Extra generaties dagvlinders – goed of slecht nieuws?
De VlinderstichtingVoor het landkaartje is het al jaren de gewoonste zaak van de wereld dat er eind augustus en begin september een extra generatie optreedt. Het gaat dan niet om een enkel vlindertje, maar om duizenden meldingen. Het landkaartje had in de vorige eeuw normaliter twee generaties per jaar: één in april en mei, en één in juni en juli. Heel soms vlogen er ook in september verse landkaartjes. Het bijzondere van het landkaartje is dat de voorjaarsgeneratie er anders uitziet dan de zomergeneratie. De voorjaarsgeneratie is vooral oranje, de zomergeneratie zwart met wit. Dat verschil wordt veroorzaakt door de hoeveelheid licht en de temperatuur gedurende de ontwikkeling en dan vooral tijdens het popstadium. Nu er in september een derde generatie optreedt, kom je soms vlinders tegen die in kleur tussen de oranje voorjaarsvorm en de zwart-witte zomergeneratie in zitten. De witte baan over de vleugels is dan wat crèmig of licht oranje. Het landkaartje is een algemene vlinder, die verspreid over het hele land voorkomt.
Er zijn ook zeldzamere soorten die nu extra generaties hebben, zoals het heideblauwtje, een soort die is opgenomen op de Rode Lijst. Er komen nu waarnemingen binnen met fraaie foto’s van kakelverse exemplaren. Heideblauwtjes hebben in juni en juli gevlogen en de vrouwtjes hebben toen hun eitjes afgezet. De rupsjes die daaruit kwamen hebben zich, door de hoge temperatuur, snel kunnen ontwikkelen en zijn in de loop van augustus verpopt. Inmiddels zijn daar dus de vlinders uitgekomen. Deze zullen zich ook weer moeten voortplanten, maar dat is afhankelijk van een aantal factoren. In de eerste plaats moeten er voldoende vlinders zijn zodat de trefkans tussen mannetjes en vrouwtjes groot genoeg is. Vervolgens moeten de weersomstandigheden zodanig zijn dat de eitjes door de vrouwtjes kunnen worden afgezet. De eitjes overwinteren en pas na de winter komen de rupsen tevoorschijn. Ook van het groot dikkopje en van de Rode Lijstsoorten kleine ijsvogelvlinder en – de zeer zeldzame – grote vuurvlinder zijn deze week waarnemingen doorgegeven. Deze hebben dus ook een kleine extra generatie.
De extra vlinders nemen het risico dat ze, als de winter vroeg inzet, hun ontwikkeling niet goed kunnen voltooien. Voor de soort als geheel lijkt dit nu nog geen groot probleem, omdat er maar een gering aantal extra vlinders is en het merendeel gewoon in hun normale stadium de winter ingaat. Bovendien zijn strenge winters en extreem vroeg invallende winters niet waarschijnlijk.
Tekst en beeld: Kars Veling, De Vlinderstichting
