vensterbank onder een balkon vol spleten, waar vleermuizen in kunnen wegkruipen, vonden we een veelbelovend vers vleermuispoepje. Op geen van de andere potentieel geschikte gebouwen in de Leidse Hortus werden sporen van vleermuizen aangetroffen.
Alleen solitaire vleermuizen aanwezig in Leidse Hortus
Zodra het donker werd vlogen boven de Oude Sterrewacht de eerste gewone dwergvleermuizen (Pipistrellus pipistrellus) uit de Leidse Hortus in zuidelijke richting. Even later zagen we in totaal tien individuen van deze soort samen met de ruige dwergvleermuis (P. nathusii), te herkennen aan de snelle en grillige vlucht, op het bolwerk jagen tussen de monumentale bomen en daarna boven de Witte Singel. Door de vele korte versnellingen en vertragingen in frequentie was via de batdetectoren goed te horen dat deze vleermuizen muggen en nachtvlinders vingen, en daarmee bijdroegen aan natuurlijke plaagbestrijding.

Voor een vleermuiskolonie is maatwerk nodig
Er werden geen kolonies van vleermuizen waargenomen, alleen vliegroutes van solitaire dieren. De komende jaren gaan we onderzoeken of we een vleermuisverblijf op maat kunnen bouwen in de Leidse Hortus. Idealiter heeft zo’n verblijf tenminste 4 kuub leefruimte, zodat vleermuizen bij hitte of kou binnenin voldoende kunnen opschuiven, en in- en uitvliegopeningen op meer dan twee verschillende windrichtingen.
Tekst: Barbara Gravendeel, Hortus botanicus Leiden; Anne-Jifke Haarsma, Meer Vleermuis
Beeld: Frank van der Knaap (leadfoto: ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii)); Barbara Gravendeel
