Natuur en landbouw horen bij elkaar
BoerenNatuurAls hij boer zou zijn, zou Pieter Grinwis direct meedoen aan het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Agrarisch natuurbeheer staat al van oudsher dicht bij Grinwis, sinds 2021 Kamerlid voor de ChristenUnie. Hij groeide op een akkerbouwbedrijf op de Kop van Goeree op, en zag van dichtbij hoe landbouw en natuur steeds vaker tegenover elkaar kwamen te staan. Landbouwgrond werd onteigend om natuur te realiseren, zonder rol voor de boer. Die ervaring heeft zijn visie op landbouw en natuurbeheer helpen vormen. Marije Klever gaat met hem in gesprek.
Boeren als beheerder van het landschap
Marije Klever, voorzitter BoerenNatuur: “Waarom ben je in de Tweede Kamer zo actief met agrarisch natuurbeheer aan de slag gegaan?”
Pieter Grinwis, Kamerlid voor de ChristenUnie: “Omdat ik ervan overtuigd ben dat landbouw en natuur juist bij elkaar horen. Je moet ze niet tegenover elkaar zetten, maar met elkaar verweven. Dat doe je niet door boeren van hun land te verdrijven, maar door hen te erkennen als beheerder van het landschap. Die visie probeer ik in Den Haag uit te dragen.”
De organisatie die zich daar volgens Grinwis bij uitstek voor inzet, is BoerenNatuur, samen met de agrarische collectieven. “Jullie laten zien dat je van onderop iets kunt organiseren dat echt werkt. Daar word ik enthousiast van: mensen die samen verantwoordelijkheid nemen voor hun omgeving en samen iets moois realiseren. Wij moeten als overheid en politiek jullie daartoe in staat stellen om dat te doen.”
Tegelijkertijd moet daar wel een stabiele financiering tegenover staan, stelt hij. “Een burger betaalt niet automatisch voor een mooi landschap of bloemrijke akkerranden wanneer hij door de polder fietst. Daarom moet de overheid zorgen voor langjarige zekerheid voor boeren die zich hiervoor inzetten. Daar zijn we de afgelopen jaren onvoldoende in geslaagd. Juist daarom voel ik de drive om dat beter te regelen en boeren perspectief en vertrouwen te bieden.”

Geen verlengstuk van de overheid
Klever: “Hoe zie jij de rol van de collectieven in de toekomst? Waar liggen kansen om verder te groeien?”
Grinwis: “De kracht van de collectieven is juist dat ze vanuit de samenleving ontstaan. Als politiek moeten we daar niet te veel bovenop gaan zitten. Samenleven begint van onderop, in maatschappelijke verbanden. De overheid moet dat niet willen overnemen of dichtregelen.”
Klever: “Dat is mooi gezegd, want in dit gesprek willen we juist kijken hoe politiek en samenleving zich tot elkaar verhouden. Welke risico’s zie jij voor BoerenNatuur en het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer?”
Grinwis: “Een risico is dat de overheid jullie steeds meer gaat inzetten als uitvoerder van beleidsdoelen. BoerenNatuur zoekt altijd de samenwerking, intern én extern. Jullie zijn genuanceerd, oplossingsgericht en gericht op de vraag: hoe kan het wél? Maar juist daardoor ontstaat het gevaar dat je langzaam een verlengstuk van de overheid wordt. Denk aan dossiers als stikstof of veenweidegebieden. Dan verlies je als organisatie je eigenheid. Je moet ervoor waken dat collectieven zelfstandig blijven en dat boeren ook kunnen deelnemen in gebieden die niet als prioritair worden gezien door Den Haag. BoerenNatuur moet geen instrument van de overheid worden. Jullie zijn van de samenleving.”

Breed draagvlak in Den Haag
Klever: “Zie je naast die risico’s ook kansen?”
Grinwis: “Zeker. Er is in Den Haag veel goodwill voor BoerenNatuur, van links tot rechts in de Kamer. Dat zag je bijvoorbeeld bij de motie die ik onlangs indiende samen met Laura Bromet (PRO) en Caroline van der Plas (BBB) om eerdere budgetafspraken rond het ANLb voort te zetten. Je ziet onze namen niet vaak gezamenlijk onder een motie staan.”
Die brede steun biedt kansen, stelt Grinwis. Er zit enorm veel potentie in de verwevenheid van landbouw en natuur, juist via agrarische collectieven. “Jullie moeten geen speelbal worden van politieke wisselingen of begrotingsonderhandelingen. Het kan niet zo zijn dat bij een nieuw kabinet ineens alle spelregels veranderen. Ik hoop daarom dat de uitbreiding van het ANLb en de professionalisering van collectieven gewoon kunnen doorgaan. Ondertussen blijven wij in Den Haag strijden voor langjarige zekerheid en voldoende budget. De steun voor agrarisch natuurbeheer is breed, maar iemand moet wel het initiatief nemen.”
Volgens Grinwis blijft de positie van de Tweede Kamer ingewikkeld. “Wij kunnen richting geven met moties en amendementen, maar uiteindelijk moet een minister het uitvoeren. Daarna komen ook provincies nog in beeld. Er zitten veel schakels tussen Den Haag en het boerenerf.”
Vertrouwen en eenvoud
Klever: “De samenwerking met jou ervaren wij als heel prettig. Het ANLb is complex en vraagt veel inhoudelijke kennis. Hoe lukt het jou om je daarin te verdiepen naast alle andere dossiers?”
Grinwis: “De input van BoerenNatuur helpt enorm. Jullie wijzen ons op momenten waarop beleid onbedoelde effecten heeft. Een voorbeeld was het debat over zonering rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Dat zette de vrijwilligheid van het ANLb onder druk. Na gesprekken met jullie heb ik dat nadrukkelijk ingebracht in het debat. Het is dus belangrijk dat jullie op strategische momenten aan de bel trekken.”

Complex beleid
Tegelijkertijd maakt Grinwis zich zorgen over de toenemende complexiteit van overheidsbeleid. “We maken het als overheid vaak onnodig ingewikkeld. Denk aan KPI’s (kritische prestatie-indicatoren) en allerlei controlesystemen waarmee we zekerheid willen krijgen dat belastinggeld goed wordt besteed. Het risico is dat boeren afhaken omdat deelname te complex wordt. Juist mensen die iets positiefs willen bijdragen aan landschap en natuur moeten laagdrempelig kunnen meedoen. Die complexiteit zie je overigens overal terug: in belastingen, sociale zekerheid en subsidies. We hebben systemen gebouwd die te complex zijn geworden. Dat helpt het vertrouwen niet. Onze opdracht moet zijn: houd het simpel en werk vanuit vertrouwen.”
Klever herkent dat beeld. “De collectieven vormen juist een buffer tussen die complexe wereld en het boerenerf. Er komt iemand langs die uitlegt wat mogelijk is en helpt bij de uitvoering. Zo houden we het voor boeren werkbaar.”
Grinwis: “Precies daarin zijn collectieven innovatief. Jullie manier van samenwerken is ook interessant voor andere opgaven, zoals doelsturing. Organiseer je dat individueel per bedrijf of via gebiedscoöperaties? Het model van collectieven laat zien hoe je gezamenlijk resultaten kunt bereiken voor landschap en natuur. Dat werkt vaak beter dan een puur top-downbenadering vanuit de overheid.”
Klever heeft ter afsluiting nog een persoonlijke vraag: “Als jij zelf boer zou zijn, zou je dan meedoen aan het ANLb?”
Grinwis lacht: “Zeker. Juist omdat ik vind dat natuur en landbouw bij elkaar horen. Als ik het mooiste beroep ter wereld had mogen uitoefenen, boer – akkerbouwer in mijn geval – dan zou ik mij direct aansluiten bij een collectief. In mijn regio zou dat het collectief BoerenNatuur Zuid-Hollandse Delta zijn.”
Meer informatie
- Lees dit interview ook in het boek Samen dansen in de regen (pdf: 9,7 MB) dat ter ere van het tienjarig jubilieum van BoerenNatuur uitkwam.
Tekst: Pieter Verbeek, BoerenNatuur
Beeld: Pieter Verbeek (leadfoto: koeien en grutto's delen het weiland); ChristenUnie; BoerenNatuur
