Door muizenholletjes te tellen kun je het broedsucces van roofvogels voorspellen

Grauwe Kiekendief - Kenniscentrum Akkervogels
12-MRT-2026 - Om aantalsontwikkelingen van roofvogels te begrijpen is het belangrijk om hun voedselsituatie te kennen. Voor de grauwe kiekendief vormen veldmuizen in Nederland het belangrijkste stapelvoedsel. Om deze reden monitort Grauwe Kiekendief - Kenniscentrum Akkervogels al meer dan dertig jaar de veldmuizenstand. De monitoring heeft inmiddels een unieke en zeer bruikbare dataset opgeleverd.

In eerste instantie vond de monitoring plaats door het jaarlijks uitzetten van klapvallen in verschillende habitats, waarmee dichtheden konden worden berekend op basis van het aantal gevangen muizen in verhouding tot het aantal uitgezette klapvallen. Met deze data werd een duidelijke link aangetoond tussen het broedsucces van grauwe kiekendieven en de gemeten veldmuizenstand. Vanaf 2012 meten we de muizenstand niet meer met klapvallen, maar door na de oogst muizenholletjes en andere muizensporen te tellen langs 100 meter lange transecten. Deze methode is veel eenvoudiger en op een groter schaalniveau uit te voeren, en bovendien veel diervriendelijker dan de klapvalmethode. We hebben onze steekproefgrootte dan ook aanzienlijk vergroot. We gebruiken de methode inmiddels 13 jaar. Om te kijken of de op deze manier verzamelde gegevens ook geschikt zijn als graadmeter voor het muizenaanbod van grauwe kiekendieven, hebben we deze nieuwe dataset opnieuw vergeleken met het broedsucces van de grauwe kiekendieven.

Bezet muizenholletje van veldmuis

Pieken en dalen van veldmuizen bewegen mee met het broedsucces

Als we de dichtheid aan muizenholletjes bekijken in de drie belangrijkste gewassen (wintergraan, intensief grasland en luzerne/klaver), dan zien we dat deze jaarlijks behoorlijk kunnen verschillen. Ook valt op dat de muizendichtheid in intensief grasland en luzerne/klaver doorgaans hoger is dan in wintergraan. Als we naar de jaarlijkse verschillen kijken, waren er veel muizen in 2019 en 2023, terwijl 2024 een uitgesproken daljaar was (zie onderstaande figuur). De paralellen met het broedsucces van de grauwe kiekendieven zijn opmerkelijk: precies in die jaren zijn ook de grootste pieken en dalen in het aantal uitgevlogen jongen. Ook in de andere jaren is de overeenkomst onmiskenbaar.

Het gemiddelde aantal muizenholletjes per hectare in de drie meest voorkomende gewassen in Oost-Groningen (y-as, logschaal) en het aantal uitgevlogen jonge grauwe kiekendieven in Nederland in de jaren 2012 tot en met 2025

Meer muizenholletjes betekent meer jonge grauwe kiekendieven

We hebben ook gekeken naar andere variabelen om het broedsucces van de grauwe kiekendieven met de muizenholletjes te vergelijken. Zo was in jaren met een hoge dichtheid aan muizenholletjes het aantal succesvolle nesten hoger, vlogen er meer jongen uit per succesvol nest, en was de conditie van de jongen beter. Het is duidelijk dat ook met de nieuwe methode van muizenholletjes tellen de fluctuaties in broedsucces van grauwe kiekendieven uitstekend kunnen worden verklaard. De resultaten bevestigen overigens opnieuw het enorme belang van veldmuizen voor de grauwe kiekendief en andere muizenetende soorten.

Het aantal succesvolle nesten per jaar en het aantal uitgevlogen jongen per succesvol nest lag hoger in de jaren waarin er meer muizenholletjes per hectare werden geteld (Bron: Grauwe Kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels)

Muizen tellen is roofvogels beschermen

Het tellen van muizenholletjes blijkt dus een betrouwbare methode om de jaarlijkse voedselbeschikbaarheid voor muizenetende roofvogels in kaart te brengen. Tegelijkertijd levert het robuuste gegevens op die het broedsucces van soorten als de grauwe kiekendief, maar ook torenvalk en velduil, kunnen voorspellen en verklaren. Het belang van de veldmuis voor deze soorten is zo groot dat deze muizenmonitoring een logisch onderdeel van veel roofvogelonderzoek zou moeten zijn. De methode is eenvoudig uit te voeren, op grote schaal, goedkoop, niet vergunningplichtig en zonder negatieve impact op de muizen. Het zou dan ook zinvol zijn deze tellingen ook in andere regio’s van Nederland uit te voeren. Daarnaast geeft het tellen in verschillende habitats de mogelijkheid om gewassen en beheertypen met elkaar te vergelijken, bijvoorbeeld in het kader van de monitoring van agrarisch natuurbeheer. Zo kan inzichtelijk worden welke vormen van beheer daadwerkelijk bijdragen aan een hogere voedselbeschikbaarheid voor roofvogels. Met aanvullende tellingen op meerdere momenten binnen het jaar kunnen bovendien seizoensfluctuaties van de veldmuizenstand in kaart worden gebracht. Op deze manier kan het tellen van muizenholletjes uitgroeien tot een krachtig instrument voor monitoring en bescherming van roofvogels in het Nederlandse agrarische landschap.

Grauwe kiekendief met veldmuis

Meer informatie

Tekst: Toni Hoenders en Olaf Klaassen, Grauwe Kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels (GKA)
Beeld: Grauwe Kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels (GKA) (leadfoto: nestcamera GKA); Jitty Hakkert; Jan Ploeger