Meer hagen, houtwallen en poelen in het Utrechtse landschap
Provincie UtrechtSinds 2017 werkt de provincie Utrecht aan meer ‘groenblauwe dooradering’ in het landelijk gebied. Denk bij ‘groene’ landschapselementen aan houtwallen, voederhagen, kleine bosjes en kruidenrijke randen langs akkers en weilanden, en bij ‘blauwe’ elementen aan bijvoorbeeld poelen en natuurvriendelijk ingerichte en beheerde sloten. Deze elementen zijn belangrijk voor de biodiversiteit, de waterkwaliteit, een gezonde bodem en een klimaatbestendige leefomgeving. Ook planten en dieren profiteren hiervan.
Samenwerken aan het doel voor 2050
De provincie werkt via het Platform Groenblauwe Dooradering nauw samen met gemeenten, agrarische collectieven, waterschappen, Landschap Erfgoed Utrecht en het Utrechts Particulier Grondbezit. Samen werken zij aan het doel om in 2050 10 procent van het landelijk gebied uit groenblauwe dooradering te laten bestaan. Dit doel is vastgelegd in het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Om dit doel te bereiken stelt de provincie via agrarische collectieven subsidies beschikbaar. Daarmee kunnen eigenaren van landbouwgrond – zowel boeren als particulieren – nieuwe landschapselementen aanleggen. Mede dankzij hun inzet is in 2025 bijna 10 hectare aan groenblauwe dooradering aangelegd. Dat is omgerekend bijna 25 kilometer aan lengte.
Investeren in mooier en sterker landschap
Gedeputeerde Natuur en Landbouw Gijs de Kruif benadrukt het belang van de samenwerking: "Dit resultaat laat zien wat je kunt bereiken als je samen optrekt. Ik ben ontzettend blij met de inzet van alle grondeigenaren en partners die vrijwillig investeren in een mooier en sterker landschap. Dankzij hen zijn we goed op weg naar ons doel voor 2050. De komende jaren bouwen we daarop voort, zodat ook de gebieden waar nog winst te behalen is, kunnen profiteren van meer groenblauwe dooradering."
Verschillen tussen gebieden
Bureau NEO onderzocht in opdracht van de provincie hoe de groenblauwe dooradering over de provincie is verdeeld. Hiervoor werd een bestaande indeling in negen gebieden gebruikt. Uit het onderzoek blijkt dat de Utrechtse Heuvelrug met ruim 15 procent het hoogste aandeel groenblauwe dooradering heeft. De gebieden aan de oostkant van de provincie (meer dan 6 procent) en bijvoorbeeld Veenweide de Meije met bijna 8 procent gaan ook goed. In gebieden als de Utrechtse Waarden (4 procent) en de Kromme Rijnstreek (5 procent) zijn extra inspanningen nodig.

Historie speelt een rol
Volgens de onderzoekers zijn de verschillen tussen gebieden goed te verklaren. Het landschap, de hoogte van een gebied, de grondwaterstand en het historische gebruik spelen daarbij een rol. Zo komen in veenweidegebieden van nature meer waterrijke elementen voor, zoals sloten. Ook verschilt het type landschapselement per gebied: in het veenweidegebied zijn van oudsher veel knotbomenrijen te vinden, terwijl in de Vijfheerenlanden naast knotbomen juist ook grienden voorkomen.
Tekst en beeld: Provincie Utrecht
