Biddende onvolwassen torenvalk

Bidden langs de weg

Sovon Vogelonderzoek Nederland
7-AUG-2026 - Een biddend valkje langs de weg. Dat kan maar één soort zijn: de torenvalk. Snel klapwiekend hangt de vogel stil in de lucht en loert naar muizen. In 2025 organiseerden Vogelbescherming Nederland en Sovon een telling van torenvalken langs snelwegen en doorgaande wegen. De resultaten van de telling 'Waar bidt de Torenvalk?' laten vooral zien hoe schaars torenvalken zijn geworden.

De telling was zo opgezet dat bijrijders in de auto het aantal torenvalken en buizerds bijhielden. Er werd geteld vanaf snelwegen en provinciale wegen. We vroegen niet om hier speciaal voor rond te gaan rijden, maar om een telling te doen als je toch al onderweg was.

Via de app Avimap werd de gereden route opgeslagen en waarnemingen opgeslagen. Ook de vele tellingen zonder torenvalk deden natuurlijk gewoon mee. Het belangrijkste doel van de telling was om, via een eenvoudige opzet, een indruk te krijgen van de aantallen torenvalken in wegbermen. De telling is bovendien gemakkelijk herhaalbaar, wat in de toekomst nog van pas kan komen.

Torenvalk op lantaarnpaal langs de weg

Torenvalken per kilometer

Van februari 2025 tot en met januari 2026 werden in totaal 2882 bruikbare tellingen ingestuurd. Door het jaar heen nam de inspanning geleidelijk af (figuur 1), maar de spreiding van de tellingen door het land bleef goed. Gemiddeld werd er 1 torenvalk per 59,4 gereden kilometers gemeld. Buizerds bleken langs wegen bijna drie keer zo talrijk: gemiddeld 1 per 22 gereden kilometers. In totaal werd er tijdens 171.265 kilometer autorijden gelet op deze roofvogels langs de weg. Dat is overigens inclusief vaker gereden routes.

Figuur 1. Aantal doorgegeven tellingen en gereden kilometers voor ‘waar bidt de Torenvalk’ per maand

We hebben geen historische, vergelijkbare tellingen om deze gegevens mee te vergelijken. Op basis van andere telreeksen kunnen we wel stellen dat 2025 startte met de laagste torenvalkenstand in de winter sinds 1980 en dat de dichtheden van broedende torenvalken nu veel lager zijn dan halverwege de vorige eeuw. Toen waren broedende torenvalken nog vier keer zo talrijk. Een autoritje zal destijds veel meer torenvalken hebben opgeleverd.

De verspreiding van torenvalken bleek redelijk homogeen in het land. Toen we de routes opdeelden per vak van 25 vierkante kilometer vielen echter wel enkele clusters met hogere gemiddelden op. De waren vooral gebieden met veel open grasland. Er is echter gedetailleerder onderzoek ter plekke nodig om te ontrafelen hoe zulke verschillen nu echt te verklaren zijn.

Najaarspiek bleef uit

Tijdens de maanden waarin torenvalken broeden (april tot juli) waren de gemiddelden per telroute lager dan in de winter. Dat correspondeert met het gedrag van torenvalken die dan minder rondzwerven en dichter bij hun broedplekken blijven. Wat echter opvalt, is dat een duidelijke piek van torenvalken in de nazomer en het najaar uitbleef. Je zou die wel verwachten vanwege de jonge torenvalken die zijn uitgevlogen en trekvogels uit andere gebieden die naar Nederland kunnen komen. Het beeld correspondeert goed met de resultaten van een analyse van ringgegevens van torenvalken die in 2025 werd uitgevoerd: de overleving van jonge torenvalken blijkt doorgaans erg laag te zijn en die van (sub)adulte torenvalken is in recente jaren ook laag. Mogelijk sterven er al snel veel jonge torenvalken, waardoor de trefkans langs wegen ook niet meer zo sterk oploopt. Waar bij buizerds de aantallen in het najaar wel duidelijk omhoog gaan, groeiden ze bij torenvalken naar hooguit 1,5 torenvalk per 100 kilometer.

Figuur 2. Gemiddeld aantal waargenomen torenvalken per 100 gereden kilometers per decade (periode van 10 dagen) op basis van gevalideerde tellingen

Gedrag

Waarnemers konden ook het gedrag van torenvalken invoeren bij hun waarneming. In figuur 3 zijn deze gedragingen weergegeven, waarbij het totaal aantal waarnemingen per maand op 100 procent is gezet. De meeste torenvalken werden gezien terwijl ze op een uitkijkpost zaten, gevolgd door biddende en vliegende vogels. Het aandeel biddende en vliegende vogels nam vanaf het voorjaar toe. In de wintermaanden (november, december, januari en februari) werden torenvalken weer vaker zittend gezien. Mogelijk speelt hier ook bij mee dat er in de winter veel minder groen gebladerte en andere vegetatie is, waardoor zittende torenvalken meer opvallen.

Figuur 3. Gedrag van de waargenomen torenvalken tijdens de telling ‘waar bidt de Torenvalk’

Vervolgvragen

Deze landelijke torenvalktelling leverde een globaal beeld op van de dichtheden langs snelwegen en provinciale wegen. Wat sommige stukken berm aantrekkelijker dan andere maakte voor torenvalken, hebben we niet onderzocht. Een andere vervolgvraag gaat over het uitblijven van substantieel hogere aantallen in de nazomer en het najaar. Ging die situatie ook verder van de wegen af op en was het beeld langs de wegen representatief voor de hele Nederlandse situatie? De tellingen vanuit de auto zijn in ieder geval eenvoudig herhaalbaar in de toekomst en kunnen goed als vergelijking en aanvulling op andere telreeksen dienen, om zo de aantalsontwikkeling van torenvalken goed te blijven volgen.

Tekst: Sovon Vogelonderzoek Nederland en Vogelbescherming Nederland
Beeld: Hans Schekkerman (leadfoto: biddende onvolwassen torenvalk); Suzanne van der Horst; Sovon Vogelonderzoek Nederland