Natuurjournaal 23 juni 2026
Nature TodayVolwassen snotolven zijn na de paai alweer naar dieper zee vertrokken, de mannetjes als laatste, maar de jonge snotolfjes zijn nog tot het najaar in de kustwateren te vinden. Daarna zullen zij voor het eerst de zee opgaan en daar hun eerste vijf levensjaren blijven. Als ze dan nog leven, zijn ze klaar voor de voortplanting en doen elke winter mee met de paaitrek naar ondieper kustwater, bijvoorbeeld de Oosterschelde. Ze kunnen dat jaren doen, volgens sommige bronnen kunnen ze een leeftijd van zo'n vijftien jaar bereiken. De wat onsmakelijke naam snotolf slaat indirect op hun dieet: deze vissen eten graag ribkwallen. Wordt de maag van een gevangen snotolf bij het schoonmaken opengemaakt, dan komt daar een gelatineuze, snotachtige massa uit. Da's natuurlijk niet helemaal eerlijk, om zo aan je naam te komen.

Loop of fiets je deze weken onder een boom door, krijg je een kledder op je hoofd. De brutaliteit! Vogelpoep? Nee, gelukkig, het is doorzichtig. Wellicht heeft er dan een beestje op je ‘gespuugd’: momenteel zijn de larven of nimfen van het schuimbeestje of de schuimcicade actief met bellenblazen. Niet met hun voorkant, maar hun achterkant. De nimfen zuigen plantensappen op, onder andere van wilgen, scheiden het teveel aan vocht door hun anus uit en kloppen er lucht in, zodat er een wat kleverig schuim ontstaat. In zo’n klodder zeepsop ontwikkelt het geelgroene diertje zich in een aantal maanden tot volwassen cicade, beschermd tegen uitdroging en vijanden. Omdat de spuugbeestjes onvermoeibaar blijven drinken en de druppels zich ophopen, gaan hun gefabriceerde huisjes geregeld lekken – en neem je ongewild deel aan hun maandenlange schuimparty.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Marloes Otten (leadfoto: jonge snoltolf van ruim 10 centimeter lengte in de Oosterschelde); Karen Bosma
